Bisschop Martinus aan gene zijde

 

[De Heer - via de schrijfknecht Jakob Lorber 1840]: Petrus zegt tegen de aardse bisschop Martinus: Bovendien heb je ook nog een aanzienlijke portie zinnelijkheid in je, die in je ziel als kleine slangen heen en weer krioelt. Dat vertroebelt voortdurend de zinnen van je geest dusdanig, dat je alleen pas dan in staat zult zijn een beetje wijzer te praten, als de in je rustende zinnelijkheid niet door uiterlijke prikkels opnieuw wordt opgewekt.

Ik vraag je echter omwille van de Heer, sluit toch eindelijk een verbond met jezelf en begeer voortaan niet meer, wat je geest niet waardig is! Dan zal het inzicht van je geest steeds helderder worden en je zult altijd woorden spreken vanuit de zuiverste wijsheid. Indien je dat echter niet ernstig doet, zul je nooit van je domheid afkomen. En de Heer zal je, in plaats van je hoger te brengen, op de Maan van deze Aarde plaatsen, 1000 jaren lang - volgens de natuurlijke tijd van de Aarde.

 

[Opmerking: dus ook als men reeds zalig is (uit genade door de Heer) aan gene zijde, dient men daar zijn uiterste best te doen om de wil van de Heer te volgen, waartoe ook de vrije wil van de menselijke geest op de proef wordt gesteld. Het is dan nog zelfs mogelijk, indien men daarin faalt, men in een lagere staat kan worden teruggebracht, zoals hierboven wordt vermeld.]

 

Er zullen nu meteen een aantal van de allermooiste en bekoorlijkste vrouwen en dochters van de Zon tevoorschijn komen. Ik zeg je in naam van de Heer in volle ernst: Tot hiertoe en niet verder is de Heer van plan je te leiden om je eindelijk van je zinnelijkheid los te maken. Als je deze beproeving zult doorstaan, dan zal het heel goed voor je zijn. Zul je daarin echter niet staande blijven, dan zul je door ons plotseling verlaten zijn en je in plaats van op de Zon op de kaalste bodem van de Maan bevinden en met een wijze van die planeet heb je vroeger al eens kennis gemaakt.

 

Want zie, alles wat sedert je aankomst in onze geestenwereld met jou en om jou heen gebeurde, dat gebeurde allemaal hoofdzakelijk ter wille van jou, om een flinke werker in de grote wijngaard van de Heer uit je te maken. De Heer Zelf zei ook al tegen je, dat je voor Hem vooral op deze wereld een nuttige dienaar zou kunnen zijn, en daarom doet Hij ook zulke grote dingen om uit jou een goede engel te maken. Maar je moet zelf ook iets doen, als de Heer zo veel doet, anders zul je een uiterst ongunstig lot over jezelf afroepen. En je zult dan in het echte Godsrijk, dat je tot nu toe nog steeds onbekend is, in het beste geval niets anders dan een armzalige voddenraper worden! [Bron: Bisschop Martinus 1-158]

www.zelfbeschouwing.info