DEMONEN, allerslechtste

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De Heer gebood de duivelse demonen in de allerdiepste hel te gaan. Maar de duivels brullen en roepen onder verschrikkelijk gehuil: ‘’als uw macht ons kan dwingen, geef ons dan liever de witte mieren in Afrika als woonplaats, want bij hen is het beter dan in onze hel. Doch de Heer had dit keer geen medelijden met hen. ‘Zij echter verontschuldigen zich dat het in hun aard lag om slecht te zijn.’

 

IK zeg: "Maar het ligt ook in jullie aard om goed te zijn, want jullie kennen goed en kwaad; maar jullie hoogmoedige wil is slecht en ontembaar en jullie kan dus geen genade en mededogen ten deel vallen! Jullie willen zelf lijden en gepijnigd worden, daarom worden jullie uit vrije wil eeuwig gepijnigd! Want Mijn orde duurt eeuwig en is onver­anderlijk, dat weten jullie heel goed. Maar jullie weten ook, wat je moet doen om een goed gebruik te maken van de eeuwige orde. Omdat je haar echter in je nadeel verandert, draag dan ook je verlies en verdwijn dus uit Mijn ogen!”

 

Dan klinkt er een daverende knal, rook en vuur komen uit de Aarde en een in een oogwenk ontstane spleet verslindt het ellendige ongedierte. Want de uitgedreven geesten zagen er voor de aanwezigen uit als koolzwarte slangen, die nu gezamenlijk door de vurige scheur in de Aarde werden verslonden, hetgeen de aanwezigen zo deed schrikken dat Zij begonnen te rillen.

 

De zonen van Marcus [de Romein] tilden toen de vijf op de grond liggende mensen op en goten hen wat wijn in de openstaande mond. Daarop kwamen deze snel tot bewustzijn en wisten niet wat er met hen was gebeurd. IK zei tegen hen: "Neem nu wat brood met zout en dan nog wat wijn, dan zullen jullie weer op krachten komen en je bezinning weer helemaal terug krijgen!" GJE3-21(13-18)

www.zelfbeschouwing.info