Astronomielessen

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De engel Rafaël: 'Kijk, zoals jullie door dit voorbeeld de juiste kennis over de hele Aarde sneller hebben verkregen dan wanneer een ervaren aard­kundige het jullie met veel woorden nog zo duidelijk uiteengezet zou heb­ben, zo zal ik jullie nu ook de verhouding van de Aarde tot de Maan, de Zon en de andere planeten duidelijk maken! We zullen de aardbol nu verder van ons weg in de lucht plaatsen, en de Maan als haar begeleider zal op een naar verhouding juiste afstand hier voor jullie ogen weergegeven worden.' Toen Rafaël dat had gezegd, was de Maan ook al - echter als een naar ver­houding kleine bol - voor de verbaasde ogen van de Romeinen tot een goed zichtbaar en gemakkelijk te herkennen bestaan geroepen.

 

Eerst werd de zijde die steeds naar de Aarde gekeerd is, van boven naar beneden nauwkeurig in ogenschouw genomen en ook verklaard, voor zover dat nodig was, en daarna pas de achterzijde, waarbij het ook niet ontbrak aan de juiste verklaring. Toen zei de commandant: 'Dat is vergeleken met onze Aarde wel een treurige wereld! De mensen, die zoals jij uitlegde alleen aan deze zijde leven, kunnen geen grote wijsheid bereiken, omdat ze op zo'n kleine, uiterst schra­le wereld slechts in zeer beperkte mate de dingen kunnen aanschouwen die God geschapen heeft’. (Opmerking: volgens Lorber kunnen zulke Maangeesten – de naar ons toegekeerde Maanzijde - nooit meer het kindschap van God bereiken, maar nog wel een bepaalde graad van zaligheid!)

 

‘Omdat ze door hun orde van dag en nacht, die geheel en al ongelijk en verschillend is ten opzichte van die van de Aarde, ook bijna geen tijd kunnen krijgen om zelfs het weinige op die kleine wereld met aandacht te bekijken en te bestuderen, vergelijkingen te maken en daaruit de nodige lering te trekken. Ze zullen wel het meest op onze apen lijken?' Rafaël zei: 'Dan vergis je je geweldig, ook al heeft het er voor jouw ver­stand de schijn van! Ik zou jou niet met een Maanbewoner willen laten omgaan; want dan zou jouw innerlijke wijsheid zeker aan het kortste eind trekken!’

 

‘Jullie mensen van deze Aarde hebben weliswaar veel uiterlijke ervaringen en dus ook veel uiterlijke kennis; maar de innerlijke kennis van het leven ont­breekt jullie, en die is onbeschrijfelijk veel belangrijker dan al die uiterlijke, schreeuwerige, ijdele beuzelarij. De Maanmensen staan daarentegen sterk in het innerlijke, beschouwen­de leven, waarin ze ook jullie bewoners van deze Aarde heel goed kennen; maar ze hebben slechts zelden enig welbehagen in jullie, omdat jullie je door je uiterlijk gerichte mentaliteit te ver van de innerlijke waarheid des levens hebben verwijderd.’

 

‘Zij zeggen van jullie dat jullie dode zielen zijn. Als het er nu zo met de Maanbewoners voorstaat, staan ze zeker op een hoger levensni­veau dan jouw aardse apen.' De commandant zei: 'Als het met de bewoners van de Maan inderdaad zo gesteld is, neem ik mijn oordeel natuurlijk onmiddellijk terug en vraag ik hun via jou vele malen om vergeving.' Rafaël zei: 'Laat dat maar voor wat het is, en laten we naar onze zaak terugkeren! Na de Aarde hebben we nu de Maan goed leren kennen. (GJE 10-14) (Opmerking: dit wordt uitvoerig beschreven in het boek Aarde en Maan’  van Jakob Lorber.)

www.zelfbeschouwing.info