Bedehuis

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: In het vervolg moeten jullie geen kerken voor Mij bouwen, maar onderdak en eetgelegenheden voor armen, die niets hebben om daarvoor te betalen. 

De geestelijke betekenis van de tempelreiniging, en uit deze juiste en passende gelijkenis tussen de mens en de tempel, is goed te zien, dat een mens dit nooit zo uit had kunnen leggen, maar dat God dit alleen kan, want Hij is de eeuwige wijsheid, Die alles ziet en kent.

 

Waarom blijft de Heer na deze schoonmaak niet in de tempel? Omdat Hij alleen weet hoe het innerlijk van de mens moet zijn, wil Hij daar blijvend kunnen wonen. Ook moet na zo'n reiniging de mens zijn vrijheid behouden, omdat hij anders een ledenpop zou worden.

 

Daarom mag de Heer zich nog niet toevertrouwen aan zo'n met geweld gereinigd mens, want Hij alleen weet wat nodig is voor een volledige vernieuwing van de innerlijke mens. Daarom gaat de reiniger weer uit de tempel en komt alleen maar, alsof het toevallig gebeurt, van buiten af naar het innerlijk van de mens. Hij gaat niet in op de eisen van de mens, dat Hij bij en in hem zou moeten blijven en hem zou moeten ondersteunen in de traagheid, integendeel, de mens moet geheel zelfstandig worden en daardoor een volmaakt mens worden.

 

In ons kleine bedehuis brandt weliswaar geen vlam boven de een of andere ark, maar deze brandt daarvoor des te meer en waarachtiger levend in onze harten, en dat is God welgevalliger dan alle tempeldienst in Jeruzalem, waarachter geen glimp van waarheid meer gloeit. Zie - zei Jezus - dit volk eert Mij met de lippen, maar zijn hart is verre van Mij! [Bron: GJE1‑16, 1-49, 2-86]

www.zelfbeschouwing.info