Alfabetisch Bijbels [ingekort] register van de letter V & W

Val der geesten - De val van de eerste geschapen geesten, ofwel van de vrije en tot leven gebrachte ideeën van God in de eindeloze ruimte, is de grote scheiding, waarvan Mozes zegt: toen scheidde God het licht van de duisternis. Het gevolg daarvan is - de noodzakelijke materiële wereld, diens grote en kleine delen zoals zonnen, aarden en manen en alles wat daarin en daarop is - in de eindeloze ruimte verstrooid. Daarom vond er tijdens de zogenaamde val der geesten ook een noodzakelijke en gedwongen scheiding plaats. bron: GJE2-224

Vasthi – de Perzische koning Ahasveros, die van 485-465 v. Chr. regeerde, had een bijzondere knappe vrouw. Ze heette Vasthi. Ze kreeg ruzie met haar man omdat ze geen zin had zich op een feest te laten zien en zij mocht toen niet langer koningin zijn. Het joodse meisje Esther kwam voor haar in de plaats.

Veegeld  - Veegeld (Pecunia) was het geld dat destijds de Romeinen speciaal voor het kopen van vee gebruikten. Afhankelijk van het dier dat op de munt afgebeeld stond, kon met daarmee voor een soortegelijk dier betalen.  (GJE 1-12-11)

Veldwegen - Een paar veldwegen gaans hiervandaan is een herberg - een veldweg is ongeveer 120 meter. bron: GJE1-101 - Nu voeren wij rechtstreeks naar Nazareth vanuit Gadara. De terugvaart duurde echter wat langer dan de heenvaart. Vanaf de oever tot aan Nazareth was het nog ongeveer twintig veldwegen te gaan. Een veldweg was naar huidige maatstaf een afstand van 120 meter en een Griekse veldweg bijna 200 meter. Dus zeg maar ongeveer vier kilometer. Jezus ging naar het huis van Maria, die thuis was met de drie oudste zonen en vier maagden die al vroeger in Jozefs tijd, toen Ik nog kind was, als kind waren aangenomen en werden opgevoed. Na het maal spraken wij onze dank uit. bron: GJE1-105

Verantwoording over doen en laten - Waarlijk, geen van u allen zal Hem ontsnappen! Of u het nu gelooft of ook niet gelooft, er is tóch een groot hiernamaals achter de poort van het graf, waar alle doen en laten geheel en al vergolden wordt! Ik ken het; want ik heb het gezocht en ook gevonden. Ik heb mijn eeuwige leven in mijn hand en ik zou er, als dat mogelijk was, duizend lichamelijke levens voor over hebben, als het alleen voor die prijs verkregen kon worden. Maar ik heb het, en het eeuwige leven heeft mij geleerd om het vleselijke leven te verachten, en er alleen maar zoveel waarde aan te hechten als voor mij nodig is om daardoor het eeuwige leven der ziel in al haar volheid te verwerven; en dat ik dat heel duidelijk en waar bereikt heb, dank ik alleen maar aan Jezus, die mij de verborgen weg daarheen gewezen heeft. GJE1-229 [12-14]

Verbintenis van huwelijk – De Heer zegt tegen Irhael: ‘Ik heb jullie al verbonden en alleen deze verbintenis is geldig in de hemel en ook op aarde. Sinds Adam was er geen volkomener huwelijk dan dat van jullie nu (Irhael met de dokter Joram in Sichar bij Samaria), want Ik Zelf heb jullie verbintenis gezegend’. bron: GJE1-36

Vergevende God - Wel bestraft U allen hard, die Uw geboden niet opvolgen, maar als de berouwvolle zondaar dan weer tot U roept: 'Goede heilige Vader, vergeef mij zwakke!', o dan verhoort de heilige goede Vader hem meteen weer en helpt hem met Zijn almachtige arm uit iedere nood! GJE2-68 [8]

Vergiffenis - Wij mensen schieten tegen­over God allemaal te kort, maar als wij onze fouten erkennen en betreuren, vergeeft God ze ons ook! God is Heilig is, en wij bij Hem vergeleken zijn grote zondaars! Als dan de Heilige ons vergeeft, hoe zouden dan wij - zondaars onder elkaar onze fou­ten dan niet vergeven?! Zolang een mens niet tot een echte duivel is geworden, zolang blijft Gods genade tot zijn be­schikking, maar wordt een mens op deze wereld eenmaal door en door een duivel, dan betekent dat, dat God Zijn genade van hem heeft afgetrokken, en dat Hij hem heeft overgeleverd aan de gerechtig­heid van de hel! In het Rijk van Gods zal het eenmaal ook zo toe gaan. Er zal meer vreugde zijn over één zondaar, die zich bekeert, dan over negen en negentig rechtvaar­digen, die nooit zondigden!' (bron: jeugd van Jezus, hfdst.140)

Verlaten door - Ik zeg: 'Ik geloof dat dat niet nodig is! Wie bij Mij is en blijft, die is zonder meer in zijn echte woonplaats, en wie zich deze enige en echte woonplaats niet verwerft, die zal voortdurend in het woeste en vreemde ronddwalen als opgeschrikt wild, dat in de woestijn voedsel en een woonplaats zoekt, maar zowel het ene als het andere niet vindt en tenslotte van honger, dorst en kou versmacht en uiteindelijk een prooi wordt van de verscheurende dieren, die in de lege woestijn wonen! Wie is er dan bij Mij iets te kort gekomen?! Is iedereen niet iedere dag door de hemel verzadigd, zowel lichamelijk als geestelijk? Heeft er Iemand honger en dorst geleden, of heeft er soms iemand ergens anders onder geleden? Is er iemand door een wereldlijk gerecht vervolgd omdat hij met Mij meegegaan is?! Ik zeg je: Wie gaan wil, die ga; wie echter blijven wil, die blijve! Want niet Ik heb de mensen nodig, maar de mensen hebben mij nodig! Wie Mij verlaat, zal ook door Mij verlaten zijn, en die Mij met zoekt, die zal Ik ook niet zo ijverig zoeken! GJ1-87- [2,3]

Verlorene - Een verlorene te vinden is meer waard dan 99 rechtvaardigen, die volgens hun geweten geen boete behoeven te doen, omdat ze menen dat ze op iedere sabbat God dienen op Garizim. bron: GJE1-29  - De Heer heeft de almachtige onwrikbare wil, om ieder mens voor tijd en eeuwigheid te helpen. Het is Zijn bedoeling, Zijn plan en Zijn wil om het verlorenen te zoeken, het zieke te genezen en alles wat gevangen zit te bevrijden, maar toch moet ook ieder mens zijn onaangetaste vrije wil behouden. bron: GJE2-113

Vernietigen – God kan Zichzelf nooit vernietigen - Wie dus de liefde tot Mij opwekt, die wekt zijn door Mij aan hem gegeven geest, en omdat Ik Zelf deze geest ben en moet zijn, omdat er in eeuwigheid geen andere levensgeest buiten Mij bestaat, wekt hij daardoor dus Mij Zelf in hem en is daardoor in het eeuwige leven helemaal ingeboren en kan dan voortaan in der eeuwigheid nooit sterven en nooit vernietigd worden -ook niet door Mijn almacht, omdat hij een is met Mij. Ik kan Mij Zelf ook niet vernietigen omdat Mijn oneindige bestaan zich in der eeuwigheid nooit in het niet-bestaan kan veranderen. Denk daarom dus niet dat jouw liefde tot Mij dóm is, maar zij is juist zoals zij zijn moet! Volhard daarin, dan zul je eeuwig geen dood voelen of smaken!" GJE2-41 [5]

Veronika = Seraphia – zij had dezelfde leeftijd als Maria en was 48 ½ jaar bij de kruisgang van Jezus (15+33 ½ ) – Veronika heeft Jezus als knaap vaak te eten gegeven. De drinkbeker werd van haar gehaald. Lucas 23:27; in de traditie de vrouw die het gelaat van Jezus op de kruisweg met een doek afdroogt; de afbeelding op het doek is echter een illusie!

Versplintering van de ziel? - "Men klaagt God nog steeds aan en zegt: 'Hoe kon God een alles verstikkende zondvloed over de aarde laten komen en hoe kon Hij de mensen uit Sodom en Gomorra vernietigen?' O, dat was erg eenvoudig! Want waarom zou Hij van leven voorziene, opgetuigde vleesklompen nog langer op de aardbodem rond laten darren, als hun zielen zich zo ver van de oude orde van God verwijderd hebben dat bij hen zelfs het laatste spoor van bewustzijn van hun eigenlijke ik, door pure zorgen voor het vlees, is verdwenen!? Kan de ziel van de mens zich nog sterker met het vlees verbinden dan bij mensen, waarvan de ziel niet alleen geen enkel besef meer heeft van de goddelijke geest, maar zichzelf tenslotte zo zeer verliest dat zij zelfs in volle ernst haar eigen bestaan begint te ontkennen en er niet meer van te overtuigen is dat zij bestaat!? Ja, als die toestand eenmaal intreedt bij de wereldse mensheid, is een mens ook geheel opgehouden mens te zijn. Hij is dan slechts een instinctmatig, verstandig dier en voorlopig helemaal niet in staat tot enige verdere ontwikkeling van de ziel en de geest. Daarom moet dat vlees gedood worden en vergaan, samen met de te vast met het vlees verbonden ziel, opdat misschien na vele duizenden jaren een geheel vrij van het vlees geworden ziel weer de weg van haar eigen ontwikkeling en zelfstandig ­wording kan volgen, hetzij nog op deze aarde of op een andere. GJE3-11 [1-3]

Verstand en geloof - Het geloof staat echter dichter bij het zielenleven dan het grootste verstand. Door een dwangmatig geloof wordt de ziel ook geketend; als de ziel echter geketend is, dan kan er in haar geen sprake zijn van een vrije ontwikkeling van de geest. Als echter, zoals bij jou, eerst het verstand het juiste inzicht verkregen heeft, dan blijft de ziel vrij en haalt uit de kennis van het verstand altijd alleen maar zoveel, als ze verdragen en verteren kan. En zo vormt zich uit een goed ontwikkeld verstand een waar, vol, levend geloof, waardoor de geest in de ziel een juiste voeding krijgt en daardoor steeds sterker en machtiger wordt, -wat een mens meteen kan waarnemen, als zijn liefde tot Mij en tot de naaste steeds sterker en machtiger wordt. Maar, zoals reeds aangeduid, daar bij de mens het verstand vaak helemaal niet ontwikkeld is en de mens slechts het geloof heeft, dat in zekere zin op zichzelf slechts gehoorzaamheid van het hart en zijn wil is daarom moet de mens heel voorzichtig behandeld worden opdat hij niet ten prooi valt als de dag ongeveer veertien aardse dag­ en nachtlengtes, en daardoor ziet je oog vanaf je aarde de voortdurende wisseling van het licht op de maan, - en dat is een groot verschil tussen de maan en jouw zoveel grotere Aarde. Als je dus het hart van een mens werkelijk toerust voor het leven, vergeet dan niet om eerst het verstand goed te ontwikkelen, anders maak je van hem een blinde zonaanbidder waar je niets aan hebt.' GJE1-155 [8-11 en 18]

Verstandelijke vermogens - dat de verwante verstandelijke vermogens elkaar ook werkelijk hebben aangetrokken en zijn samengegaan. Mozes kon voor dit toen nog uitermate geestelijk gebeuren kennelijk geen deugdelijker en algemener beeld bedenken dan het beeld van de materiële aarde. Want de aarde is toch niets anders dan een con­glomeraat van alleen maar aan elkaar verwante stoffelijke deeltjes, die elkaar aantrekken. Maar 'Het was nog duister op de aarde' zegt Mozes verder. Dat hij beslist wel wist dat de Aarde als kind van de Zon minstens een miljard maal miljarden Aardse jaren jonger dan moeder Zon bij haar ontstaan niet duister kon zijn. Maar Mozes heeft daarmee weer met een beeld aangegeven, dat het verstandelijke vermogen en het vermogen tot aantrekking door verwantschap van de verstandelijke vermogens nog generlei besef, begrip en zelfbewustzijn teweegbrengt wat allemaal identiek is aan het begrip 'licht' ‑. Integendeel, dat wordt pas teweeggebracht als zij samengaan, waarna zij elkaar onder druk zetten, waardoor wrijving ontstaat en er in zekere zin gevochten gaat worden. Hebben jullie nog nooit gemerkt wat er gebeurt als men stenen of hout hard over elkaar wrijft? Wel, dan komt er vuur en licht te voorschijn! En zie, dat is het licht dat Mozes in den beginne laat ontstaan!"bron: GJE2-219 – Naast Mozes kwamen er ook andere Verstandigen en wijzen. De Heer heeft hierna weer andere mensen daarvoor uitgekozen, om het Zijn kinderen goed uit te leggen, als verstandigen en wijzen der wereld. 1 Kor. 1:19

Vertrouwen - Wie op God vertrouwt, wordt ook door God vertrouwd. bron: GJE1-125

Vergeving - Doe wel aan degenen die jullie kwaad doen; zegen die jullie vervloeken en bid voor hen die jullie vervolgen. bron: GJE1-210

Vervloeking Bijbelse steden door Jezus - En zij hebben zich niet verbeterd (Matth. II:20) ondanks al Mijn prediking, en al Mijn daden lieten hun harten onberoerd. Daarom wee, Chorazin, wee Bethsaïda! Als in Tyrus en Sidon zulke daden gebeurd waren zoals bij jullie, dan zouden ze tijdig in zak en as boete gedaan hebben! (Matth. 11:21) Maar Ik zeg jullie: Op de jongste dag van het gericht in de andere wereld zal het Tyrus en Sidon draaglijker vergaan dan dezen! (Matth. 11 :22) En jij trots Kapérnaum, dat verheven werd tot in de hemel, zult neergestoten worden in de hel! Want als in Sodom zulke wonderen waren gebeurd als bij jou gebeurd zijn, dan stond die stad er op de huidige dag nog! (Matth.11 :23) - GJE1-148 [3-5] -  Na dit leven komt er nog een leven, dat nooit eindigt, of het nu goed is of slecht, ‑ het duurt even lang. En voor die eeuwige tijd geef Ik nu reeds een rechtvaardig oordeel: Ik vervloek al de steden, waarin Ik zoveel goeds gedaan heb en waarvan Ik nu een loon ontvang zoals jullie dat zojuist hoorden! Daarom wee, Chorazin, wee Bethsaida! - Maar nogmaals zeg Ik jullie: Eenmaal in de andere wereld op de jongste dag van het gericht, zal het land der Sodomieten het draaglijker hebben dan jij (Matth. 11:24), jij trotse en mateloos ondankbare stad! Heb Ik daarom duizenden van je zieken genezen en je doden opgewekt, dat je Mij nu vervloekt?! Duizendmaal wee voor jou op de dag van het gericht in het hiernamaals! Daar zul je ondervinden, Wie Degene was Die je vervloekt hebt!' Na Mijn strafrede kregen velen een visioen en zagen, hoe het op de jongste dag zal vergaan met zulke steden; die door Mij vervloekt zijn, en zij zagen Mijn gestalte in de wolken en uit Mijn mond kwam een vloek en deze trof de vervloekte steden! bron: GJE1-148 [2,6,7]

Vesting Sichar - Omdat het voornamelijk een vesting voor Romeinen is, hebben ze het van Sichar gescheiden, er een wal omheen gelegd en het een eigen naam gegeven. Dit plaatsje is niet groot, met duizend passen zijn we er doorheen. Daarna gaan we naar links en dan is het nauwelijks zeven veldwegen gaans tot aan de eerste huizen van Sichar. bron: GJE1-66

Vijand overwinnen - Wie echt een held wil zijn, mag de vijand niet vernietigen, maar moet zich alle moeite getroosten om het hart van de vijand door verstand, geduld, liefde en wijsheid te winnen; slechts dan kan hij er zich over beroemen een echte overwinning op zijn vijand behaald te hebben en de bestreden vijand zelf zal zijn grootste loon zijn.' GJE1-201 [16]

Viervorst -  dat was iemand die over een vierde deel van een land of streek regeerde

Vijfduizend werden gespijzigd - Er waren slechts 5 gerstebroden en 2 gebraden vissen. Men vulde twaalf van die grote korven met de overgebleven brokken gerstemeelbrood - Matth. 14:20 - en er hadden ongeveer 5000 mannen gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend - dus wellicht het gemiddelde drievoudige van 5000 = 15.000 personen.

Daarna ging Jezus helemaal alleen op een dicht bijzijnde kale berg en bad om Zijn vleselijke mens nog sterker te verenigen met de Vader. En Hij zag zijn discipelen bij de heldere maneschijn op het schip dat al midden op het meer was, want het meer was daar niet zo breed - en zag, hoe zij te lijden hadden van de golven. bron: GJE2-95

David was de zoon van Isai. Hij ontspruit uit de roede van Isai. uit de virga Jesse. Jesse is Isai, de vader van David. Virga betekent roede. Maagd is virgo in het latijn. Op een glasraam in de Virga Jesse Basiliek in Hasselt is de roede van Jesse mooi uitgebeeld als een boom. Aan die stamboom komen verschillende twijgen. De eerste nakomeling is David. Bovenaan de top prijkt Maria. Zij stamde uit de stam van David. Ook Jozef kwam uit het geslacht van David. In verband met de afstamming van Jozef dient een belangrijk huwelijksgebruik onder de Joden vermeld, namelijk dat de vrouw vaak huwde met een man uit haar familie. Dit moest zeker geschieden wanneer het meisje een zogenaamde erfdochter was, d.w.z. het enig kind van haar ouders. Volgens de oudste en geloofwaardigste tradities was Maria zulk een erfdochter en moest zij huwen met iemand uit haar stamverwantschap. Door nu te bewijzen dat Jozef van David afstamde, toonden de evangelisten inclusief de Davidische afstamming van Maria aan, waardoor Jezus niet alleen wettelijk door Jozef, doch ook natuurlijk door Maria de ware zoon van David genoemd kan worden. Causae et Curae

Vissen – vissen worden in de Bijbel verdeeld in ‘reine’ en ‘onreine’ vissen; De eerste mocht je eten, de tweede niet. ‘Al wat schubben heeft’, was rein, maar wat ‘geen vinnen en schubben heeft van wat in het water wemelt’, was onrein;

Vlucht van Herodes - Was Jozefs gevlucht voor hem? Nee! Denk je soms dat Ik gevlucht ben voor Herodes om Mij veilig te stellen voor diens woede? Neen hoor; Ik ben alleen maar gevlucht om hem te sparen. Ware hij onder Mijn ogen geko­men, dan zou het namelijk voor eeuwig met hem gedaan zijn geweest!  En de kindertjes, die te Mijnen behoeve gewurgd werden, die zijn meer dan gelukkig in Mijn Rijk! Dagelijks zijn ze om Mij heen. Nu al erkennen zij Mij als hun Heer voor alle eeuwigheid! (bron: jeugd van Jezus, hfdst.72)

Voedsel – vlees mocht men alleen eten wanneer dit van reine dieren was. De wet van Mozes had dit precies omschreven. Melk mocht vers of zuur zijn. Boter en kaas hiervan maken was die volkeren uit de Bijbelverhalen wel toevertrouwd. Men at driemaal per dag. De vruchten, groenten, gebakken brood vulden de maaltijd aan. In de OT –tijd zat men meestal op de grond bij het eten; in het NT at men liggend op de banken, vandaar het woord ‘aanliggen’. De gastvrijheid was in Palestina altijd bijzonder groot.

Voelen [aanvoelen] - Petrus kon zien hoe de vorm van de ziel wordt opgebouwd. De ziel stelt zich als doel een bepaalde rijpheid te bereiken. Dit kan zij alleen door middel van de vorm doen. Natuurlijk past het lichaam bij dit doel. In elk wezen is er altijd een bewustzijn aanwezig, hoe gering dit ook mag zijn. Zo hebben planten het vermogen om te voelen. Planten hebben geen hart. Wel is er in hun binnenste een soort levensbeginsel door passende sappen, die door fijne kanaaltjes vloeien. Planten hebben wel zenuwenze kunnen dus voelen – maar heel grove zenuwen. Alles wat geschapen is heeft ook het vermogen om te voelen. De activiteit van een ziel groeit steeds meer uit en verlangt naar verdere ontwikkeling van haar bewustzijn. Dit verlangen heeft de Heer elk wezen meegegeven als aansporing. Hierdoor wordt het doel van de transformatie van het universum bereikt, zonder enige dwang. De drijvende kracht is de geest uit God. Deze kan pas in de mens levend worden. (GJE11-56)

Voeten - De rechtervoet geeft de voortgang aan in de wereld. Deze voet wordt echter verwijderd, (geestelijk afgehakt) en als de wil er is (linkerhand) zich bezig te houden met het juiste te doen, dan is de voortgang naar het gebied van het eeuwige leven er al vanzelf. E 1-44-2) - U, als Samaritanen, kunt echter gevoeglijk met de voeten beginnen, want ofschoon uw oog nu naar het goddelijke is gewend, en uw handen goed werk doen, is uw voet, of wel uw lust tot verder gaan, puur op de wereld gericht! De voeten zijn met recht in zekere zin de slaven van het lichaam, meer nog dan op de andere delen van het lichaam. GJE1-44 [3] en GJE2-207

Voetwassing het was in oude tijden gewoonte de voeten te wassen voordat men aan de tafel ging, zoals wij onze handen eerst wassen. Dit was ook niet overbodig, want de wegen waren stoffig en men liep op sandalen. Het wassen was het werk van slaven. Jezus waste de voeten van de discipelen om hun een voorbeeld te geven. Joh.13:1-20

Voetwassing - Johannes 13:6 Hij dan kwam tot Simon Petrus: en die zei tot Hem: ‘Heer, zult Gij mij de voeten wassen?’ Johannes 13:8 Petrus zei tot Hem: ‘Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid.’ Jezus antwoordde hem: ‘Indien Ik u niet was, zult gij geen deel met Mij hebben!’ Johannes 13:9 Simon Petrus zei tot Hem: ‘Heer, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd. ‘Nadat zij op de traditionele wijze het lam hadden gegeten, stond Jezus op, omgordde Zich en begon aan de voetwassing (Joh. 13:4-12), waarmee de diep­ste verdeemoediging van de Mensenzoon werd uitgedrukt. Dit was een taak van de laagste dienaren en slaven. Tegelijkertijd wordt daarmee gezegd dat niemand Zijn wegen kan bewandelen, zonder dat de Heer eerst de in­strumenten voor iemand heeft gereinigd. Die maken het hem ook mogelijk deze weg te gaan. Dat wil dus zeggen, dat het hart volledig gereinigd moet zijn van al het stof van de wegen van de wereld, die men dan tot nu toe heeft bewandeld. De Heer is degene die daarvoor de middelen zal aanreiken. Daarom moet niemand die wassingen vrezen, anders zal hij geen deel aan Hem hebben, zegt Jezus. Hij gaf de leerlingen hiermee dus een diepzinnige leer in een symbool, waarbij natuurlijk niet het symbool de hoofdzaak is, maar de daarin vervatte kern. Zoals Hij Zijn leerlingen reinigde, moeten ook de mensen onder elkaar ernaar streven elkaar te reinigen, opdat ze Hem met een gezuiverd hart, dus met gewassen voeten werkelijk kunnen navolgen.’ (GJE11-71)

Vogels – deze komen in de Bijbel ook veel voor – hun leven wordt dikwijls als voorbeeld aangehaald. Er werden, net als bij de vissen, reine en onreine onderscheiden. Reine waren ‘van al het gedierte met vleugels dat op vier poten gaat: die boven zijn voeten dijen heeft om daarmee over de grond te springen’. Lev. 11 en Deut.14. De arend, de lammergier en alle soorten raven bijvoorbeeld waren onrein.

Volmaaktheid - De mens van deze Aarde is niet minder geroepen om volmaakt te worden zoals de Vader in de hemel volmaakt is. Dat was weliswaar tot op heden niet mogelijk, omdat de dood op deze Aarde de scepter zwaaide; maar van nu af aan is het mogelijk voor iedereen, die er ernst mee maakt om volgens Mijn leer te leven. Ik denk dat als God dit voor zo iets gerings,namelijk voor het gemakkelijk handelen volgens Mijn leer, wil geven, dat dan de mens toch ook geen moeite of werk uit de weg moet gaan om dit hoogste te verkrijgen. De opperpriester: Ja Heer, voor het hoogste moet de mens ook het hoogste inzetten. bron: GJE1-39 -

Volgelingen Jezus - Andreas (1) wees op Jezus en Petrus (2) op zijn beurt op Philippus(3) en deze op Nathanael (4). Toen Jezus naar de bruiloft in kana ging met Maria en de familie – ook met de naaste familie Jacobus en Johannes, die ook graag discipel van Jezus wilden worden, melde de vijfde discipel zich aan als Thomas (5), die destijds – samen met Andreas – vijf uur in Jezus hut vertoefden omstreeks na de doop van Johannes. Jacobus (6) en Johannes (7) gingen nu ook voortaan mee met Jezus als leerlingen. Jacobus en Johannes waren zonen van Zeduéus. Zij waren ook vissers en visten in het meer van Galilea, vlakbij de visplaats van Petrus.

Volk Israël - Maar dit volk is verstokt en wil het grote tijdstip van zijn beproeving niet zien, het zoekt echter zijn heil in de poel van deze wereld, die als een droombeeld zal vergaan. Daarom zal worden toegelaten dat het de maat van zijn gruweldaden vol maakt, en dat het zijn God en Heer zal doden! Daarna zal alle genade en al het licht en alle gerechtigheid van dit volk worden weggenomen en aan jullie heidenen worden gegeven, want jullie wil is goed en als blinden hebben jullie gezien, wat de ziende Joden verworpen hebben. Daarom komt nu het licht van boven tot jullie en maakt dat je ziende harten krijgt, maar de kinderen van het licht zullen buiten gestoten worden in de buitenste duisternis. Onder vreemde volkeren zullen zij de brood­kruimels zoeken en de naam 'volk' zal van hen afgenomen worden en zij zullen in de toekomst geen volk meer zijn!" GJE2-182-2-4

Volkstelling Romeinen - Er zou volgens een inscriptie van keizer Augustus in Ankara [Ancyra] gevonden zijn die een overzicht geeft over al zijn daden; een geleverde bewijs uit het Romeinse jaar 746, dat is 8 v. Chr.

Volkstelling - De keizer was van plan het gehele joodse volk te tellen en te registreren. Dit had veel onrust bij de joden veroorzaakt, omdat het de joden verboden was mensen te tellen. Ook Jozef werd door de hogepriester uitgenodigd, omdat hij eveneens een beoefenaar was van een ambacht, deel te nemen aan een vergadering hierover. Jozef was nu vijf dagen weg om in het gebergte hout voor de bouw uit te zoeken. Hij was daarom verschrikkelijk moe en wilde ditmaal geen gehoor geven aan deze oproep. Hij vond die hele vergadering trouwens nutteloos, want de machtige keizer van Rome, die zelfs al in het land der Scythen zijn scepter zwaait, zou toch weinig notitie nemen van het beraad. (bron: Jeugd van Jezus, hfdst. 10) -

In het 2e boek Samuël lezen we dat God de volkstelling van David zelfs met de pest bestrafte (2 Samuël 24:10 en 15). Weliswaar behoeft een volkstel­ling 'op zich' niet kwaadaardig te zijn, en kan die evengoed terecht worden gehouden. maar niet als een volkstelling door hoogmoed of agressief milita­risme was ingegeven, zoals David feitelijk bekende. De volksvergadering die de joden tegen de volkstelling hielden, zal voor de bezettende Romeinse overheden wel geheim zijn gehouden. Daaruit zijn dan ook te verklaren waarom de uitnodigingen op zo korte termijn werden gedaan en waarom reeds zo spoedig na de vergadering absenteïsme op toelaat­baarheid werd gecontroleerd! Het gevaar van uitlekken bij een zo grote vergadering als deze was immers niet denkbeeldig. Daarover bericht verder Daniel 7:7 en Jesaja 2:4: ‘De zwaarden zullen uit de wereld weggenomen worden!’

Volle Maan - De grot waarin Maria op een rustbed ging liggen, was erg ruim. Intussen ging Jozef in grote haast  een vroedvrouw zoeken. Het was al tamelijk laat in de avond en de sterren aan de hemel waren zeer goed waarneembaar.  Hij vertelde later aan zijn zoons – toen op weg was, alsof het leek dat hij wel en niet liep. Hij zag de opkomende VOLLE MAAN en zowel de sterren als de Maan leken stil te staan.  Alle gezichten van vogels en mensen waren omhoog gericht, alsof ze aan de hemel grote dingen zagen. Vervolgens zag Jozef SCHAPEN die door de herders werden voortgedreven. Alles stond onbeweeglijk als verlamd. Zelfs het water van een waterval stond stil. Niets bewoog. (Bron: de jeugd van Jezus, hfdst. 16)

Voorhangsel – het voorhangsel was een mooi kleed, dat als scheiding tussen het heilige der heiligen in tempel, of tabernakel hing. Toen Jezus aan het kruis stierf, scheurde het van boven naar beneden, want door zijn dood was de weg naar God geopend en er was dus geen scheiding meer tussen het Heilige en het Allerheiligste. Het voorhangsel was van handgeweven, blauwpurper, roodpurper en scharlaken getweernd fijn linnen. Het hing aan pilaren van acaciahout en was met gouden haken vastgemaakt;

Voortijdig Petrus oppert, dat de mensen zo naar Jezus verlangen en waarom Hij Zich niet aan hen openbaart. De Heer zegt, dat de vrucht van de boom goed rijp moet zijn, ook al wil men deze voortijdig eten. Alles moet zijn tijd hebben. Natuurlijk heeft de Heer grote behoefte Zich aan de drie personen bekend te maken. Maar Zijn liefde en eeuwige wijsheid zeggen: ‘Niet voor de juiste tijd!’ Een ogenblik te vroeg kan veel kapot maken. Wat zou er gebeuren als de eeuwige Meester tegen Zichzelf buiten Zijn orde treedt? Ik ken Mijn eeuwige orde, maar in de eeuwigheid kan Ik daartegen nooit zondigen, omdat het verlaten van Mijn eeuwige orde meteen het einde van alle schepselen tot gevolg zou hebben. Nadat Petrus dat van de Heer gehoord had, zei hij geen woord meer en bewaarde deze woorden diep in zijn hart. (GJE7-109)

Voornemens, goede - Kijk, duizendmaal meer engelen dan je hier ziet, zijn er altijd al bij de mensen, en ze beïnvloeden hun innerlijke gevoelens en gedachten zonder de mens tot iets te dwingen, en daardoor kan de mens toch die gedachten, wensen en neigingen geheel als de zijne aannemen en volgen! Wat gebeurt er echter? In hun binnenste denken de mensen wel het goede, ze hebben goede wensen en prijzenswaardige voornemens; maar als het op het doen aankomt, dan kijken ze naar de wereld, hun bezit en naar de bedrieglijke behoeften van hun lichaam, en wat ze dan doen is slecht en zelfzuchtig! bron: GJE1‑76

Voorwaarden gesteld door de Heer - tegenover iedereen vol liefde, zachtmoedigheid en geduld zijn. Hij moet zijn ergste vijand net zo zegenen als zijn beste vriend en moet, als de gelegenheid zich voordoet, degene die hem heeft benadeeld, goed doen en bidden voor degene, die hem vervolgt. Toorn en wraak moeten verre zijn van het hart van Ieder die Mijn leerling wil zijn; over de bittere gebeurtenissen op deze aarde mag hij niet klagen of daarover zelfs geërgerd beginnen te morren. Hij moet alle leven van vermaak vermijden als de pest; maar daarentegen alles inzetten om door Mijn levende woord In zijn eigen hart letterlijk een nieuwe geest te vormen en om vervolgens eeuwig geheel in deze geest verder te leven in de overvloed van alle geestelijke kracht. GJE3-8 [6-8]

Voorwaarden voor het leven - Ook moet ieder van Mijn leerlingen; net als Ik, tegenover iedereen vol liefde, zachtmoedigheid en geduld zijn. Hij moet zijn ergste.vijand net Zo zegenen als zijn beste vriend en moet, als de gelegenheid zich voordoet, degene die hem heeft benadeeld, goed doen en bidden voor degene, die hem vervolgt. Toorn en wraak moeten verre zijn van het hart van Ieder die Mijn leerling wil zijn; over de bittere gebeurtenissen op deze aarde mag hij niet klagen of daarover zelfs geërgerd beginnen te morren. Hij moet alle leven van vermaak vermijden als de pest; maar daarentegen alles inzetten om door Mijn levende woord In zijn eigen hart letterlijk een nieuwe geest te vormen en om vervolgens eeuwig geheel in deze geest verder te leven in de overvloed van alle geestelijke kracht. GJE3-6-8...............................................................................................

Vriendschap - Het nu juist ook zo dringend nodig om op deze wereld liefde en ware vriendschap te geven en welke vijand dan ook liever goed dan kwaad te doen en diegene te zegenen, die mij vervloekt; want ik kan niet weten wanneer de Heer hem van deze wereld zal wegroepen! Als hij in deze wereld slechts in bepaalde kleine dingen een vijand van mij was, dan zal hij het mij later als geest honderdvoudig in grote dingen terugbetalen. bron: GJE1‑79

Vrijheid van de mens - Engelen hebben meer ontzag voor één vonkje van de vrijheid van de menselijke wil dan voor al onze door God aan ons verleende macht en kracht. Daarom (Jarah) moet jij eerst willen en ik zal daarnaar handelen! bron: GJE2-134 -Ten eerste zal ieder van uit het geloof en de liefde leven; ten tweede heeft ieder mens de vrijheid om zich op ieder moment tot God te richten en Hem om hulp te smeken en God zal Zijn aangezicht tot de smekende wenden en zal hem uit elke nood helpen. bron: GJE1-92 - Wat Mij betreft moet niemand ooit tot wat dan ook gedwongen worden. Want Ik en Mijn rijk zijn vrij en willen daarom ook in alle vrijheid verworven worden. Voor Mij geldt slechts de absoluut vrije zelfbeschikking. Zo is ook de volle ontwikkeling van het eigen leven aan ieder mens persoonlijk in handen gegeven. Wie heeft, die zal het behouden en er zal nog veel aan toegevoegd worden; wie echter niets eigens heeft, hem zal worden ontnomen wat hij heeft, omdat het niet van hemzelf is, maar van anderen. De Heer volgen met je hart dat is alleen het echte leven. Want ieder ander leven, dat niet uit het hart komt, is geen leven maar een dood van het eigen leven in ieder mens. bron: GJE1-93

Vrijstad – als iemand per ongeluk een medemens had gedood, en kans zag in een vrijstad te vluchten, mocht hij daar niet worden gestraft. Palestina had zes van zulke vrijsteden;

Vrouwen bij graf Jezus - Zeven vrouwen stonden bij het graf van Jezus – Maria van Magdalon, Maria de lijfelijke moeder van Jezus, Salome, de zuster van de vroedvrouw Mariens van Bethlehem, dan de zusters Maria en Martha van Bethanie, Johanna de gemalin Chusas, de oppas van het huis Herodus en Maria genoemd de jongere, familie van Jozef, die met Maria en Salome van Nazareth naar het paasfeest naar Jeruzalem gekomen waren. Deze gingen om 04.00 uur in de vroege ochtend naar het graf van Jezus. De psalmist David zegt in Psalm 16:10 dat de Jezus, de geliefde van God de ziel als wijsheid van God met al Zijn aardse vlees, de ontbinding in het graf niet zal zien.

Vruchtboom - Want als een boom eenmaal volledig slecht is, geeft hij slechte vruchten, maar van een goede boom zullen ook de vruch­ten goed zijn. Dus aan de vrucht herkent men de boom. (Matth. 12:33)- bron: GJE1-185

Alfabetisch Bijbels [ingekort] register van de letter W

Waarden en geld in economische recessie - Jezus had zijn leerlingen er opmerkzaam gemaakt, dat er spoedig een tijd zal komen, waarin het geld, goud en zilver de mens regeren zal – het geld zal dus bepalen hoeveel men voor de wereld waard is. Dat zal echter een slechte tijd zijn. Het licht van het geloof zal doven en de naastenliefde zal precies zo hard en koud zijn als het geld. Bron: Mattheus 10:10

Waarschuwing voor koffie en aardappels - In Lorber wordt gewaarschuwd voor aardappels en koffie. Dit is vooral slecht voor kinderen en zogende moeders, eveneens voor zwangere vrouwen. Koffie is nog slechter. Maar... wat blind is, dat ziet helemaal niets en geniet vraatzuchtig. Want aardappels en koffie hebben weliswaar een aangename smaak. Maar de kinderen worden daardoor fysiek ongelukkig.  Ze worden uiteindelijk zelfs hermafrodiet. (dit verklaart misschien de travestiet en homogesteldheid van sommige mannen of vrouwen), of geslachtloos. Dat stoort echter de blinde niet. Hij eet echter toch zware vergiften. Waarom zou hij deze twee lichtere giftsoorten dan ook niet eten? De Heer zegt, dat Hij voor de mens nog een keer gezegende spijzen zal vaststellen. Als de mens zich daaraan houdt, zo zal hij gezond worden, zijn en blijven. Richt hij zich toch niet daarnaar, dan  moet hij echter als een boosaardig wild tenslotte in de woestijn te gronde gaan, omdat hij daaraan zelf schuld heeft en zijn ziel daarmee ontkracht. [Zie elders onder voeding]

Wandelweg op deze Aarde - De Heer opent niet voor iedereen de weg naar de hemel. Hij kwam alleen voor ons om datgene terug te winnen, wat onze vaders en koningen aan de heidenen hebben verloren, maar alleen om ons datgene terug te geven, wat Adam verloren heeft voor alle mensen die ooit op de Aarde geleefd hebben en ooit zullen leven. Tot op heden is nog geen enkele ziel die het lichaam verliet, losgekomen van de Aarde.

Wan – als het graan gedorst was, werd het in de lucht geworpen met een wan – een houten vork met zeven tanden – de wind blies dan het kaf weg en het koren bleef over – op deze manier wordt in het Oosten nog wel gewand;

Wapendrager – zo werd de soldaat genoemd, die het schild en het zwaard van zijn heer droeg; als deze een vijand had verslagen, mocht de wapendrager de genadeslag of de stoot geven, zoals het staat beschreven in 1 Sam. 14:13;

Wasi of Vasti – Perzisch betekent het ‘de begeerde’. Esther 1:11 en 2:1, 4;17 – koningin, eerste vrouw van Ahasveros; zij wordt door hem verstoten; Esther is haar opvolgster;

Water in wijn - Door het Woord van de Heer zal het zinnelijke van de mens in de geest veranderd worden, indien hij daarnaar leeft. (GJE 1-11-19)

Water, bitter en vervloekt water drinken   zie Numeri 5:11-31- Jozef maakte bezwaar om Maria tot zich te nemen en hij zei: ik heb al zonen en ik ben oud en zij (Maria) is jong. Jozef en Maria moesten in de tempel het bittere (vervloekte) water drinken. Als zij het overleefden, hadden ze niet gelogen; anders zouden ze daaraan sterven. Bijna ieder moet het vervloekte water drinken en van de tien brengt het er nauwelijks één levend vanaf; degenen die het er niet levend vanaf brengen, worden dan gewoonlijk van boosaardig verraad beschuldigd en vervolgens in Josafat, waar zich een vervloekte plaats bevindt, in vervloekte aarde begraven. bron: GJE1-87

Watergeesten - Marcus de Romein wilde zijn net uitwerpen op het meer van Galilea, maar Jezus zei: we zijn nog geen half uur op het water en willen daarom niet meteen de rust verstoren en haar geesten wekken die ons vervolgens erg zouden kunnen plagen. bron: GJE2-187

Water en vuur - Voor de mens, die zich de Goddelijke wet tot de zijne maakt, is alles en overal de hemel; degene echter, die zijn vrijheid wil gebruiken om deze wet te weerstaan, vindt overal hel, verdriet en marteling. (zegt Faustus tegen Jezus) - Jezus: De mensen van deze wereld moeten, om waarlijk Gods kinderen te worden, door water en vuur geleid worden. De oertoestand van de hemel is water en vuur; wat niet verwant is aan het water, wordt door het water gedood, en wat zelf geen vuur is, kan in het vuur bestaan. (opm. wat de mens niet in zich heeft of heeft opgebouwd, dat zal dan aan gene zijde wellicht ook niet aan hem geduld worden! - gelijk zijn aan hem) - Beiden moeten in de juiste verhouding zijn. Als er in en om de Aarde geen vuur zou zijn, dan zou er ook geen water zijn; als er in en om de Aarde echter ook geen water zou zijn, dan zou er immers ook geen vuur zijn, - want het één verwekt voortdurend het andere. - Neem al het vuur, waaruit alle warmte ontstaat, op Aarde weg en de gehele aarde wordt een diamantharde ijsklomp, waarop geen leven zou kunnen bestaan. Neem echter al het water weg van de aarde, en zij zal zeer snel tot onbeduidend stof vergaan! Want zonder water ontstaan er geen nieuwe vormen op aarde; waar echter geen kopieën of nieuwe vormen ontstaan, daar heeft de dood en het bederf de overhand. Kijk naar een boom, die zijn sappen kwijt raakte en je zult zien dat de boom in korte tijd zal vergaan en daardoor te gronde gaat. Opm. als er op Mars geen vuur is, dan treft men daar slechts op Mars een harde ijsklomp aan. bron: GJE2-10

Wedergeboorte - De ziel moet eerst met het water der deemoed en der zelfverloochening worden gereinigd en kan daarna pas de geest van de waarheid opnemen, omdat een onreine ziel die nooit bevatten kan, want een onreine ziel is als de nacht, terwijl de waarheid een volle zon is, die overal het daglicht om zich heen verspreidt. Degene, die zo de waarheid opneemt in zijn door de deemoed gereinigde ziel, en die waarheid als zodanig herkent, wordt door deze waarheid vrijgemaakt in de geest, en deze vrijheid van de geest, ofwel het ingaan van de geest in die vrijheid, is dan het eigenlijke binnengaan in het Rijk van God. (Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en geest kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan' Joh.3:5 - (bron: GJE1-18:3)

Wedergeboorte van de geest - Toen de Heer met de discipelen op aarde leefde was het voor de toenmalige wedergeborenen in de ziel nog niet mogelijk opgenomen te worden in de persoonlijke werkzame geestgemeenschap van God. Dat was pas mogelijk na de Hemelvaart van de Heer. Ook dan hoeft de wedergeboren ziel – zowel destijds als ook nu – die trap nog niet bereikt te hebben om samen met God te zijn. Want nadat de Heer is opgevaren naar de hemel, hebben alle wedergeborenen zielen Hem persoonlijk mogen aanschouwen en weliswaar blijvend in het hemelse Jeruzalem. Het eeuwig samenzijn met God is pas de wedergeboorte van de geest. Daarom kunnen velen heel goed tot de wedergeboorte van de ziel komen, maar toch ook weer niet zo gemakkelijk tot de gemeenschap met de Heer. (geestelijke wedergeboorte) Dat is slechts mogelijk door Hem te willen kennen en na te volgen. Als de mens de brug naar de hemel volgt, zoals ook velen hebben gedaan, dan blijven ze niet meer achter. Men moet er wel naar zoeken, streven en handelen. Bij die brug gekomen ontmoet men de Brugwachter. Als men dan vrijwillig de tol betaalt, dus de leer aanneemt en inziet, dat de vader in de Zoon is,  kan men Hem navolgen. Want wie de Zoon ziet, ziet ook de Vader. Bij de heidenen zijn meer rechtvaardige mensen te vinden dan bij de Joden, zegt de Heer tegen de Zijnen. Vaak worden heidenen door hemelse afgezanten onderwezen, waardoor ze tot inkeer kwamen. De mensen moeten veel oefenen in de geest, zodat hun innerlijk oog steeds meer geopend wordt. Vooral Petrus had zich tot nu toe weinig hiermee beziggehouden en hij beijverde zich nu sterk om zijn geestelijk oog open te houden. (GJE11-52)

Wederkomst Jezus - Zie GJE5-108-2, GJE5-235-9, Matth.24:37-39, Daniël 12:1, Maleachie 3:23. Elia zal nog eenmaal terugkomen vóór het laatste gericht en Elia zal weer als vroeger een voorloper zijn. Zie over het Gericht: Amos 3:7. Gericht betekent ook ‘neu ausrichten’. Hand. 2:17-21, GJE6-176-10, GJE6-174-2,3-5,6 – Himmelsgaben-2-64-03-09-06, Ph.01-007.23 – GJE5-278-8 – GJE9-149-18 – HIG2-64-03-09-07 - NEUBANNUNG: H2H2 293,13 – H2H2-294-4-7+9 und GJE 9-70-10-3 – GJE9-30-5-7 [deelgericht] und GJE6-174-1-8. De aardekost zal tot een bepaald tijdstip werkelijk afbreken. Het vuurgericht. - JJ210-20, GJE10-156-5, GJE5-108-4, GJE8-182-4-5, GJE3-33-4, GJE6-150-14-17, 2 PETR.3:12, 1 THESS.4-16,17. Over de hel: HzH 2-207-4, GJE8-186-8, GJE8-48-9-11 en Openbaringen 21-1-7 + 10+22. – Na ongeveer nog geen 2000 jaar zal er een groot en algemeen gericht over de mensheid komen tot heil der goeden en tot het verderf  van de groten der Aarde en van de liefdeloze en geloofloze geworden mensen. Dit zei Jezus in Zijn 32e levensjaar. Galaten 4:4 - Het werk van Franz Schumi is digitaal beschikbaar onder www.lebensstufen.de – De Heer werd geboren in de volheid der tijden. Paulus geeft dit weer. Toen werd de ‘zoon van God’ geboren.

Weekdagen – deze bestaan uit 7 dagen en staan in vergelijking met de 7 planeten (volgorde: zon=7, maan =10, dinsdag = 6, woensdag = 9, donderdag -5, vrijdag – 8 en zaterdag = 4 [totaal opgeteld 49=7x7] - In deze volgorde staan ook de planeten rond de zon, gelijk oplopend met de dagen der week zoals zon, maan, mars, mercurius, jupiter, venus, en saturnus. De optellin van de dagen is als 1+2+3+4+5+6+7=28 en verhoudt zich als 1:7 of 7:1 [28+49=77] – zaterdag =     7e dag en zondag =  1e dag  >>>    17-71 - Er is wat met die 1-7 of 7-1, waarvan de 4 het midden is [1x4x7=28] -

De ochtend is het oosten>> de ex oriënt lux

De middag is het zuiden

De avond is het westen

De nacht is het noorden - Jezus is geboren op 7-1 in het joodse jaar 4151

Weersgesteldheid - Jullie hebben toch ook in Mozes gelezen, hoe hij spreekt over de vloek van Jehova over de aarde, en dat er staat: 'In het zweet uws aanschijns zult u verder uw brood verdienen!' En dan staat er over de aarde ook meteen na de vloek: 'Doornen en distels zult u dragen.' Kijk, als je dit letterlijk zou willen nemen volgens wat de woorden weergeven, dan zou je, tenminste als het ook werkelijk zo letterlijk bedoeld zou zijn, het volste recht hebben om God van een domheid te beschuldigen! Maar omdat zo'n uitspraak alleen maar psychisch en eigenlijk geestelijk opgevat moet worden, vervalt die beschuldiging vanzelf. De mens is er zelf altijd voor verantwoordelijk als zijn bestaan moeilijker wordt, zoals hij het ook aan zich zelf te wijten heeft als in een bepaald land de oogst vaak slechter is dan zij normaal zou moeten zijn, want de weersgesteldheid hangt niet helemaal van de wil van God af, maar ook van de wil van de mensen. GJE2-225 [4,5]

Weersvoorspellingen - Na deze woorden waren allen die ze gehoord hadden, bijna versteend van schrik en vroegen of men ook geen waarde meer mocht hechten aan de uit oeroude ervaringen ontstane betrouwbare weersvoorspellingen. IK zeg: "O ja, alleen dan als ze op een puur wetenschappelijk berekende basis berusten; is dat echter niet het geval, dan is ook dat een zonde, omdat de mens dan een tweede geloof aanneemt, dat het zuivere geloof aan de enige goddelijke voorzienigheid verzwakt, en tenslotte meer aan de tekens, dan aan de alleen ware, almachtige God gelooft. Wie zich aan het zuivere geloof houdt, die mag vragen. En wat hij gevraagd heeft zal hem gegeven worden ook al zouden de door ervaring bevestigde slechte voortekenen van aarde en lucht een schrille tegenstelling daarmee vormen; maar wie zich op de tekenen verlaat, die zal het ook naar de tekenen vergaan. De Farizeeën geloven in de tekenen en laten zich door de mensen voor grof geld betalen voor hun adviezen; zij zullen echter eens ook des te meer verdoemd worden!  -  Heeft God dan niet alles geschapen wat de mens tot teken dient? Maar als God alles geschapen heeft, dan zal Hij toch wel blijvend Heer daarover zijn en alles leiden en besturen! En als God alleen de Heer en Bestuurder van alle geschapen dingen en verschijningen is, hoe moeten die dan zonder Hem iets aan kunnen geven? Zijn ze daartoe echter niet in staat, dan moet de mens toch aan God, die alleen alles kan, vragen wat de tekenen beduiden! Is dat niet troostvoller dan duizend van de betrouwbaarste wichelarijen?" GJE2-65 [14-17]

Weg open naar de hemel - De Messias zal wel een nieuw rijk op deze aarde stichten, maar  let op! ‑geen stoffelijk met kroon en scepter, maar een rijk van de geest, de waarheid, de echte vrijheid door de waarheid, onder de alleen¡heerschappij van de liefde! Er zal op de wereld een beroep gedaan worden om aan dit rijk deel; te nemen. Als zij hiernaar luistert, dan zal het eeuwige leven haar loon zijn; als zij niet luistert, zal zij weliswaar blijven zoals zij is, maar tenslotte zal de eeuwige dood haar deel zijn! De Messias is nu als Mensenzoon niet gekomen om deze wereld te oordelen, maar alleen om allen, die nu in de duisternis des doods wandelen, uit te nodigen voor het rijk van de liefde, het licht en de waarheid! Hij kwam niet op deze wereld, om voor jullie datgene terug te winnen wat jullie vaders en koningen aan de heidenen hebben verloren, maar alleen, om jullie datgene terug te brengen, wat Adam verloren heeft voor alle mensen, die ooit op deze aarde geleefd hebben en ooit zullen leven! Tot op heden is nog geen enkele ziel, die het lichaam verliet, losgekomen van de aarde; tallozen, te beginnen bij Adam en verder allen na hem tot op dit uur, smachten nog in de aardse nacht. Maar pas vanaf nu worden ze vrij! En wanneer Ik naar de hemel op zal varen, zal Ik voor allen de weg van de aarde naar de hemel openen en ze zullen allen over deze weg het eeuwige leven binnengaan. bron: GJE1‑62

Weg van de mens - De weg van de mens gaat van de allerhoogste hemel van God, die zelfs voor de engelen ontoegankelijk is, tot in de diepste hel, en als dat niet zo was, zou hij nooit een kind van God kunnen worden! Wij komen in aanraking met mensen van talloze andere werelden, maar wat een verschil is er tussen hier en daar! De mensen daar zijn in geestelijk en ook in lichamelijk opzicht grenzen gesteld, die zij heel moeilijk ook maar met Één stap kunnen overschrijden. Jullie mensen van deze aarde zijn gees­telijk net zo weinig als de Heer Zelf begrensd en kunnen doen watje maar wilt. Jullie kunnen je verheffen tot in de binnen­ste woning van God, maar juist daardoor ook net zo diep vallen als de satan, die eenmaal ook de hoogste vrije geest uit God was. En omdat hij viel moest hij noodzakelijkerwijs in de diepste diepte van alle verderf vallen, waaruit hij nauwelijks ooit een terugweg zal vinden, omdat God de zonde net zo'n vervolmakingmogelijkheid heeft gegeven als de deugd." bron: GJE2-60

Weg innerlijke voleinding - Petrus verhaalt zijn bevindingen over wat hij gezien, gehoord en gevoeld heeft van de afgelopen dagen, dat hij in afzondering leefde. Hij zegt, dat zij nu al bijna drie jaar bij de Heer zijn, maar dat hij ondanks dat nog twijfelt aan zijn persoonlijke kennis. ‘Ik bezondig mij hieraan, want de gedachte, dat al die inspanning nutteloos is, heeft daarom mij menige traan uit mijn berouwvolle hart geperst’. De Heer heeft mij hierin gesterkt en ik werd weer vervuld met nieuwe moed om het zo vergeefs lijkende werk op te nemen. Het geloof in de Heer is nu een stuk steviger bezit van mij geworden. Hiertoe heb ik de vaste wil. Onderzoek te doen naar de wetten van de Goddelijke orde is een belangrijk streven. Hierdoor ben je gemakkelijker in staat om je ziel van vele slakken te reinigen. Als je oog in staat is om de uiterlijke wijze inrichting van iets te herkennen, zal dat oog ook al snel het innerlijk nut daarvan kunnen doordringen. De Heer heeft het universum geschapen met als hoofddoel wezens te vormen die in zalige gemeenschap met Hem kunnen werken en scheppen. Nu pas ben ik in staat om met wakende ogen en uit eigen vrije wil de uiterlijke natuurwetten te herkennen. Op de vraag van Andreas hoe hij dit innerlijk gezichtsvermogen had verkregen, zegt Petrus, dat dit niet zo moeilijk is om die weg te gaan. Wat je er voor nodig hebt is alleen maar het juiste geloof in God en de wilskracht om onderzoek te doen naar datgene wat je interesseert. Zo nam Petrus bijvoorbeeld waar hoe planten zichzelf opbouwen en hoe de zielsmatige substantie in de plant een in zichzelf besloten wezen was. (GJE11-55)

Wenken veredelen ziel - Petrus begrijpt steeds beter hoezeer de menselijke natuur van de Heer gelijk is als die van hem en anderen. Het verschil zit hem in de geest. Petrus, die meestal de woordvoerder onder zijn broeders is, zegt dan ook, dat hij zijn uiterste best zal doen, ook al vindt hij het verwezenlijken van de zielreiniging vaak moeilijk. Het gaat weliswaar ook beter met hen zolang de Heer maar onder hen vertoeft. Hoe zouden zij nu zonder Hem functioneren? De Heer zegt dat zij de juiste kracht van het geloof moeten verwerven, ook als Hij niet meer zichtbaar onder hen vertoeft. Zij allen moeten zich vrij maken van elke vrees en vooral hun zielen onderzoeken waar nog iets onzuivers is. Waar nog sprake is van wrevel, ergernis, ontevredenheid en onreine gedachten daar is nog sprake van twijfel. Zoiets kan het levende geloof in de mens niet sterk laten worden. Dat zijn eigenschappen die de geest vreemd zijn. Daarom kan de geest de ziel niet volledig doordringen. Immers, de ziel moet zulke onzuiverheden vrijwillig afleggen. Petrus vraagt de Heer of zij dan helemaal niet hoeven te proberen om iets uit eigen kracht te doen. Vaak vergeten zij de Heer te vragen. Zij denken uit eigen kracht te overwinnen. Zo’n gevoel van zulke kracht vervult hem met een groot vertrouwen. Jezus zegt dat dit in feite hoogmoed is om zich verheven te voelen boven anderen om zijn eigen ijdelheid te strelen. Iedereen moet zich hiervoor hoeden. Jezus vergelijkt dit met de mentaliteit van vele Farizeeërs, die een hoge eigendunk van zich hebben. Petrus vraagt de Heer nog hoe dat nu precies zit met het verschil tussen geest en ziel en hun beider wedergeboorte. Zij dachten, dat als de ziel eenmaal is opgegaan in de geest, dan ook alles is bereikt. (GJE11-51)

Wereldgericht - Een wereldgericht bestaat niet uit bijvoorbeeld oorlogen of overstromingen en zeker geen verterend vuur uit de hemel, dat alle heidenen verteert. (GJE 1-21-4)

Wereldlichamen, bestemming - Jezus zegt tegen de astrologen: ‘Jullie rekenen ook de Zon en de Maan tot de heersende planeten. Van de Maan wil Ik nog niets zeggen, omdat hij als constante begeleider van deze Aarde, die wel een planeet is, een bijplaneet is. Maar de Zon is toch geen planeet, maar een vaste ster, zoals er talloos vele in de eindeloze scheppingsruimte zijn. Zij is zeker minstens een miljoen maal groter dan deze Aarde en voor de haar omcirkelende planeten een vaste lichtwereld, die een onveranderlijke plaats heeft, wat jullie door Mijn leerlingen ook nog nader uitgelegd zal worden.’ De Heer zegt verder, ‘dat de bestemming van elk wereldlichaam steeds divers zal zijn. Er zal altijd een andere levensvoorwaarde zijn en daarom ook een andere geestelijke levensgroei op het te bewandelen pad. De geestelijke wezens hebben een verblijfsoort nodig, waarin en waarop zij zich in zeker opzicht mogen kunnen en moeten verder ontwikkelen. Dit wordt bepaald door de Heer Zelf, die de Schepper is van Hemel, Aarde, planeten en sterren. Het ontbrekende in de zielgroei is daar nodig op die oorden, waarin ze noodzakelijk verder kunnen ontwikkelen, al kan dat ook in zeer erbarmelijke en ‘eeuwige’ omstandigheden zijn’. (GJE 6-96)

Wereldse liefde - Waarlijk, Ik zeg jullie: Ieder, die het leven van deze wereld zoekt, en het ook zonder moeite vindt, zal het eeuwige leven verliezen, en Ik zal hem niet op de jongste dag, terstond na het afleggen van het lichaam, opwekken, maar hem voor de eeuwige dood in de hel werpen. Wie echter het wereldse leven niet alleen niet zoekt, maar het ook uit ware, zuivere liefde voor Mij, afwijst en niet de moeite waard vindt, die zal het eeuwige leven vinden (Matth. 10:39); want meteen na de dood van zijn lichaam zal Ik hem opwekken, hetgeen de jongste dag van het nieuwe leven in de geestenwereld is, en Ik zal hem binnenvoeren in Mijn eeuwige Rijk en zijn hoofd versieren met de kroon van de eeuwige onvergankelijke wijsheid en liefde, en Hij zal dan met Mij en al de engelen van de eeuwige eindeloze hemel eeuwig over de hele zinnen­ en gees­tenwereld heersen!' GJE1-139 [9,10]

Wereldsituatie blijft hetzelfde - De wereld zal nooit veranderen en blijft altijd als de woestenij van Bethabara, waar Johannes de Doper doopte. Maar ook de Heer blijft Dezelfde en zal nooit veranderen. (GJE 1-5-20)

Wereldse onbegrip - Want wat je nu opschrijft is een getuigenis voor de wereld; dit zegt Jezus tegen Johannes, die onder de indruk is van een groot wonder, groter dan het teken in Kana. Jezus: de wereld heeft echter niet het begrip om het in zich op te nemen! Waarvoor dan al jouw moeite? Denk je dat de wereld zoiets zou geloven? Kijk, degenen die hier zijn geloven het omdat ze het wonder zien; de wereld echter,die in de duisternis ronddoolt, zou nooit geloven, dat hier zoiets gebeurd was; want de nacht kan zich de werken van het licht onmogelijk voorstellen. Zou je haar vertellen van de werken van het licht, dan zou ze je uitlachen en tenslotte bespotten. Daarom moet het zo zijn, dat je in de toekomst alleen dat opschrijft wat IK in alle openheid voor de wereld doe; wat Ik echter in het geheim doe, ook al is het nog zo groot, dat teken je slechts in je hart op en niet op het gladde dierenvel. Er zal echter wel ooit een tijd komen, waarin al deze geheime dingen aan de wereld geopenbaard zullen worden, maar voor die tijd zullen er nog heel veel bomen hun onrijpe fruit van hun takken moeten laten vallen. bron: GJE1-36

Werken, wereldse en geestelijke - In elke wereldse inspanning, die overdreven ijverig gedaan wordt, ligt de dood op de loer! Het is daarom beter om in wereldse zaken lui te zijn, maar des te ijveriger in geestelijke din­gen, en dat geldt voor elke gele­genheid. Zo komt het dat degenen, die zich druk maken om wereldse zaken in hun ijver voor wereldse dingen steeds de dood hunner zie­len zullen bewerkstelligen. Maar hen, die zich minder voor wereldse zaken interesseren, hen zal Ik in Mijn Dienst nemen, voor eeuwig! En al hebben ze dan misschien slechts één uur van de dag gewerkt, Ik zal hun toch het­zelfde loon uitkeren, als Ik zal doen aan hen, die heel de dag aller-ijverigst gewerkt hebben! Heil wacht iedere luiaard in wat werelds is; wee degene, die al te vlijtig is in wereldse zaken! Want de eerste zal Mijn vriend zijn, maar de tweede veeleer Mijn vijand!' Jeugd van Jezus 297-12-16

Werken - Als ze het een of andere werk voor je doen, geef ze dan ook te eten en te drinken; maar nemen ze het werk niet aan, geef ze dan ook niets te eten! Want wie tot werken in staat is, maar niet wil, zal ook niet eten! bron: GJE2-157

Wervelwinden veroorzaakt door natuurgeesten - ‘Jouw vriend verging het net zo. Hij kwam te dicht bij een van die grote wervelwinden, die in de Stille Oceaan voorafgaan aan een groot uitbroedsel van natuurgeesten. Daar - precies in het midden van de Stille Oceaan, op dezelfde plaats waar ook ooit de Maan van de Aarde werd gescheiden - gaan deze geesten, bevrijd uit hun gevangenschap, over in de lichter beweeglijke lucht om daar hun verdere ontwikkeling tegemoet te gaan. Daar scholen ze samen, en waar de luchtzuil met zuivere natuurgeesten kegelvormig neerdaalt om de lagere geesten langzamerhand in hun rijk op te nemen, daar verheft zich eveneens kegelvormig een waterberg, bezwangerd met deze natuurelementen. Het gulzige opzuigen van boven en het snelle opdringen van onderen veroorzaakt een cirkelvormige beweging; deze wordt vervolgens steeds heftiger hoe meer de drang naar boven toeneemt en het opstijgen van onderen versneld wordt, trekt dan als een windhoos over de wijde zeevlakte en trekt in deze wervelende dans alles mee wat hem op zijn weg komt. (Opmerking: de waterhozen of de wervelwinden beslaan daar een gebied van honderden, vaak duizenden mijlen groot). Symbolisch lijkt deze gebeurtenis zelf op de werveldans van het leven en de daarin meegetrokken mensen. Ook zij zijn meegetrokken in het rondcirkelende opjagen door belangen, begeerten en verlangens, en kunnen niet tot enig juist bewustzijn komen. De ene gebeurtenis verdringt de andere; omgevingen, landschappen, landen: alles vliegt aan hen voorbij, evenals de mensen die daar wonen. Alle slechte neigingen, alle deugden, gebruiken en zeden maken op deze voorbij haastende reizigers maar al te zeer de indruk van een ‘tyfoon’ ofwel een wervelwind in geestelijk opzicht. Alleen het hoofd, als geestelijk roer, houdt nog ternauwernood het hele beoordelingsvermogen in stand, om het niet helemaal verloren te laten gaan’. (Scheppingsgeheimen 1-7)

Westenwind - Een tamelijk harde westenwind heeft volgens Petrus een ongunstige invloed op de vissen, die dan naar de bodem gedreven worden. bron: GJE2-43

Wezen van God - Ik geef de bewijzen echter niet door de wonderen die Ik doe, maar door het licht van het woord zelf en zeg: Pas wie geheel volgens Mijn Woord zal leven, die zal pas de levende overtuiging in zichzelf doen groeien, dat Mijn woorden geen lege mensenwoorden zijn, maar woorden van God! Voorwaar, wie dit hier uitgesproken bewijs niet in zijn hart ten deel zal vallen, die zal weinig of niets aan alle andere bewijzen hebben! Want Mijn woorden zijn op zichzelf licht, waarheid en leven. Wie daarom Mijn woord hoort, het aanvaardt en ernaar leeft, die heeft Mij Zelf in zich opgenomen. Wie echter Mij opneemt, die neemt ook Hem op, die Mij in de wereld heeft gezonden, maar toch geheel één met Mij is. Want wat Ik wil, dat wil Hij ook! En Hij is geen ander dan Ik en Ik geen ander dan Hij, tot en met de huid, die ons beiden omgeeft. Als bij iemand, net als bij Mij, liefde en wijsheid in één hart wonen, dan is hij als Ik en Degene die Mij in deze wereld heeft gezonden tot genezing en zaligmaking van allen, die in de Zoon des mensen zullen geloven! ‑ De eeuwige liefde in God is de Vader! -Wat en wie is de Zoon dan? Wat uit het vuur van de liefde voortkomt, het licht, de wijsheid in God! Zoals echter liefde en wijsheid Één zijn, zo zijn ook Vader en Zoon één! Want eenmaal zal ieder volgens zijn geloof leven, en de daden, die hij volgens zijn geloof uit liefde heeft gedaan, zullen zijn rechter zijn! Want Ik zal niemand oordelen, maar rechter van ieder mens zal zijn eigen liefde zijn ‑ volgens dit woord, wat Ik nu tot jullie heb gesproken! bron: GJE1‑32

Wezens - Toen God eenmaal uit Zichzelf, op Hem gelijkende vrije wezens wilde scheppen, moest Hij ze ook voorzien van de strij­dende tegenstellingen, die Hij in Zichzelf eeuwig in de na­tuurlijk beste en zuiverst afgewogen verhouding bezat en bezitten moest, omdat Hij anders nooit iets had kunnen doen. Dus, de wezens werden nu volledig naar Zijn evenbeeld gevormd, en als laatste kregen zij noodzakelijkerwijs ook het bezit over het vermogen om zichzelf sterker te maken door de strijd met de in hen door God meegegeven strijdende tegenstel­lingen. Ieder wezen kreeg geheel in zichzelf de beschikking over rust en beweging, luiheid en ijver, duister en licht, liefde en toorn, opvliegendheid en zachtmoedigheid en nog duizenden andere mogelijkheden; alleen de mate waarin was verschillend. In God waren al de tegenstellingen al eeuwig volmaakt in balans. Maar bij de geschapen wezens moesten zij pas door de vrije strijd uit zichzelf, dus door de bekende zelfwerkzaamheid, in de juiste orde komen. bron: GJE2-229

Wijsheid, ware - Een wijze begrijpt snel - bron: GJE2-201 - Van Adam tot in onze tijd heerste de wet der wijsheid en er was veel wijsheid en een krachtige en onverzettelijke wil voor nodig, om aan die wet te voldoen. God zag echter dat de mensen nooit aan de wet der wijsheid zouden kunnen voldoen en Hij kwam nu Zelf in de wereld om hen een nieuwe wet der liefde te geven, waaraan ze gemakkelijk zullen kunnen beantwoorden. Want in de wet der wijsheid liet Jehova alleen Zijn licht onder de mensen schijnen; dat licht was Hij echter niet Zelf, maar het straalde slechts van Hem uit onder de mensen, zoals ook de mensen uit Hem zijn voortgekomen, maar toch niet Jehovah Zelf zijn. De profeet Elia beschreef de huidige toestand van de mensen, waarbij Jehova direct in de liefde tot de mensen komt als het zachte suizen dat langs de grot kwam; maar in de zware storm en in het vuur was Jehova niet. Hij is niet in de storm der wijsheid en in het vlammende zwaard van de wet. bron: GJE1-67 - Wanneer men bij een bepaalde hoeveelheid wijsheid een gelijke hoeveelheid liefde, geduld en zachtmoedigheid optelt, tot een foutloos antwoord komt. - bron: GJE2-166 -   Het is niet de wijsheid die ons het leven geeft, maar de liefde. GJE3-29-7 -  Ware wijsheid verwondert zich zelfs in de verste verte niet, omdat zij precies weet waar het om gaat. - GJE3-20-11 - Ja, Ik moet er zelfs nog aan toevoegen: Van nu af aan zal alle werkelijk diepe wijsheid voor de wereldse wijzen verborgen blij­ven, die zal daarentegen in de harten worden gelegd van de eenvoudige van geest, en van sim­pele kinderen en wezen! Je moet daarom trachten innerlijk een kind te worden, en dan zal de tijd werkelijk aanbre­ken, waarin de ware wijsheid je deel zal worden. (bron: de jeugd van Jezus, hfdtst.218)

Wijzen uit het Oosten - Jozef zei tegen Maria, dat deze geschenken niet voor hen bedoeld zijn, maar voor het kindje Jezus. Dit zijn de drie grootste ge­schenken, die ons altijd tot zegen zullen strekken: Zijn Heilige Wil is voor mij als de kostbaarste wie­rook. Zijn Genade is mij als het zuiverste en zwaarste goud. Zijn Liefde tenslotte is voor mij als de kostelijkste myrrhe. Deze geschenken leverde Jozef twee dagen erna in bij een geldwisselaar in opdracht van een engel, daar hij naar Egypte vertrekken moest. Hij kocht hiervan meteen zes pakezels en kwam goed uitgerust in de grot terug. (bron: jeugd van Jezus, hfdstk. 31)

Wil bepaalt het lot - want je wil doet voortaan dat wat je verstand, het licht van de ogen van je ziel, slechts als waar en goed ziet! GJE3-17 [4] - Niets anders dan de wil is niet van onszelf, maar al het andere is van de Heer. God verlangt van de mens dat wij Zijn wil uit oprechte liefde van ons hart geven en geloven en vervolgens belijden dat de Heer (de Vader) en Jezus geheel en al één zijn (Dezelfde Goddelijke Geest), en geen twee personen zijn. (GJE 1-14-11) - Ik zeg U: alleen de wil is van uzelf, al het andere is echter van Mij. (GJE1-14:11)

Wil van God - Maar de wil van de Heer is niet zoals die van de mens, die jammer genoeg vandaag zo en morgen anders wil. De wil van de Heer is eeuwig gelijk en niets kan deze binnen de reeds eeuwen bestaande orde veranderen; maar toch heerst binnen deze orde de grootste vrijheid, en de Heer kan doen wat Hij wil, zoals ook iedere engel en ieder mens. De twee jongemannen zeggen echter: 'De wil van de Heer is ons bestaan en leven. Als die daadwerkelijk in alles wordt gevolgd, zijn wij de actiefste helpers en hebben daarvoor kracht en sterkte in overvloed, want onze macht reikt tot buiten de zichtbare schepping; voor ons is de aarde een zandkorrel en de zon een erwt in de hand van een reus, en alle wateren der aarde zijn niet in staat eén haar van ons hoofd te bevochtigen, en het leger der sterren beeft voor de adem van onze mond. Maar wij hebben de kracht niet gekregen om ons daarop te beroemen tegenover de grote zwakheid van de mensen, maar om hen geheel volgens de wil des Heren te dienen. Daarom kunnen en willen wij jou ook geheel volgens de wil des Heren dienen zolang je deze in al je daden zult erkennen, aannemen en respecteren. Verlaat je echter de wil des Heren, dan verlaat je ook ons, omdat wij niets meer of minder zijn dan de gepersonifieerde wil van de Heer. Wie ons verlaat, die verlaten wij ook. Dit zeggen wij je in het bijzijn van de Heer, Wiens aangezicht wij altijd zien en aan Wiens zachte wenken, die ons onweerstaanbaar tot een nieuwe daad roepen, wij altijd gehoor geven.' Erken dus de wil van de Heer en volg deze, dan heb je onze kracht en macht in je, die niets anders is dan de zuivere wil van God de Heer! Wij hebben zelf toch kracht noch enige macht, maar al onze kracht en macht is niets anders dan de in ons en door ons vervulde wil van God. bron: GJE1-64

Wind - Laat de wind waaien, want het is zijn tijd. bron: GJE2-132 - De wind waait waar hij heen wil. Je hoort het suizen, maar je weet ondanks dat niet, waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Zo gaat het ook, al je met iemand praat, die uit de geest komt. Je ziet en hoort hem wel, maar omdat hij op zijn geestelijke manier met je spreekt, begrijpt en verstaat hij niet, waar hetgeen hij zegt vandaan te komen en wat hij daarmee bedoelt. (Zie ook Johannes 3:7-9) - (GJE 1-19)

Winstbejag - De mens moet God zonder winstbejag liefhebben, net zoals God hem liefheeft, anders is hij God geheel onwaardig. bron: GJE1-204

Winter - Dit is voor iedereen heilzamer dan het voorjaar en storm, hagel, bliksem en donder, zijn net zo nodig als de milde straal van het avondrood. bron: GJE1-138

Wisselaars – deze zaten in de voorhof van de tempel; men kon bij hen het geld wisselen. Ze maakten het wel erg bont, zodat de voorhof op een winkeltje begon te lijken, tot ergernis van velen – Jezus joeg hen eenmaal weg – Matth. 21:12;

Woestijn - De verblijfplaats die Ik in de woestenij bij Bethabara had uitgekozen was een ruime grot zonder geheime uitgangen. Deze grot lag tamelijk hoog en het geboomte stond er dicht omheen. Voor de grot was ook een heel ruim vrij plateau waarop voor enige duizenden mensen meer dan genoeg plaats was, en op dit plateau hadden zich dan ook de mensen met hun zieken een plaats gezocht. bron: GJE2-95 - Veertig jaar voerde Jehova zichtbaar de kinderen uit Egypte; ze zagen Hem dag en nacht; in de woestijn waar Hij de wetten gaf, voedde Hij hen op wonderbaarlijke wijze gedurende 40 jaar. bron: GJE1-168 - Jezus heeft na veertig dagen in de woestijn en de Heer werkte ook daar en er staat geschreven: ‘Toen de satan zich terug moest trekken, kwamen de engelen tot Hem en dienden Hem. De Heer heeft ook na de doop van Johannes Zich enige tijd opgehouden bij de omgeving van Johannes de Doper bij de Jordaan. (GJE 1-7-3) – GJE 1-47-7

Woest en ledig - Dat de Aarde woest en ledig was! Het staat wel vast, dat alleen met de mogelijkheid om iets te kunnen bevatten, net als met de daarvoor gevoelde behoefte, er nog geen vat gevuld is. Zolang er echter niets in het vat is, zolang is het vat woest en ledig. Zo is het ook bij de oerschepping geweest. Uit God waren er wel oneindige hoeveelheden gedachten en begrippen door de almachtige wilskracht van Zijn liefde en wijsheid in alle ruimten der oneindigheid naar buiten gebracht, namelijk die gedachten en begrippen, die wij eerder de afzonderlijke op een spiegellijkende verstandelijke vermogens genoemd hebben. Dat deden wij omdat iedere enkele gedachte in zekere zin een reflexie in het hoofd is van datgene wat het steeds bezige hart zelf produceert. Als echter een losse gedachte, of een begrip op zichzelf, lijkt op een leeg vat of ook op een spiegel in een donkere kelder, dan is ook hun onderlinge samenhang nog woest en leeg; en omdat er nog geen wederzijdse actie is van de onderlinge verstandelijke vermogens, maar er alleen maar mogelijkheden zijn voor het bestaan en voor actie, is dus alles nog, zoals eerder opgemerkt, koud, zonder vuur en zonder licht. Al deze onactieve en bewegingloze gedachten en ideeën van de goddelijke wijsheid worden heel treffend vergeleken met de 'wateren' waarin ook talloze specifieke elementen zich afzonderlijk bij elkaar bevinden, maar waaruit uiteindelijk toch de gehele stoffelijke wereld haar veelvormige bestaan haalt. bron: GJE2-220

Wonderen - Maar ik weet nu ook, dat die Heer van het onmetelijk heel­al niet steeds maar wonderen wenst te doen; tegen Zijn Eigen eeuwige wonderorde in omdat voor ons, geschapen wezens, daaruit altijd een veroordeling voortvloeit! Jeugd van Jezus 232 - Tekenen wekken niemand geestelijk op, maar deze zijn een opgelegde dwang en dan valt men in het gericht. (GJE 1-14-13) Weet u dan niet dat de tekenen niemand opwekken, maar alleen veroordelen?! Ik kwam echter niet naar u toe om te veroordelen, maar opdat u het eeuwige leven zoudt ontvangen als u in uw hart aan Mij geloofde! Er zullen weliswaar nog veel tekenen geschieden en u zult er nog ettelijke zien, maar zij zullen u niet levend maken, maar voor lange tijd doden.' GJE1-14 [13] - Tekenen wekken niemand geestelijk op, maar deze zijn een opgelegde dwang en dan valt men in het gericht. Een wonder maakt de geest niet vrij – de Heer zei tegen de koopman in Sichar: als je geen teken gezien had, dan zou je Mij ook niet geloofd hebben! Nu geloof je weliswaar, maar met dat geloof is je geest niet vrij – GJE1-61:4 (GJE 1-14-13) - Nu geloof je weliswaar, maar met dat geloof is je geest niet vrij. bron: GJE1-61 –

Woning van een zelfmoordenaar – hier heeft geen enkel wezen nooit een blijvende plek om daar te vertoeven. Een woonplaats voor een zelfmoordenaar behoort niet tot het leven, omdat zij immers hiertegen een afschuw hebben. Want de in de dood met de afgescheiden geesten, vervolgen hem als het lot met een knagende worm, die nooit sterft; niet in de dood, want daartoe heeft de Heer over leven en dood deze geen plek toegewezen – ook niet in de hel,  want hiertoe moeten sommige goddeloze zelfmoordenaars eerst rijp worden; niet in de hemel: want ook de vroomste en onschuldigste zelfmoordenaar moet eerst de afschuw voor zijn lichaam hebben afgelegd, alvorens hij met zijn fijnste delen, volkomen en zal kan verenigd worden.

Wraak - Wraak moet je uit je hart weren. Ban alle toorn en wraak uit je hart. bron: GJE2-122

[bron: Het Bijbels Namenboek Jurriaan Wijchers en Simon Kat, Bijbels woordenboek Lize Stilma & De Nieuwe Openbaringen – Jakob Lorber – 1840]

www.zelfbeschouwing.info