Doen en laten in hiernamaals vergolden

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De arts Borus: ‘De wereld heeft altijd al terwille van haar hang naar een goed leventje miserabele vragen gesteld aan de een of andere vriend, die meer gaf om de zuivere waarheid dan om alle koninkrijken van de met vloek beladen wereld, en daarom vindt de heilige waarheid ook altijd haar graf in de huid en de buik van de mens, die van een goed leventje houdt!

 

Wie meer geeft om het goede leven en een schitterende reputa­tie in de wereld dan om de goddelijke waarheid, die raakt, al heeft hij nog zo'n goede inborst, in zulke vragen en overwegingen verstrikt, trekt zich dan uit het goddelijke licht in de duisternis van de wereld terug en verloochent op die manier God en al Zijn licht, - en als men vraagt: Waarom? - Wat noodzaakt zijn hart daartoe?

 

Wel, niets anders dan zijn hang naar alle soorten van luxe! Gulzig grijpt hij daarom naar alles waarmee hij zich van een goed leventje kan verzekeren; en als hij dan vaak met veel moeite en inspanning datgene bereikt, waar hij zijn wereldse zinnen op heeft gezet, gooit hij alle waarheid over boord; en bij het geringste teken dat hij door die waarheid iets zou moeten inboeten van zijn prachtige luxueuze welvarende leven, tiranniseert hij liever alles, wat ook maar een vonkje echte waarheid in zich heeft. Word hij dan echter ongelukkig en ziek en raadpleegt hij een dokter, dan wil hij alleen maar waarachtige hulp! Waarom daar dan wel waarheid, en overal elders niet!’

 

Er is toch een groot hiernamaals achter de poort van het graf, waar ieders doen en laten precies vergolden wordt! Borus: ‘Ik heb mijn eeuwige leven in mijn hand en ik zou er, als dat mogelijk was, duizend lichamelijke levens voor over hebben, als het alleen voor die prijs verkregen kon worden. Maar ik heb het, en het eeuwige leven heeft mij geleerd om het vleselijke leven te verachten en er alleen maar zoveel waarde aan te hechten als voor mij nodig is en ook moet zijn, om daardoor het eeuwige leven van de ziel in al haar volheid te verwerven’. bron: [GJE1-229]

www.zelfbeschouwing.info