Daden

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Als je daden goed zijn, moet ook je denkwijze en uitspraken goed zijn. (GJE 1-20) In de eindtijd zal de berg, waar des Heren huis is, zeker hoger zijn dan alle bergen en zal boven alle heuvels verheven worden en alle heidenen zullen er heen gaan. En ook zullen vele volken er heen gaan en zeggen: Komt, laat ons op de berg des Heren gaan, naar het huis van de God van Jacob, opdat Hij ons Zijn wegen wijst en wij op Zijn hellingen wandelen!

 

Maar toch zal Zijn wet uitgaan van Sion en het woord des Heren van Jeruzalem komen (Jesaja 2:2‑3). Want ook al komt de genade onbelemmerd van boven op u neer, dan is dat toch niet voldoende; want ze blijft niet, als ze niet daadkrachtig aangenomen wordt, ‑net alsof je hongerig onder een boom vol rijpe vruchten zou staan waar de wind de rijpe vijgen afschudt: als je die dan niet opraapt en eet, zullen die je dan verzadigen?! Dus niet alleen het horen, maar het doen volgens Mijn leer zal maken, dat u deel krijgt aan het heil dat uit Jeruzalem tot u gekomen is! [Bron: GJE1‑38]

Aanwijzingen voor de FarizeeŽrs: Doe boete voor uw vele zonden, dan zult u merken dat het rijk van God u genaderd is. Heb God met al uw krachten lief en aanbid Hem in de geest en in waarheid; maar heb ook uw naaste arme broeder lief; vervolg uw vijanden niet; vervloek niet degenen die u vervloeken en doe degenen die u kwaad doen, goed - dan zult u gloeiende kolen op hun hoofden stapelen en God zal uw werken aanschouwen en ze honderdvoudig aan u vergelden. Leen uw geld niet uit aan degenen die het u met veel winst weer terug kunnen geven, maar leen het aan echte armen en behoeftige personen, dan zal uw geld in de hemel tegen hoge rente uitgezet zijn en de Vader in de hemel zal u altijd kapitaal en interest voor eeuwig uitbetalen.

Ontvang ook niet te gretig lof, dank en prijs van de wereld voor uw goede daden; want als u dit doet omwille van de wereld, wat zal dan uw loon in de hemel zijn? Ik zeg u: Wie op Aarde voor een goede, aan arme broeders bewezen daad het een of andere loon verlangt of in welke vorm dan ook aanneemt, die krijgt geen loon in de hemel. Wie voor de hemel werkt die zal door de hemel nu tijdelijk als eenmaal eeuwig, beloond worden; wie echter voor de wereld werkt, die zal van de wereld wel een smadelijk en vergankelijk loon oogsten; maar in de hemel zal hij zijn inkomstenboek leeg vinden en zijn loon zal verdwenen zijn en aan zijn geestelijke armoede zal heel moeilijk een einde komen. [Bron: GJE1-222]

www.zelfbeschouwing.info