Arme & rijke mensen

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Wat je voor de armen doet, dat doe je tevens voor Mij! Daarvoor zal Ik je niet hier, op deze Aarde belonen, maar als je zult sterven, zal Ik je ziel opwek­ken en Ik zal je dan verheffen tot de waardigheid (en de vaardig­heid) van Mijn dienaren, die dat schip hebben gerepareerd!'

 

Nu begon Cyrenius te we­nen en hij bezwoer dat hij voort­aan zijn hele leven zou besteden aan het welzijn van de arme lij­dende mensheid. (bron: de jeugd van Jezus, hfdst.150)

 

Zo zouden alle rijken moeten doen, dan zouden de armen nooit noodlijdend zijn. Want de armoede is een kwade zaak en verleidt de mens vaak tot grotere zonden dan de rijkdom. De rijke behoudt ten opzichte van de wereld tenminste zijn aanzien en veroorzaakt zelden zoveel wereldse aanstoot als een arme, die maar al te gemakkelijk door de nood tot de slechtste daden gebracht kan worden.

 

Maar de onbarmhartige rijke, die de armen gebruikt voor het uitvoeren van zijn zonden, is ondanks al zijn wereldse aanzien duizendmaal slechter dan de zondigende arme. Want de arme begaat de zonde uit nood, en de rijke is de aanstichter van de zonde terwijl hij zwelgt in zijn rijkdom. Maar de manier waarop jij, goede vrouw, je rijkdom nu wilt en ook zult besteden, maakt van de rijkdom een zegen uit de hemelen en dat zal in het tijdelijke en eeuwige haar beheerders de grootste winst opleveren!

 

Dus wie echt deugdzaam wil zijn, moet altijd spaarzaam en zuinig zijn, opdat hij in tijden van nood in staat is om de armen en zwakken te ondersteunen. bron: GJE2-68

www.zelfbeschouwing.info