Caspar, Melchior en Balthazar

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Toen de drie wijze lieden de grot binnenkwamen straalde bij hun binnenkomst een machtig Licht van het Jezus-kind uit. Zij aanschouwden wel een uur lang hun Heer en Schepper van de oneindigheid en eeuwigheid. Caspar werd geleid door de geest van Adam. Hij gaf Maria een met goud bewerkte buidel waarin drieëndertig pond van de fijnste wierook zat en zei, dat zijn gehele wezen nu voor eeuwigheid vervuld zal zijn.

 

De tweede man, Melchior – was een Moor en werd geleid door de geest van Kain en deze gaf Maria een iets kleinere buidel, ook 33 pond met het zuiverste goud en sprak: ‘Wat de Koning der geesten en van de mensen op Aarde met recht toekomt, breng ik hier voor U, Gij Heer der eeuwige heerlijkheid’.

 

De derde man, Balthazar, werd geleid door de geest van Abraham en hij bracht zijn buidel gevuld met 33 pond allerfijnste goudmirre – in die tijd een zeer kostbare specerij -  en zei, dat hij nu ziet de dag des Heren, waarop hij zich zo geweldig op heeft verheugd.

 

‘Een kleine gift wat het Kind der kinderen toekomt!’ – Maar een nog beter offer berg ik in mijn borst; het is mijn liefde, - die voor dit Kind een eeuwig waarachtig offer zal zijn!’ (Bron: jeugd van Jezus, hfdst.30)

 

[Opmerking: het getal 33 zou hier een verwijzing kunnen zijn naar de 33 jaren, dat Jezus als kostbaarste Lichtmens op Aarde vertoeven zal]. Negenennegentig  (3 x 33) pond kostbaar geld, waarvan een zeer aanzienlijk landgoed in volledige eigendom gekocht kan worden, zei Maria tegen Jozef. (hfdst.31)

www.zelfbeschouwing.info