DIER NIET ONDER MORELE WET

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Het dier staat op een dusdanige trap dat een dwang die in zijn aard is ingeprent, geen verdere morele schade kan veroorzaken aan zijn ziel, omdat de ziel van een dier nog lang niet toe is aan een vrije morele wet. Maar de ziel van de vrije mens zou door een innerlijke, mechanische dwang in haar wezen zeer grote schade lijden, omdat het onder het oordeel staande dierlijke geheel in tegenstelling tot haar vrije zedelijke natuur zou zijn. GJE3-17 [4]

'Niet van de dieren moet een mens leren wat te doen, maar van de Heer van de natuur Zelf! De mens wordt geacht verstandiger te zijn dan een dier. (Bron: de jeugd van Jezus, hfdst.131) De goede en edele huisdieren zijn zelden vraatzuchtig, terwijl een wolf, een hyena en soortgelijke beesten dag en nacht wel zouden willen vreten. Bron: GJE2-201 - De geheel dierlijk geworden eigenliefde van de mens; want het dier houdt alleen van zichzelf en een wolf vreet, als hij honger heeft, zijn soortgenoten op. (Bron: GJE1-16:7)

 

Een mens, die weer dierlijk geworden is, dat is mogelijk, maar dan verschrikkelijk [GJE1-16:7]. Die mens is weer terug bij af. De grootste degradatie. Dieren houden namelijk van zichzelf. Als een mens teveel van zichzelf houdt, dan heeft hij een grote fanatieke eigenliefde, dan is hij al geheel dierlijk geworden. Natuurlijk mag je van jezelf houden, maar evenveel als je naaste; en nog meer van de Heer. Lorber drukt het zo beeldig uit via de Heer: ‘Het getal 666, het getal van het dier: 600 delen voor je zelf, 60 delen voor God, 6 delen voor je naaste. In dat geval ben je een grote egoďst en een dierlijk geworden mens, die niet meer geschikt is voor het hemelrijk.

 

We denken eveneens aan onze tijd, waarin overal de ‘www’ centraal staat. De 6e letter in het Hebreeuws geldt als het getal 6 en symboliseert de Hebreeuwse letter W. Omgekeerd verbindt deze letter het positieve aspect van de liefde. Het is een verbindingsteken en wordt in de Hebreeuwse maar ook in onze taal als ‘voegwoord’ [en] gebruikt. Zomede staat de mens in verbinding tot zijn Meester, doch in het ergste geval is de Satan zijn meester.

 

De mens moet niet zozeer van dieren leren, maar van de Schepper en de mens staat immers boven het dier, in zover de dieren aan hem ondergeschikt willen zijn. Wij worden verstandiger geacht dan een dier! [Jeugd van Jezus 131] - Het dier staat niet onder de morele wet, maar staat op een dusdanige evolutietrap, dat dwang, die in zijn aard is ingeprent, verder geen normale schade kan veroorzaken aan zijn ziel.

 

Teken bijvoorbeeld een denkbeeldige cirkel en snijdt deze in 10 delen, waarbij het topje [1] en het onderste topje [6] even buiten beschouwing gelaten worden als de twee grote tegenkrachten, die echter de andere delen wel met elkaar verbinden en onderhouden. Zoals de 2 tegenover de 10 [horizontaal wel te verstaan], de 3 tegenover de 9, de 4 tegenover de 8 en de 5 tegenover de 7. De planten- en minerale wereld evolueren naar een hogere plan [dat weliswaar miljarden jaren kan duren]. Zij komen tenslotte in de astrale vormwereld terecht [de dierenwereld, maar ook het tussenrijk [tussen hemel en hel], om tenslotte een mensenziel te worden met een vrije wil [3].

 

De mens kent geen mechanische dwang in zijn wezen. Zou dit wel het geval zijn, dan zou hij daaronder erg grote schade lijden. Maar de mens is geen machine en hij heeft en behoudt te allen tijde zijn vrije wil. Hij mag en kan kiezen tussen dit of dat, maar blijft wel verantwoordelijk voor zijn keuze. In bovenstaande beschrijving maken we op, dat het dier geen vrije wil kent zoals de mens, maar in zeer beperkte mate zijn keuze kan maken. Het dier staat nog onder het gericht, dat is het ‘oordeel’, maar het staat niet onder de morele wet.

www.zelfbeschouwing.info