Wie was en is Elia?

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Elia moet een groot profeet zijn, -misschien zelfs Elia, die nog eenmaal vr de verwachte en al sinds lang beloofde Messias zal komen!' [rond 23 n. Chr.] Maar nu is de tijd gekomen, die [destijds] aan Elia getoond werd, toen hij verborgen lag in de grot op de berg. Niet in de storm, ook niet in het vuur, maar in het fluisteren van de wind kwam Jehova voorbij! En deze tijd van het zachte fluisteren van Jehova voor de grot van deze wereld is nu aangebroken! [rond 23 n. Chr.]

 

Daarom willen en mogen we ook nu noch met stormgeweld, noch met vuur er op uittrekken, maar volgens de eeuwige ordening van God slechts met alle liefde, zachtmoedigheid en geduld! Maar je moet de voorzichtigheid niet uit het oog verliezen! Want Ik zie wel dat jullie nu als lammeren onder de verscheurende wolven komen; maar als je voorzichtig bent, dan zul je toch veel tot stand brengen!

 

Alle profeten en ook de wet van Mozes hebben voorspellingen gedaan tot aan Johannes. (Matth. 11:13) Hij was de laatste profeet vr Mij. Als jullie het wilt aanvaarden dan is nu juist deze Johannes dezelfde als Elia, die in de toekomst, dat wil zeggen vr de Messias, nog eenmaal moest komen! (Matth. 11:14) Hij is dan ook gekomen en heeft voor Mij geprofeteerd en heeft Mijn weg voorbereid, zoals jullie het zelf ondervonden hebben. Zeg nu eens, of je nu weet, wie Johannes is!' GJE2-144 (17,18) - GJE2-133 - GJE2-137

 

De geest van Johannes is groot en groter dan alle geesten, die ooit op deze Aarde een lichaam gehad hebben; maar zijn lichaam behoort aan deze Aarde, en uit diens zwakheden heeft zich ook een zwakke zielontwikkeld, en zo is het goed! Want een geest, die zo sterk is, is wel in staat om een zwakke ziel krachtig op te voeden; maar het vlees en de ziel van Johannes zijn zwak.

 

Daarom stuurde hij in zijn plaats steeds boden, en boden en brieven bereiken nooit datgene, wat de eigen persoon, waarin ziel en geest wonen, bereiken kan. Ik mag en Ik kan met Mijn wil niemand Mijn kracht en macht schenken, tenzij iemand komt en ze zelf neemt; want Ik zal niemand ooit verhinderen zich naar eigen keus van het leven te beroven of het oordeel over zich af te roepen, en zo kan men ook Mijn macht en kracht nemen als men die voor een goed doel nodig heeft.

 

Maar wie niet zelf komt, die zal niets krijgen -behalve de genade des lichts, opdat hij daardoor hier of in het hiernamaals de weg naar Mij vindt en onderweg inziet, dat Ik Zelf de weg naar het leven en het Leven Zelf ben. Johannes deed wat niemand deed, om volledig meester van zijn lichaam te worden. Hij zag het heil vr zich en kon het toch niet grijpen. Hij had Mij mogen volgen toen hij Mij zag en herkende. Zijn geest heeft toen geluisterd naar de ingeving van de ziel; hij begon daarom ook te twijfelen en heeft al voor de tweede maal boden naar Mij gestuurd. GJE5-235 (1-10)

www.zelfbeschouwing.info