Het heilige maal in de avond

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Het lichaam van de Heer staat voor de kerk, waarin mensen wonen. Veel mensen vatten het letterlijk op, om het ‘vlees’ en ‘bloed’ van onze Heer te drinken, maar de betekenis is namelijk, dat zij het zijn, bij wie het Goddelijk goede en het Goddelijke ware van de Heer aan dezen toegeëigend zijn. Daarom is de vorm van de kerk het lichaam van de Heer en degenen die daarin wonen, wordt het Goddelijk ware geopenbaard. De ware kerk is de hemel. De kerk zit in jezelf, daarom beleef je het lichaam van de Heer in jezelf. In de Heer blijven betekent vertoeven in Zijn lichaam. [Zijn leer] Een engel kan de Heer buiten de hemel om nooit benaderen. Zo kan de mens de Heer niet benaderen buiten de ware kerk in zichzelf. Want als er geen kerk of hemel in de mens huist, dan leeft hij buiten God om.

 

De (onzichtbare) kerk kent als zodanig bepaalde classificaties. Allen worden vanuit de kerk voorbereid tot de hemel. De kerk is universeel en dus overal, waar de Heer oprecht aanbeden wordt [ook als je niet naar de kerk gaat, maar verbonden bent met de Heer!]. Waar het Woord van de Heer is, daar wordt Hij erkend.

 

Buiten de kerk wordt God niet beleden zoals in de innerlijke kerk. Het zijn personen die onwetend zijn. De Heer is alleen tegenwoordig bij hen die het Goddelijke naderen in alle deemoed en ware naastenliefde. Degenen die in staat zijn de Heer te kennen, trachten Hem te naderen buiten de zichtbare kerk om, maar zulke mensen zijn innerlijk tegen het Goddelijk menselijke.

 

Veel mensen menen – als zij niet direct tot de Heer kunnen komen en zelfs nog buiten de kerk om, dat hun vrijheid wordt beperkt. In zekere zin is dat ook zo, want de vrijheid van het eigen Zelf wordt gekortwiekt, maar… de werkelijke vrijheid wordt toch wel gevonden. Om in de echte kerk te zijn (het lichaam van de Heer) betekent ook gebonden zijn door de verhoudingen, die zij zichzelf oplegt en deel uitmaakt van het lichaam, dat de hemelse vrijheid is.

 

Als je je realiseert wat de kerk is, dan kun je vanuit je innerlijkheid slechts bidden, dat dit koninkrijk mag komen in je leven. Maar het kan alleen komen, als er ook een verlangen daarnaar is en dat er een plek in je hart hiervoor is gereserveerd. En dat betekent dat je bereid moet zijn om je eigen vrijheid op te geven en te komen in de hemelse vrijheid, in plaats van de wereldse vrijheid.

 

Het is bedroevend dat er nauwelijks iemand bereid is om zijn eigen ik op te geven. Waar deze niet wordt opgegeven, daar bestaat de kerk slechts nog in uiterlijke naam.

 

De naastenliefde bestaat daarin dat men in de ware verhouding tot de andere staat. Zo ook in de kerk. De naastenliefde in de kerk bestaat daarin, dat men in de ware verhouding tot de andere in de kerk is. Het bestaat daarin, dat wij anderen aan ons laten doen wat nodig is voor henzelf.

 

Het heilig avondmaal is een representatie van de gerestaureerde kerk. Ook het sacrament.

Belangrijk is, dat je in de Heer kunt zijn en de Heer in jou. Daarvoor is een tweevoudige invloed nodig, een directe en een indirecte. De directe invloed is de liefde uit de Heer tot de Heer. De indirecte invloed is gelegen in de naastenliefde, in een liefde van hetgeen van de Heer is in je naaste. Omdat de geestelijke wereld geen besef heeft van de directe invloed, daarvan wordt gezegd, dat zij veeleer in de naastenliefde zijn, dan in de liefde tot de Heer. Omdat de hemelse mensen een besef van beide vormen, zijn zij in de liefde tot de Heer en van daaruit in de wederzijdse liefde tot elkaar.

 

Natuurlijk is het waar, dat de ware wijsheid van de mens zijn vrije keuze te danken heeft aan een directe verhouding tot de Heer. Maar deze onmiddellijke verhouding tot de Heer kan niet bestaan zonder dat men in een ware verhouding staat tot anderen in de kerk.

 

Het heilig avondmaal beeldt de onmiddellijke verbindingen met de Heer uit. Deelnemen hieraan leert dat iemands belastbare feiten in zijn leven verzwaart, indien hij niet in de echte verhouding staat tot zijn naaste en tot de directe invloed uit de Heer.

 

Als we over de kerk schrijven, dan bedoelen wij het wezen van de kerk. Niet de personen of zoveel gemeenteleden. Zo zullen wij ook personen zien in hun ware verhouding tot het wezen, die de kerk maakt. Als we het hebben over de leden van de kerk, waaruit de kerk is samengesteld, dan kunnen wij niets zien over het wezen daarvan. In dat geval wordt het eren van een kerk veranderd in een afgoderij. Lees hiervoor de teksten: [Johannes 14:20 en Johannes 17:10 en 21-24.]

www.zelfbeschouwing.info