Wie is de duivel?

Of: over het boze in de wereld

         Een bijdrage door Klaus Opitz

            http://orig09.deviantart.net/484e/f/2015/221/0/c/0c1ef1dbfdac1f7f025fb1419aaaf5d6-d4jfruy.png

[Foto van de redactie]

Of nu satan of duivel: de Nieuwe Openbaringen leert ons, dat de vrijheid van de menselijke wil door niets kan worden beperkt. God heeft het aan kleine en grote Openbaringen niet laten ontbreken, begonnen bij Adam tot vandaag toe.  De mens kan naar de herkende leer van Jezus daarmee in overeenstemming leven of handelen in strijd met de leer. Jezus zegt in het Grote Johannes Evangelie:  Zonder de vrije wil is de mens geen mens meer, maar een pure door de natuur levend gemaakte machine.” (GJE.05_109,03)

 

(1)… Bij deze gelegenheid zal Ik een nauwkeurige verkla­ring geven, waarom en waarvandaan deze door en door slechte geest zoveel verschillende namen heeft gekregen en wie eigenlijk die duivels zijn.

(2)…`Lucifer of Lichtdrager` was de oor­spronkelijke, hem kenmerkende naam. `Satana` was de tegenpool van de Godheid. Als Satana was deze geest door God werkelijk zo ten opzichte van de Godheid gesteld, als de vrouw ten opzichte van de man is gesteld. De Godheid zou Zijn eeuwige ideeën onbeperkt in haar wezen verwekken, zodat ze rijp zouden worden in haar geconcen­treerde licht. En daardoor zou dan uit het licht van deze geest een schep­ping van wezens in de grootste helderheid zijn voortgekomen. En de hele oneindigheid zou, steeds maar door, uit dit licht worden bevolkt. Want in de oneindige ruimte zou oneindig veel plaats zijn en alle eeu­wigheden zouden deze ruimten nooit zo kunnen vullen, dat er een ge­drang van wezens zou ontstaan.

(3) ...Omdat deze geest de eindeloos grootse roeping had een tweede God naast Mij te zijn, moest hij ook een daarmee overeenstemmende vrijheidsproef afleggen, die hij echter niet heeft doorstaan, omdat Hij zich boven de Godheid wilde verheffen

(5) Deze geest, waarin de Godheid Zelf haar licht had geconcen­treerd, was evenals de Godheid over de hele oneindigheid uitge­breid, waardoor het hem ook wel mogelijk zou zijn geweest van zijn kant de Godheid overal aan te grijpen en krachteloos te maken. Maar bij deze zelfzuchtige gedachten ontwaakte in hem een grote ijdelheid en welgevallen aan zichzelf en aan zijn licht en zijn eindeloze verheven­heid en kracht. In deze zelfzucht en het ingenomen zijn met zichzelf vergat hij de oude eeuwige Godheid, ontbrandde in zijn ijdelheid en consolideerde zichzelf Toen greep de Godheid zijn wezen in al zijn delen aan, ontnam hem zijn specifieke aard, vormde daaruit hemellichamen in de hele oneindigheid en sloeg de geest van dit eindeloze zielenwezen in de meest machtige boeien en ketende hem in de diepte der materie.

(6) In deze positie heet deze geest dan niet meer' Satana', maar omdat hij zich in zekere mate zelfheeft losgemaakt uit de eeuwige goddelijke ordening, heet hij 'Satan' hetgeen zoveel wil zeggen:  als gelijke pool met de Godheid. Maar men weet dat gelijke polariteiten elkaar nooit aantrekken maar altijd afstoten. Daarin ligt ook de oorzaak, dat dit we­zen ook het verst van de Godheid verwijderd is en de grootste tegen­stelling met Hem vormt

(9 ) Maar omdat dit wezen hiermee niet tevreden was, en in plaats van de beloofde verbetering steeds meer in de goddelijke ordening ingreep, werd het in een zeer nauwe gevangenis gedreven. Daar het echter gedurende die tijd al heel veel gelijkgezinde geesten uit het menselijke geslacht voor zichzelf had opgeleid, werkte het middels deze engelen van hem.

Want een diabolus of duivel is niets anders dan een in de school van Satan opgegroeide en gevormde geest.

(10) Men moet dat niet op deze manier begrijpen, alsof zulke geesten letterlijk in een school van de Satan werden opgeleid. Maar ze vormden zichzelf door middel van die specifica, die ze uit de band met deze geest in zich hebben opgenomen. Deze geesten heten, omdat ze ook het aards boze in zich hebben wel 'duivel' of wel 'leerlingen van de Satan', maar onderscheiden zich in hoge mate van hem. Bij hen is alleen maar wat tot de ziel behoort homogeen met de boze geest, maar hun geest is, hoewel stevig gevangen, toch zuiver, terwijl de geest van Satan het eigenlijke kwade is. Daarom zal en kan het gebeuren, dat alle duivels nog gered worden voordat Satan in zichzelf wordt genoodzaakt de grote reis naar zijn eeuwige val te ondernemen. (Aarde & Maan-01_056,01ff)

(10)  „Het zal het voor jullie, al is het van weinig nut, toch gedenkwaardig zijn te vernemen waar in deze Aarde de eigenlijke verblijfplaats is van de meest boze geest

[11] De zetel [kerker] van deze boze geest is het eigenlijk vaste middelpunt, waar alles druk op uitoefent, opdat hij zich niet teveel zal bewegen en het wezen van de Aarde niet zal verstoren; want als men hem maar een beetje ruimte zou toelaten, zou het in één ogenblik niet alleen met de­ze aarde, maar met de hele zichtbare schepping gedaan zijn. Want er woont een geweldige kracht in hem, die alleen door de sterkste ban­den kan worden bedwongen en die Ik alleen kan smeden, daar Ik de Heer ben. Maar al is hij nog zo sterk gebonden, toch laat hij nooit na zijn aartsboosheid in de opstijgende specifica te blazen.  Deze ademtocht van zijn wil is nog machtig genoeg om de dood in alle zielenspecifica in te planten, waardoor alle aardse schepsels steeds onderworpen blijven. Want al het organische kan vernietigd worden en alle mate­rie is in staat de dood en de vernietiging te bewerkstelligen. Dit alles is afkomstig van de adem van de wil van het allerkwaadste boze, wiens innerlijke boos­heid zo onbegrijpelijk verschrikkelijk is, dat men zich daarvan nooit het minste begrip zal kunnen maken. Want het kleinste beetje begrip van het eigenlijke boze van deze geest, zou op zichzelf zo dodelijk zijn, dat geen mens het zich zou kunnen voorstellen en in leven blijven. En zou Ik alleen maar een korte beschrijving van het eigenlijke boze van deze geest geven, dan zou dat jullie dadelijk doden. Alles wat jullie al gehoord hebben over deze geest zijn maar zeer zwakke en ver verwij­derde schaduwbeelden en ze zijn aan alle kanten door Mijn bescher­mende genade omgeven en zijn voldoende voor jullie om zijn bestaan te vermoeden. (Aarde & Maan-01_55,10)

(2) De Satan, die al een groot aantal zeer slechte aanhangers heeft, stuurt zijn handlangers op bepaalde tijden onder de mensen te mengen, met de opdracht om iedereen te vangen, die maar te vangen is en geen middel onbeproefd te laten, om een of andere ziel voor de hof staat van de vorst van alle verdorvenheid en leugen te vangen. Met zo'n opdracht begeven de slechte handlangers zich dan op allerlei sluipwegen naar de bovenwereld

(3) Daar echter zowel in het rijk van de goede als van de boze geesten niets zozeer gerespecteerd moet worden als de vrije wil, - in zoverre die niet al te grof kwaad in zijn schild voert, - worden ze vrij gelaten, maar natuurlijk onder voortdurend, heimelijk toezicht. Want ze moeten later niet kunnen zeggen: ‘wij wilden de weg van verbetering opgaan, maar men liet dat niet toe!

(4) Maar als men dat toestaat en hen veelvuldig de gelegenheid daartoe biedt, die meestal misbruikt wordt, dan hebben ze daarna ook niets meer in te brengen als ze in een slechtere toestand moeten terugkeren dan die, waarin ze zich aanvankelijk bevonden! (Aarde & Maan-01_058,02)

[9] Onder 'satan' moet je dus de hele materiële schepping in het algemeen verstaan, en onder' duivel' de afzonderlijke specifieke delen daarvan.

[10] Wanneer een mens op deze wereld Gods wil kent en ernaar leeft, verheft hij zich daardoor uit de gevangenschap die eigen is aan al wat geschapen is en gaat over naar Gods vrijheid, die eigen is aan wat niet geschapen is.

[11] Een mens, die echter niet in een God wil geloven en derhalve ook niet wil handelen volgens Zijn aan de mens geopenbaarde wil zinkt vervolgens steeds meer en dieper weg in het geschapen materiële en wordt geestelijk onzuiver, slecht en gericht kwaadaardig, en bijgevolg een duivel. Want al het louter geschapene en gerichte is, zoals reeds gezegd, ten opzichte van het ongeschapen zuivere en vrije geestelijke onzuiver, slecht en kwaad; echter niet omdat God uit Zichzelf ooit iets onzuivers, slechts en kwaads had kunnen scheppen, maar enkel en alleen, omdat het in de eerste plaats ten behoeve van het bestaan noodzakelijkerwijs iets moet zijn dat geschapen is, begiftigd met intelligentie en daadkracht en in de mens tevens met een vrije wil, en in de tweede plaats omdat het, om ooit zelfstandigheid te verwerven, in zichzelf zelfstandig gebruik moet maken van wat als geschapen gegeven is en dat als het ware tot zijn eigendom moet maken. (GJE.08_034,09f

[10] Maar niemand zal dan kunnen zeggen: 'Ik heb niet geweten wat ik moest doen!' En zou een mens hier nog zo ver vandaan zeggen: 'De roep van God is niet doorgedrongen tot mijn oren!', dan zal tegen hem gezegd worden: 'Vanaf dit uur (tijd van Jezus’ leven) is er geen mens op de gehele Aarde, die niet in zijn hart waargenomen heeft, waar hij zich aan moet houden.'

[11] leder zal een waarschuwende stem [geweten] in zijn hart krijgen, die hem aan zal geven wat goed en alleen juist is. Wie deze stem zal horen en daarnaar zal handelen, zal het grotere licht bereiken en dat zal alle wegen van de goddelijke orde voor hem verlichten." (GJE-02_230,10f)

“Er bestaat in de gehele heilige Schrift geen vers en geen hoofdstuk, dat het grootste daar wil samenvatten, als de gelijkenis van de ‘verloren zoon’. – Ziet, hij heet ‘Lucifer’!

Deze naam verbergt het totale, en voor jullie als een eeuwig onbegrijpelijke en eindeloze samenvattende handleiding van de verloren zoon. 

Nu denken jullie, dat bijna de totale tegenwoordige mensheid niets anders zijn dan leden van deze ene ‚verloren zoon‘. En weliswaar namelijk degenen, die afstammen uit de ongezegende geslachtslijn van Adam.

Ziet, deze `verloren zoon` heeft al het vermogen, dat hem toekwam, aangematigd en de voor jullie begrippen in de nu eindeloze ver uitgerekte tijdruimtes, dit door alles heen verkwist.

Jullie weten uit de geschiedenis van de verloren zoon, hoe het met zijn lot verging. Nu bekijk al deze wereldse omstandigheden; en  waarlijk, jullie zullen niets zien dan het eindlot van de verloren zoon in de uitgerekte maatstaven….

Daarom blijf alleen nog een korte tijd en verheug jullie in groot vertrouwen! Want waarlijk, het grote Vaderhuis is jullie meer nader gekomen dan jullie dat vermoeden! [Hemelse Gaven 3 -306], “De verloren Zoon” – verzen 1,9 en 20]

      Wij danken Klaus Opitz hartelijk voor zijn nuttige aangebrachte thema’s !

 

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, januari 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens