Besturing nemen

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Men moet, als men het recht heeft om wetten uit te vaardigen, nooit te voorbarig een nieuwe wet uitvaardigen! Is er echter een wet, dan moet men nog minder snel zijn om de gegeven wet op te heffen, want het advies van de raad van wijzen moet het juiste aangeven. Kijk, als je een nieuwe wet geeft, zul je je al diegenen tot vijand maken voor wie de wet geldt.

 

Hef je echter daarna de wet op, dan zal niemand je daarvoor dankbaar zijn, maar men zal je van zwakheid betichten en zegevierend zeggen: 'Dat is een tiran! Nu hij de overmacht van zijn vijanden ziet, zou hij graag door het plotseling opheffen van de harde wet weer bij het volk in de gunst willen komen! Maar hij zal weinig vrienden bij het volk vinden, want wie eenmaal een tiran is, is het de tweede keer dat hij aan de macht komt dubbel zo erg!'

Daarom is het beter een gegeven wet te handhaven, dan deze snel weer op te heffen. In plaats daarvan kan men de wet wel ongemerkt buiten werking stellen en bij overtredingen consideratie toepassen en niet te streng oordelen. Als er dan een andere bestuurder komt, heeft hij de vrijheid om de nagelaten wetten van zijn voorganger helemaal op te heffen en overeenkomstig de geest van het volk te vervangen door mildere.

 

Alleen in het geval dat men je er om zou smeken, kun je wel het strengste deel van een eenmaal gegeven wet te niet doen, maar altijd met het voorbehoud dat de wet direct weer in alle strengheid toegepast wordt, als er zich tekenen voordoen die aangeven dat men doorgaat met het benadelen van de door de wet beoogde goede zaak!

 

Kijk, op die verstandige manier moet iedere bestuurder de hem toevertrouwde volken leiden, als hij voorspoedig regeren wil! Een lauwe en nalatige bestuurder zal het echter spoedig betreuren als hij, door te grote toegevendheid, zich de volken boven het hoofd laat groeien! Want de volken gedragen zich tegenover hun regeerders als kinderen tegenover hun ouders.

 

Strenge en tevens wijze ouders zullen ook goede, gehoorzame en behulpzame kinderen hebben, die hun ouders zullen liefhebben en eren. Terwijl daarentegen bij toegeeflijke ouders de kinderen hen maar al te gauw boven het hoofd zullen groeien en uiteindelijk uit huis zullen jagen of zetten. Liefde met ernst en wijsheid is een eeuwige wet; wie daarnaar handelt, doet geen misstap, en de vruchten daarvan zullen goed en heerlijk smaken. Bron: GJE2-55

www.zelfbeschouwing.info