Waarom de Aarde de nietigste en deemoedigste planeet is?

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: (DE HEER:) We zijn nu al voor de geopende deur. En die heerlijke hemelwereld, die je daar in volle klaarheid ziet: die grote wal die heel ver weg te zien is, lichtblauw en waarboven in een passende ordening nog zeven lichamen als vrij zwevend te zien zijn, komt allemaal overeen met de planeet Saturnus; de mooiste en beste van alle planeten die een baan om de zon afleggen. Om deze zon legt ook jouw aarde haar baan af, als de lelijkste en laatste planeet in de hele schepping, die bestemd is om de grootste geesten te dienen als school van de deemoed en van het kruis.

 

Dit is om de volgende reden zo bepaald: Zie, als een of andere grote en machtige heerser van de wereld op zijn gerfde familiegoed woont en leeft en dan dikwijls te paard of per koets door de stegen en over de pleinen van de stad rijdt, dan kijken de bewoners die toch zeker de naaste buren van zon machthebber zijn, nauwelijks op om hem als hun regent te begroeten en eer te bewijzen. Daar is hij echter gewoonlijk ook helemaal niet op uit, omdat hij zijn buren kent en wel weet, dat ook zij hem kennen.

Als hij echter een klein plaatsje bezoekt, dat daar een eind vandaan ligt, buigt iedereen voor hem en aanbidt hem gewoonweg. Hij echter laat in zon klein plaatsje ook zien, wat hij eigenlijk is; wat hij in zijn residentie niet kan doen: ten eerste, omdat ieder mens hem toch al kent en ten tweede, omdat het juist daarom geen effect zou hebben.

Het is hetzelfde, als wanneer iemand op de wereld in een grote hal een lood buskruit zou aansteken, waar zon explosie ook gene effect teweeg zou brengen. Wel echter, wanneer dezelfde hoeveelheid kruit in een zeer kleine ruimte zou worden aangestoken, waar dan een dreunende knal zou plaatsvinden en een verwoestende werking door de explosie.

 

Omdat echter het grote zicht ten opzichte van het kleine pas echt groot toont, het sterkste tegenover het zwakke pas echt sterk, het machtige tegenover het onmachtige zeer machtig is juist de aarde in alles zo armzaligst geschapen, opdat ze de eens grootste en schitterendste geesten f ter deemoediging zal dienen en hen daardoor tot nieuw leven wekken, of echter als gericht, waardoor ze een nieuwe, eeuwige dood ervaren. Want zoals Ik je vroeger al heb laten zien, dient het kleine en onaanzienlijke op zichzelf er ook toe, om het grote en aanzienlijke als zodanig te verhogen. En dat is al het gericht, ofschoon het grote en aanzienlijke zich daar, waar alles klein en onaanzienlijk is, hiernaar moeten richten en zich moet verdeemoedigen.

 

Als dus een groot mens door een nauw en laag poortje in een vertrek wil komen, dan moet hij zich van tevoren klein maken en heel diep bukken, omdat hij anders in geen geval in het vertrek kan komen. Zo is ook de aarde een smalle en doornige weg en een lage en nauw de poort naar het leven voor die geesten, die vroeger zeer groot waren en nog groter wilden zijn. Maar deze geesten wilden deze weg die hun oude hoogmoed zeer verdeemoedigt, niet accepteren en zeiden, dat deze weg voor hen te klein was: een olifant zou nooit als een mug op een haar kunnen lopen en een walvis niet zwemmen in een regendruppel. Daarom zou zon weg een dwaze weg zijn en Degene die hem bereid had, zou geen inzicht en verstand hebben.

 

Daarom nam Ik als de allerhoogste en eindeloos grootste geest van eeuwigheid het kruis en ging deze weg als Eerste, allen ten voorbeeld. En Ik liet zien, hoe deze weg die de grootste en almachtigste Geest van God kon gaan, ook door alle andere geesten gemakkelijk kan worden bewandeld en dat daardoor ook het ware, vrije, eeuwige leven kan worden bereikt. Daarna bewandelen velen reeds deze weg en bereikten daardoor het gestelde, gewenste doel, namelijk de verheffing tot het kindschap van God en daardoor het erfdeel van het eeuwige leven in alle macht, kracht en hoogste voleinding. Dit erfdeel bestaat hierin, dat zij zich verheugen in het bezit van al die scheppende eigenschappen, die Mij eeuwig zonder beperking eigen zijn.

 

Dat echter is niet gegeven aan de geesten van alle andere talloze sterren en planeten, zoals ook niet aan alle ledematen van het lichaam het gezichtsvermogen gegeven is, of het gehoor en nog minder het gevoel van het innerlijke geestesoog, dat het meest eigenlijke bewustzijn is van het eigen en niet eigen zijn en het vermogen om God te zien en te erkennen. Deze zojuist genoemde karakteristieke eigenschappen hebben slechts enkele bepaalde lichaamsdelen, terwijl talloze andere lichaamsdelen deze hoogste levenseigenschappen op zichzelf volledig ontberen, maar ze kunnen als ledematen van hetzelfde lichaam voortdurend meegenieten.

 

Dit geldt ook voor de bewoners van alle andere gesternten: zij zijn vergelijkbaar met afzonderlijke delen van het lichaam of in meer volmaakte zin van de gehele mens, die ten volle Mijn evenbeeld en het evenbeeld van alle hemelen is. Daarom hebben zij voor hun zaligwording ook alle goddelijke vermogens niet nodig, die al Mijn kinderen eigen zijn. Als echter Mijn kinderen allerzaligst zijn, zijn deze sterrenbewoners het ook in en bij hen, evenals jullie Mijn kinderen het zijn en bij Mij, jullie liefdevolste, heilige Vader van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Wanneer jij zalig bent, dan zijn al deze ontelbaren die je hier ziet, dat ook door en in jou; evenals wanneer jij je goed voelt, ook je hele lijf zich goed voelt. Daarom vereist dan ook de hoogste plicht van de heilige liefde bij Mijn kinderen, om zo volmaakt te worden als Ikzelf. Want van zon zaligste volmaaktheid hangt de zaligheid van talloze kleinkindertjes af, door wier zaligheid die van jullie steeds in het eindeloze vergroot en verhoogd wordt.

(BISSCHOP MARTINUS 43)

www.zelfbeschouwing.info