Beloftes nakomen

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De Heer: Als jullie oprecht kinderen van God willen worden, beloof dan nooit iemand iets waaraan je je niet kunt houden -of wat nog erger is -waaraan je je niet wilt houden; voorwaar, Ik zeg jullie, een afspraak of een belofte, die niet gehouden wordt, is het ergste wat bestaat! Want met toorn bezondig je je zelf en doe je allereerst je zelf schade aan; wie ontucht bedrijft, die begraaft zijn ziel in het oordeel van het vlees en schaadt ook alleen zichzelf; maar het kwaadste van alle kwaden is de leugen!

 

Heb je aan iemand beloofd om iets te doen, en komen er dan omstandigheden tussen waardoor je je niet aan je afspraak kunt houden, ga dan meteen zonder verzuim naar degene aan wie je iets beloofd hebt, en vertel hem heel eerlijk wat er aan de hand is, opdat de wachtende in dit geval andere wegen en middelen kan aangrijpen om op tijd uit de een of andere nood te geraken! Wee degene echter, die beloftes doet en ze niet houdt als hij het wel had kunnen doen; want daarmee veroorzaakt hij een omvangrijk kwaad; want de wachtende kan dan zijn plicht niet nakomen, en degenen, die hun hoop op hem gesteld hadden, kunnen ook niet verder, en zo is het mogelijk, dat zo'n onbetrouwbare belofte duizenden in de grootste verlegenheid en droefenis stort; en dus is een niet gehouden belofte het tegengestelde van de naastenliefde en daarom het grootste kwaad!

 

Een hard hart te hebben is beter, omdat dat niemand ijdele hoop geeft, en als men weet dat men van iemand met een hard hart niets te verwachten heeft, dan zoekt men andere middelen om iets in stand te houden. Maar als iemand iets wat hem is beloofd, verwacht, dan gaat hij geen andere wegen en middelen gebruiken. Als het moment daar is waarop de wachtende zijn zaken in orde had willen brengen, en degene die het beloofd heeft hem in de steek laat zonder vooraf gewaarschuwd te hebben dat hij zijn belofte om de een of andere reden, die natuurlijk waarachtig moet zijn, niet zal kunnen houden, dan is zo iemand net als de satan. Die heeft de mensen al vanaf het eerste begin door zijn profeten ook de prachtigste beloftes gedaan, maar heeft er nooit n waar gemaakt en daardoor tallozen in de grootste ellende gestort!

 

Hoed je daarom vr alles voor zulke toezeggingen en beloftes die je niet kunt nakomen en die je, wat nog kwader is, om wat voor reden dan ook niet houden wilt; want de opperste duivel ziet dat graag. GJE1-198 [1-6] - Wees liefdevol en rechtvaardig in alle dingen; want de rechtvaardigen zullen eenmaal in het rijk van hun Vader stralen als de zon op de helderste middag! Wie oren heeft om te horen, die hore (Matth. 13:43). Want Ik wil jullie nog een paar gelijkenissen over het hemelrijk geven: Het hemelrijk gelijkt ook op een verborgen schat in een akker, welke schat door een mens gevonden werd, en 's nachts haastig door hem in de volgende akker werd begraven, omdat de schat groot en zwaar was en hij hem niet naar huis kon dragen omdat dat te ver was.

Heel vrolijk ging hij toen naar huis, verkocht alles wat hij had en kocht de akker ten koste van alles (Matth. 13:44); want de schat in de akker was duizenden malen meer waard dan wat hij voor de akker gaf, en nu kon hij omdat de akker van hem was, de schat zonder gevaar uit de akker halen, en niemand kon hem het bezit daarvan bestrijden. Nu kon hij rustig zijn schat in zijn nieuwe huis brengen dat hij tezamen met de akker gekocht had, en hij hoefde niet meer in het zweet van zijn aanschijn voor zijn onderhoud te werken; want hij kon nu door zijn schat in de grootste overvloed leven.

 

‑Begrijpen jullie deze gelijkenis?' De leerlingen antwoorden: 'Ja Heer, deze gelijkenis is duidelijk; want de vinders van de schat zijn zij, die Uw woord horen, en de akker is het nog wereldse hart van de mensen, dat zij door het volgen van Uw woord eerst nog geestelijk voor zichzelf moeten kopen, opdat Uw woord in dat hart hun volle eigendom wordt en zij daarmee dan al het goede voor zichzelf en hun broeders kunnen doen!' Zo gaat dat met het echte hemelrijk. De Heer is nooit ontrouw aan Zijn beloften. (GJE 1-27-8), GJE1-198 (7-10)

www.zelfbeschouwing.info