Alfabetisch Bijbels [ingekort] register van de letter S

Sabbat – de dag, waarop men niet werkt, maar wel goede werken mag doen zonder eigen belang; in Jezus tijd verweet men Hem, dat Hij koren plukte – al wandelend – door de velden; Jezus zei echter: ‘de sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat; ‘Toen de ochtend aanbrak was Jezus met de twaalf alweer op de been en zei tegen Petrus: 'Wat vind je, aangezien het vandaag de dag vóór de sabbat is, waar de oude Joden die hier in deze plaats wonen groot belang aan hechten, - moet Ik vandaag werken tot heil van de mensen of zullen wij deze dag het werk laten rusten?' Petrus zegt: 'Heer, hoe kan ik als zwak, zondig mens U hierin raad geven? Want U alleen weet het beste wat juist is! Maar de zon is nog niet opgegaan en U kunt met Uw wil nu alles verrichten, voordat de zon deze plaats zal verlichten. Om de oude Joden niet te ergeren kunnen wij vervolgens deze voorsabbat houden tot de zon helemaal is ondergegaan. Deze dag verbiedt echter niet om te spreken en onderwijzen, alhoewel de Joden veel waarde aan deze dag hechten omdat zij geloven dat het de geboortedag van Mozes is.’ Jezus zegt: 'Dat is nou juist waarom Ik nu met jullie praat en Ik vraag dan ook aan jullie of jullie zelf enig belang hechten aan de dag van Mozes?' Petrus zegt: 'Heer, wij hechten belang aan de leer van Mozes, maar niet aan zijn dag; het is immers toch niet bewezen of het wel de dag van de grote profeet is!’ Jezus zegt: 'Weliswaar is deze dag wel die van de profeet, maar dat moet ons niet in het minst verhinderen om vandaag zoveel mogelijk bezig te zijn, om die oude droomuitleggers uit hun waan te wekken en om hun dwaasheden duidelijk te maken. Petrus vraagt dan: 'Hoe zal het gaan met het opwekken van de vele dode kinderen en andere mensen? Want als die niet opgewekt worden, zullen de Essenen toch nog in hun oude nood verkeren; maar als ze opgewekt worden, waartoe U natuurlijk in staat bent, dan zullen er weldra nog meer mensen met hun doden hierheen komen en deze Essenen, die nu bekeerd zijn, dwingen hun doden weer op te wekken. Hoe zal dat nu voorkomen kunnen worden?' Jezus zegt nu: 'Ook daar zal voor gezorgd worden. Jullie hoeven je daar geen van allen bezorgd om te maken of te bekommeren! Maar het is goed dat deze plaats zo afgezonderd ligt van andere plaatsen. Daarom kan hier ook veel gedaan worden waarvoor andere plaatsen in deze tijd niet geschikt geweest zouden zijn en daarom zal ook dat, maar voor de laatste keer, met de doden gedaan kunnen worden. Hoe en op welke manier, dat weet Ik wel en jullie hoeven je daar dan ook niet druk om te maken!' – (GJE8-197)

Sabbatjaar – Een sabbatjaar was volgens de wet van Mozes elk zevende jaar en na 7 x 7 jaar het 50e jaar een jubeljaar; in het sabbatjaar mochten de akkers niet bebouwd worden, en dat wat er zo vanzelf opgroeide, was voor de armen bestemd; de rijken moesten maar zorgen voor voorraad; in dat jaar moest ook alle schuld worden kwijtgescholden, behalve aan buitenlanders; Hebreeuwse slaven werden vrijgelaten;

Sabbatsreis – dit was een kilometer – de schriftgeleerden beweerden, dat men op een sabbat niet meer dan 1 km. mocht afleggen;

Saffira – vrouw van Ananias, die met hem sterft wegens hun bedrog;

Sadduceeën – dezen geloofden alleen wat in de wet van Mozes stond; ze geloofden niet in Jezus en evenmin in een leven na de dood; deze kwamen meestal voort uit voorname priesterfamilies – ze moesten ook niets van de Farizeeërs hebben, maar toen Jezus moest veroordeeld worden, spanden zij zich met de Farizeeërs samen;

Sadrach – de jood Hananja werd Sadrach genoemd toen hij in Babel woonde – hij was daar in het jaar 586 v. Chr. met vele anderen van zijn volk daar naar toe gevoerd door de overheersers, want de koning  van Babel wilde knappe mannen om zich heen hebben. Om er zo gezond mogelijk uit te zien moesten Sadrach en zijn vrienden Mesach en Abednego veel en lekker eten; ze weigerden dat heidense eten maar zagen er toch veel beter uit dan de rest en waren ook veel verstandiger – Daniël 3;

Salim of Enon - Kijk, op z'n allerminst zou ik (NICODEMUS) voor deze onderneming drie volle dagen nodig hebben en dat zou dan voor mijn werk net zoveel achterstand opleveren als drie jaar bij iemand anders. [OPM. DUS DE AFSTAND VAN JERUZALEM NAAR ENON. GJE1-22 [5] – onbekend is of dit zou gelegen hebben bij Skythopolis;

Salem – betekent heel, gaaf – Genesis 14:18; en Gen. 33:18 -  citaat Hebr. 7:1,2 – plaats waar Melchizedek koning is [in Jeruzalem] – Psalm 76:3;

Salomé – de reis Egypte van Jozef en Maria - Salome zegt tegen Jozef, die zich opmaakt voor de reis naar Egypte: ‚luister, jij zoon van de grote koning David! Niet slechts voor mij, maar voor je hele gezin zou mijn vermogen gedurende honderd jaar toereikend zijn! Jozef: ‚je bent een jonge weduwe en moeder, je moet dus ook je beide zonen meenemen, maar ik heb geen minuut te verliezen vanwege de spoedige komst van Herodes hier. Pacht daarom mijn grond voor drie tot zeven of tien jaar, opdat die niet in vreemde handen valt. Dat beviel haar. Cornelius vroeg zich af, of hij ooit hen weer te zien krijgt. Jozef: ‚er zullen nauwelijks drie jaren verstrijken, voordat ik en het Kind en Zijn moeder je opnieuw begroeten!’ (bron: jeugd van Jezus, hfdst.34)

Salome – Marcus 15:40 en 16:1 – een vrouw die Jezus volgde. Zij zou de moeder kunnen zijn van de zonen van Zebedeus [Matth. 20:20 en 27:56];

Salomo - Toen Salomo de tempel bouwde en er gedurende een maand geen dagloner mee wilde werken aan de bouw, smeekte hij God om arbeiders en er kwamen direct een groot aantal jonge mannen en boden de koning aan om voor hem te werken, en Salomo nam hen aan en werkte gedurende een maand met hen, zoals de overlevering zegt. bron: GJE1-131 – Hij schreef in 984 v. Chr. het Hooglied en schreef ook Hosea. Salomo schreef het op zoals het hem door de geest werd gedicteerd maar zelf begreep hij er eigenlijk ook niet veel meer van dan jij nu. Want hij had wel de gave om wijs te spreken, maar hij had niet tevens de gave om het te begrijpen. Ook voor hem was veelonbegrijpelijk, want wat hij schreef waren woorden voor deze tijd, gevat in passende beelden. GJE3-19 – Salomo had veel vrouwen, 4000 paarden, 1400 wagen, 12.000 ruiters – hij was de zoon van David en Bathseba – hij bouwde een tempel waaraan 7 jaar en een paleis waaraan 13 jaar gewerkt werd. Dat kostte veel geld en in ruil voor steden kreeg hij van koning Hiram geld. Koningin van Scheba kwam speciaal naar hem toe [ze reist hiervoor 1900 km] – Salomo is de schrijver van Spreuken, Prediker en Hooglied. Over hem lezen we in het boek Koningen.

Samaria  - betekent ‘waker’- Semer verkoopt aan koning Omri een berg [terrein]; deze bouwt er een stad op en noemt deze stad Samaria; het wordt de hoofdstad van het Israël van de tien stammen; Samaria werd in de 9e eeuw v. Chr. gebouwd en lag 9 km. van Sichem.

Samenkomsten, geen loze - Mijn geest kan sterker door jullie werken als twee of drie van jullie ergens in Mijn naam samen zijn en zo onderrichten en werkzaam zijn. bron: GJE1-141

Samgar – een Richter die 600 Filestijnen versloeg met een ossenstok – Richteren 3:31;

Samuel – of Semuël  betekent ‘van God gebeden’-  of ‘zijn naam is God’. zoon van Elkana en Hanna – nog zeer jong wordt hij toevertrouwd aan de priester Eli – Psalm 99:6 noemt hem samen met Mozes en Aaron; Toen Samuel eens in Bethlehem kwam, vroeg men hem angstig: ‘is uw komst met vrede?’Toen hij stierf rouwde heel Israel.

Sanballat – de Perzische stadhouder voelde er niets voor dat Nehemia de verwoeste muren van Jeruzalem ging herbouwen. Hij vreesde dat de joden weer teveel macht zouden krijgen. Op allerlei manieren probeerde hij de voortgang van Nehemia’s plannen te verhinderen, doch deze had hem door en gaf de arbeiders behalve bouwmateriaal ook een zwaard.

Sanhedrin – dit wordt beschreven in Lukas 10:1-16; het Sanhedrin bestond uit 3 groepen: 23 Farizeeën die de tempeldienst uitmaakten, de gemeenteraad, de 23 ouderlingen en de 23 Sadduceeën, die de rechtspraak hadden [69] plus de hogepriester, dat samen 70 geeft. In de voorruimte van de gehoorzaal vergaderde het Sanhedrin; Johannes kwam er wel door omdat hij een dienaar hiervan kende, maar het was zo druk, dat Petrus er niet door kon. Toen Johannes met deze dienaar sprak kon Petrus alsnog naar binnen. Petrus en Johannes waren vermomd binnengekomen. – de naam Sanhedrin is ontstaan uit het Griekse synhedrion = raadsvergadering en in Matth. 5:22 vertaalt met ‘Hoge Raad’.  – ook wel grote raad of gerechtshof; de Sanhedrin was het hoogste joodse gerechtshof – het vergaderde in het tempelgebied van Jeruzalem. In de tijd van Jezus was Kajafas hogepriester en waren Jozef van Arimathea en Nicodemus leden hiervan;

Sara = vorstin – de negentigjarige Sarai in Sara – vrouw van Abraham en tevens zijn halfzuster – omdat zij zelf geen kinderen krijgt, geeft zij haar slavin Hagar als bijvrouw aan Abraham, om via haar kinderen te krijgen. Later wordt Sara zelf een zoon beloofd – Jesaja 51:2 noemt Sara samen met Abraham als stamouders van Israel. Paulus gebruikt haar verhaal als voorbeeld in Romeinen 4:19, 9:9, Gal. 4:22 – Verder Hebr. 11:11 en 1 Petr. 3:6;

Satan [Satanas] – Hebreeuws: tegenstander; Sara werd 127 jaar en werd begraven in de spelonk van Machpela bij Hebron. Gen. 11.

Satan en materie - Nu richtte Jezus zich vriendelijk tot Petrus en zei: ‘Ik heb je niet in het minst gekleineerd door je scherpe bewoordingen het menselijke van je te laten zien. Alle menselijke behoeftes is om puur aardse reden. Het schijnbare leven van de materie is slechts een drogleven en de waarde ervan is zoveel als niets. Als de mens zijn geluk zoekt in de materie vertegenwoordigt hij het schijnleven en bevindt zich in het gericht. De satan en de hel zijn daarvan het toonbeeld. Wil je vrij worden van satan, dan moet je het kruis, zoals Ik dat in de geest draag, op je schouders nemen en Mij navolgen.’ (Mattheüs 16:24)

Hierna volgen Bijbelse teksten van Mattheüs 16:25,26,27 en 28). Als je het materiele wilt behouden, dan zul je het verliezen (en daarnaast zelfs ook het geestelijke). Wat heb je aan veel aardse rijkdom, als je ziel daarbij schade ondervindt. De Heer zegt, dat Hij eens zal terugkomen als Mensenzoon. Ook dan zal Hij helpen – net als in de tijd van de discipelen – toen Hij tweeduizend jaar geleden op aarde wandelde. Echter met het verschil, dat Hij de mensen zal vergelden naar de mate van hun eigen werken. De levende dode zal in het hiernamaals dan in het gericht blijven; hij zal zijn eigen rechter zijn. Maar zij, die leven volgens Zijn woorden en werken, zullen de dood niet zien en proeven. Jezus wijst nog op de zorg van de ouders voor hun kinderen. Deze zorg mag geen wereldse zorg zijn, maar zij dienen hun kinderen geestelijk zielenvoedsel te geven en mogen dit niet verzuimen. De wereld behoort immers toe aan de satan en dus aan het gericht. (GJE5-171)

Satanswater - Er wordt wel verteld, dat ongeveer dertig jaar geleden een paar mensen [Jozef en Maria] uit Galilea na het genot van het satanswater [door de tempel] niet gestorven zouden zijn. [opmerking: dat is nu dus 2045 jaar geleden] - bron: GJE2-237

Saul – de Hebreeuwse uitspraak is: sja-oel en betekent ‘afgebeden [van God]’- zoon van Kis; wordt tot koning gezalfd door Samuel – 1 Sam. 10:1; Saul was de 3e koning in de joodse geschiedenis – daarvoor was eerst Melchizedek van Salim [Jeruzalem koning – vervolgens Jozef onderkoning in Egypte] – Saul was groter en knapper dan alle mensen om hem heen – toen Samuel hem tot koning zalfde juichte het volk zo, dat de grond ervan scheurde – Later werd Saul jaloers en achterdochtig; daardoor kregen hij en zijn vriend David ruzie;

Schaapspoort Jeruzalem – door deze poort in de muur van Jeruzalem [aan de noordkant] kwamen de dieren binnen die geofferd moesten worden. Vlak bij deze poort was ook het badwater van Bethesda;

Schamen, zich niet voor God – De Heer zei: "Wie zich in de wereld schaamt om Mij openlijk boven alles lief te hebben, daarvoor schaam Ik Mij ook om hem ten aanschouwe van alle hemelen lief te hebben en hem op de jongste dag tot het eeuwige leven op te wekken!" GJE2-41[9] - 'Laat ze maar gaan, de blinde dwazen! Ze schamen zich voor de mensen; maar voor God, die de geheimste gedachten altijd doorziet en onderzoekt, schamen ze zich niet! - Ik zeg jullie: Dat schaamtegevoel ten opzichte van de wereld stelt niets voor! Hoelang zal dat dan nog duren op deze wereld?! Weldra zullen ze dat lichaam moeten missen, waarvan het vlees hen zoveel zoete uren geschonken heeft! Dan zullen ze naakt in de andere wereld belanden, en daar zal men hen tot in alle finesses van de daken luid verkondigen wat ze op deze wereld, hoe heimelijk ook, gedaan hebben! Een echte en blijvende schande zal hen daar zeker ten deel vallen, en die zullen ze ginds niet zo gemakkelijk kwijtraken als hier! GJE1-86 [7]

Schapen - Schapen hebben een zeer beperkt intelligentie, zoals ossen die ook beperkt hebben. (GJE 1-16)

Schatten verzamelen -Grote schatten verzamelen van deze wereld vormt de groot­ste bedreiging voor het eeuwige leven van de mensen! Wat baat het echter de mens, als hij de schatten van de gehele wereld zou hebben en dit ten koste ging van zijn ziel? Voor hij er erg in heeft zal men zijn ziel wegnemen en in grote duisternis werpen, waar eeuwig gejammer en tandenknarsen heerst! Wat zal hij dan aan al zijn schatten hebben!? Laat ieder van jullie daarom geestelijke schatten verzamelen, die niet door de roest en de motten vernietigd kunnen worden, dan zullen jullie in eeuwigheid alles in overvloed hebben! Hij, die alleen de eeuwige schatten van de hemel bij zich draagt, zich gemakkelijk boven alle helse stormen en golven van het wereldgebeuren verheft en zonder schade te lijden daarover kan wandelen en uiteindelijk toch meester is en blijft van alle moeiten der wereld. Als hij zijn levensschip echter belast met de schatten der wereld en de storm hem achterhaalt op de golven van zijn geldzorgen, dan zullen schip en schipper beiden onder gaan! bron: GJE2-102

Schelfzee – rietzee [suf] – rode zee – legerplaats op de uittocht; nadat het water van deze zee uiteengeweken was, konden de Israelieten er veilig doortrekken; hun achtervolgers – de Egyptenaren – kwamen echter om in de golven – Exod. 14;

Schepen van de oud-Romein Marcus – De Heer zei tegen Zijn leerlingen: "Laten we dan gaan en ons inschepen op de kleine schepen, die elk, zonder gevaar, makkelijk twaalf personen kunnen vervoeren!" - iedereen stond toen op en volgde Mij”. GJE2-186 [13]  [Opm. 2000 jaar geleden kon het schip van Petrus wel gemakkelijk 100 mensen vervoeren – het schip dat dus gevonden was in [Migdal] Magdala is dus geen vergelijk daarmee!] - Militaire Carthaagse schepen konden 2000 jaar geleden wel 1000 personen transporteren. Dit was in de tijd van vicekeizer Cyrenius in Jezus’ tijd; Arbeiders hebben in de westoever bij het bouwen van een kanaal in Kapernaum een schip gevonden, in goede geconserveerde staat van 3 meter breed en 8 meter lang. Vooral opvallend was het specifieke verhaal, dat aan de evangelist Markus herinnert over de zeestorm, dat Jezus in het voorruim was en op een hoofdkussen sliep.

Schip van Petrus? - Arbeiders hebben in de westoever bij het bouwen van een kanaal in Kapernaum een schip gevonden, in goede geconserveerde staat van 3 meter breed en 8 meter lang. Vooral opvallend was het specifieke deel dat aan de evangelist Markus herinnert over de zeestorm, dat Jezus in het vooronder van het schip was en op een hoofdkussen sliep. Er zij echter vermeld dat destijds de schepen enorm groot waren en dat daarin honderden mensen vervoerd konden worden. Elk schip dat gevonden wordt herinnerd aan 2000 jaar geleden. Het gevondene schip kan mogelijk van een zeer eenvoudige visser zijn geweest.

Schepping – Zondvloed - Noach leefde nog 500 jaar en hij gewon Jafet. Toen Noach 502 werd, gewon hij Sem. Noach werd dus 602, dat twee jaar na de zondvloed was. Hoe lang Nahor leefde, is niet bekend. [Gen.11:24]

Enos                           0105-0090

Kenan                         0090-0090

Mehalaleel                  0070-0070

Jered                           0065-0065     

Henoch                       0162-0162

Methusalem                0065-0065

Lamech                       0182-0182

Noach                         0182-0182

Zondvloed                  0600-0500

--------------------------------------------

                                      1656

Scheppingsgedachte van God - Het getuigt, dat het ervoor beschreven 'woord' of 'licht' of 'de grote scheppingsgedachte' niet ontstaan is in de loop van het Goddelijke bestaan, maar dat het met God, als een deel van Hem, eeuwig is en daarom nooit iets kan zijn, wat met een vroeger ontstaansproces te maken heeft. Daarom geeft het tweede vers als een soort getuigenis de verklaring: Het bestond altijd al in de diepste grond van al het zijn en al het latere worden, als een deel daarvan in en uit God, en was dus Zelf geheel en al God. In het begin schiep God de hemel en de aarde. De oudste tijd wordt het begin genoemd. Bij de profeten hier en daar de dagen der oudheid en ook de dagen der eeuwigheid. Het begin sluit ook in zich de eerste tijd, wanneer de mens wedergeboren wordt, want dan wordt hij opnieuw geboren en ontvangt het leven; de wedergeboorte zelf wordt daarom de Nieuwe Schepping van de mens genoemd. Scheppen, formeren en maken betekenen met een zeker verschil bijna overal in de profetische boeken tot wedergeboorte, zoals bij Jesaja 43:7 – een ieder, die naar Mijn naam genoemd is en die Ik geschapen heb tot Mijn heerlijkheid, die Ik geformeerd heb die Ik ook gemaakt heb. Daarom wordt de Heer Verlosser genoemd, Formeerder vanaf de moederschoot, Maker en ook de Schepper, zoals in Jesaja 43:15: Ik ben Jehovah, uw Heilige, de Schepper van Israël, uw Koning. In Psalm 102:19: zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen en Gij vernieuwt de aangezichten van de aardebodem. Psalm 104:30: dat de Hemel de innerlijke mens betekent en de Aarde de uiterlijke mens voor de wedergeboorte. (GJE1:1:9)

Schepsel van God  - Maar ieder geschapen mens heeft een levende ziel, die ook een geest is en de nodige bekwaamheid heeft om goed en echt en kwaad en onecht te onderscheiden en ook om zich het goede en echte eigen te maken en het kwade en 'onechte uit zich te bannen; maar de ziel is desondanks geen ongeschapen, maar een geschapen geest en kan daarom op zichzelf nooit het kindschap van God verkrijgen. GJE1-162 [4]

De engel zegt: 'Omdat het er om gaat, een geheel nieuw schepsel te worden en wel uit en in God. Als je eenmaal uit God een geheel nieuw schepsel en kind van God bent geworden, dan krijg je alles weer terug! In de talloze andere werelden wordt je in­ en uitwendig gevormd tot wat je moet zijn; maar hier laat God de uiterlijke vormgeving over aan de ziel, die haar lichaam zelf vormt volgens de ordening waarin zij geschapen is; maar iedere geest, die in de ziel geplaatst is, moet speciaal de ziel eerst vormen door het opvolgen van de hem uitwendig gegeven wetten. Als de ziel daardoor de juiste rijpheid en vorming heeft bereikt, dan worden geest en ziel een eenheid, en dan is de gehele mens compleet, een nieuw schepsel, van oorsprong altijd uit God, omdat de geest in de mens niets anders is dan een kleinste weergave van God omdat deze volledig uit het hart van God komt. Maar de mens bereikt dit niet door de daad van God, maar door zijn eigen persoonlijk handelen, en is juist daardoor een echt kind van God! En ik zeg je nog een keer heel kort: Op alle andere hemellichamen vormen de mensen zich niet zelf, maar worden ze door God, of wat hetzelfde is, door Zijn kinderen gevormd. Hier moeten de mensen zich echter geheel zelf vormen volgens de geopenbaarde ordening, anders kunnen ze onmogelijk kinderen van God worden! En zo is een voltooid mens op deze aarde als een kind van God in alles aan God gelijk; maar een niet voltooid mens is daarentegen veel minder dan het dier!’ GJE1-214 [9-11]

Scholen in het hiernamaals - Komen hun zielen in het hiernamaals soms ook in die zonneschool?" IK zeg: "Dat toch wel niet, Mijn allerliefste Jarah, want zij behoren niet tot een onrijp, maar tot een helemaal rijp volk. En de zielen van een rijp volk komen, als zij eens in alle slechtheid zijn gestorven, door hun eigen wil in de diepte der aarde. Want omdat zij pure materie zijn geworden, is dat hun element, en zij willen en kunnen daarvan niet scheiden. Wel zal er alles, ja zelfs het uiterste aan gedaan worden. Alle kwellingen en smarten worden op hen losgelaten om hen los te maken van de materie. En als er een van de materie los komt, dan komt ze in de scholen die op het geestelijke deel van deze aarde bestaan. Pas daarvandaan gaat ze dan verder naar de maan. Als ze daar iedere graad der zelfverloochening heeft doorgemaakt en daarin sterk is geworden, wordt ze naar een volmaaktere planeet verheven en daar in de ware wijsheid onderwezen. Wanneer dan zo'n ziel in het ware licht is opgenomen, wekt dat licht, als het sterker en sterker wordt, de warmte van het geestelijke leven op, en de ziel begint zich zodanig met haar geest te verenigen, dat langzaam maar zeker haar gehele leven liefde wordt. Als die liefde dan sterk en krachtig genoeg is geworden en is overgegaan in de echte innerlijke levensvlam, dan wordt het in de ziel van binnenuit licht en stralend, en pas dan bevindt zo'n ziel zich in de toestand waarin ze opgenomen kan worden in de vrije wereld van de gelukzalige geesten, waar zij dan als een kind weer verder opgevoed wordt. Maar totdat een op aarde stoffelijk geworden ziel zover is, kunnen in het gunstigste geval toch altijd wel verscheidene honderden jaren verstrijken. De verbeteringsinrichtingen zullen zo omvangrijk zijn dat ze van hier tot in het hiernamaals zullen worden uitgebreid! Jarah zag op een ster - door Jezus genoemd een kleine school- en trainingshuis in zelfverloochening en zelfbeheersing. Al die schoolhutten staan onder leiding van een engel (Rafael) - GJE2-140 [4-7] en GJE2-133,138,139

Schoonzoon van Cornelius, broer van Cyrenius en keizer Augustus - Kisjonah had een dochter en die huwde met Cornelius en dus een schoonzoon van Cornelius. bron: GJE2-56

Schreeuwen werkt niet helend - Ik vind dan ook, dat in de toekomst, alle hemelse geesten, al zijn zij nog zo volmaakt, zich in moeten spannen om minstens zo te spreken als de Heer en Schepper van alle geesten, zonnen, werelden en mensen spreekt! Ook bij de ernstigste zaken blijft het woord van de Heer zo zacht klinken al de zachte wol van een lam, en Zijn woorden stromen als melk en honingzeem. Daarom zou iedere leraar en herder zich naar Hem moeten richten, want in een zachte spreektoon ligt naar mijn mening toch steeds de grootste kracht! Wie schreeuwt en heftig praat, krenkt vaak datgene wat hij eigenlijk wilde genezen. Let eens op het steeds vriendelijke gezicht van de Heer tegenover vriend en vijand, en wie zal zich erover verwonderen dat zieken gezond worden als Hij slechts naar hen kijkt?! Zo, lieve Rafael, moet jij ook in woord en daad ten opzichte van mij en iedereen zijn, dan zal ieder van jouw stappen op deze Aarde zegen verspreiden!" GJE2-166 [2]

Schrift rond 900 ná Adam - Negen honderd jaar na Adam was er al het Schrift, dat over de Schepping van de wereld ging, dat de Heer aan de Adamieten gaf. Dit schrift is door de stormen des tijds verloren gegaan en het ligt nu in alle rust ergens verborgen in de aarde van Japan. Dit zal echter in de naaste toekomst weer als zichtbare getuigenis van het verleden boven water komen.

Scytopolis – ruïnes bij - Scythopolis cardo

Sebanja – betekent: ‘machtig is Jaweh’. Een priester die de ark helpt overbrengen – zie 1 Kron. 15:4

Sebat – Schebat – Zach 1:7; nieuwe maan januari-februari; van het joodse jaar de elfde maand;

Sedekia – ook wel Zedekia – betekent ‘mijn gerechtigheid; derde zoon van koning Josia van Juda en Chamutal; broer van Joachaz; oom van Jojakin die hij – op bevel van Nebukadnezar van Babel – opvolgt als koning – 2 Kron. 36:10 – en hij deed wat kwaad was in de ogen des Heren – hij is de laatste koning van Juda – hij stond voortdurend in contact met Jeremia [Jer. 21:1-7, 27:12, 37:3,7, 38:14-27] – die hem zegt] te buigen voor Babels koning en geen hulp te verwachten van Egypte. Maar Zedekia durft niet te luisteren en laat Jeremia gevangen zetten, maar spaart zijn leven; Het leven van Sedekia eindigt ellendig; blindgemaakt in de gevangenis; 2 Kon. 25:2,7, Jer.39:2, 4-7, 52:3-11; zijn gewone naam was Mattania [2 Kon. 24:17] en Sedekia zijn koningsnaam;

Sefanja – Zefanja – betekent ‘Jaweh geeft verlenging’- Psalm 31:21 – hij weigert maatregelen te nemen tegen Jeremia – maar wordt later gevangengenomen bij de val van Jeruzalem en gedood;

Sefar = Sephar; plaats, streek of berg in zuid-Arabië – Obadja 20 beschrijft Sephar als stad met joodse bannelingen; volgens sommigen Sardes; volgens anderen een plaats in Spanje – De Sefardische joden tegen de Azkenazim = Sefardim – maar Sephar betekent gewoon ‘cijfer’ en vandaar ook cijferjoden, die zijn gevlucht van Israel naar vele landen in Europa, o.a. Spanje [waar de Sinterklaasanekdote werd bedacht, naar Nederland met de diverse kinderfeesten.

Seltmann - Kritische belichting van de Max Seltmans werken - Seltmann (vroeger een spoorwegbeambte in Sachsen) schrijft op basis van visioenen en dromen gemakkelijke leesbare kostelijke scènes over Jezus. In heft 3 en 4 bij 43 heeft hij het over een naaktscène. (de vrouw als verleidster) Hoe beschamend en verloederende tekst! Volgens de Bijbel hebben Johannes de Doper en Jezus elkaar nooit gekend. Maar Seltman beschrijft in heft 21, dat zij in hun jeugd elkaar wel gekend hebben. Zijn vriend Georg Riehle heeft zich destijds voorgedaan als Michael, dat is Johannes de Doper, die nog een keer terugkomen zal. In de Duitse vertaling: ‚Johannes der Täufer war dazu berufen von Mir der Menschen wegen den Weg zu bahnen, das war eine gewisses Muss, hinter dem jedoch eine ewige Freiheit verborgen liegt, aber dass er Mir nicht hätte folgen dürfen, als er Mich sah und erkannte, da war kein Sollst und noch weniger ein Muss. GJE1-145-8, 1-122-6, 2-84-5 und Robert Blum-11-39-7. Over Johannes de evangelist schrijven Seltmann en Riehle jammer genoeg onjuiste dingen. Johannes heeft als enige apostel het langst geleefd zonder te sterven aan een marteldood – 35-9, 358-11, Him2-8-19 en GJE4-88-12. - Er is sprake van een tarten der satan bij de mediamieke Seltmann. Er is ook maar 1/3 van zijn geschriften in de pers gekomen. Aanvankelijk leek mij deze boekjes als ‘kostelijke scènes’ een waardevolle aanvulling op de Jacob Lorber-literatuur, maar bij nader inzien heb ik deze boekjes toch maar weggedaan.

Schuldgevoelens - Je moet de Heer met al je vermogens liefhebben en niet steeds aan je zonden denken! Dan zul je de Heer beslist beter beval­len, dan door steeds maar jezelf te beklagen! JVJ 172-13

Seba, vissersdorp aan het meer van Galilea - In het dorpje Seba, een vissersdorp aan de Galilese zee, zetten de vele bewoners en ook diegenen die Mij uit andere dorpjes daarheen gevolgd waren, grote ogen op over Johannes de doper en zeiden: 'Hoe is het mogelijk dat hij een zonde beging? Want dat hij U, o Heer, nadat hij U toch herkend had, niet gevolgd is, dat was dan toch een hoofdzonde waarvoor hij nu moet boeten!? Heer plegen wij onrecht, als wij zo oordelen?' GEJ1-140 [7] - [Opmerking. dit moet dan vlak in de buurt zijn van de omgeving van Kis, omdat Kisjona de Heer vroeg bij hem te eten.]

Sekem – Sechem – Sichem = schouder – Num. 26:31 en Joz. 17:2 – zoon van Gilead; stamvader der Sekemieten uit Manasse;

Sem = betekent ‘faam’- Gen. 5:32 – 1 Kron. 1:4 – oudste zoon van Noach – met zijn drie broers en hun vrouwen gered uit de zondvloed. Zijn afstamming: Gen. 10:22 – 1 Kron.1:17; Sem was de oudste zoon van Noach; hij was de voorvader van de Arabieren en Arameeërs;

Semer – Samer – Samaria – betekent ‘bewaker’ – eigenaar van de berg – 1 Kon. 16:24 – die hij verkoopt aan koning Omri;

Septuanginta - 70 wijze lieden hebben op de hoge school in Alexandria in 281-277 v. Chr. de H. Geschriften van alle joodse profeten van Mozes af toentertijd in het Grieks vertaalt en onder de naam Septuaginta van de wereld overgeleverd. Een vertaling in het Grieks van de Tenach – in gebruik bij de griekssprekende joden en de vroegchristelijke gemeenten; de schrijvers van het NT citeren vaak deze vertaling, bijv. dat ze door 72 geleerden in 70 dagen gemaakt zou zijn;

Set – of Seth – betekent ‘plaatsvervanger’- Gen. 4:25 – 1 Kron. 1:1 – derde zoon van Adam en Eva; vader van Enos – zie ook Num. 24:17

Sichar – dit is niet de stad Sichem hoewel het dicht bij de Jakobsbron moet liggen – Joh. 4:5;

Sichem = betekent ‘schouder’ [360 graden, cirkel]  - Gen. 12:6 – stad in het dal tussen de Ebal en de Gerizim. In deze omgeving, bij More, verschijnt God aan Abraham, die er een altaar bouwt – Gen. 33:18 – later doet Jakob hetzelfde; vers 19 en Joz. 24:32 – Jakob koopt een stuk grond van de zonen van Hemor, de vader van Sichem – Genesis 34:4 – vertelt de geschiedenis van Sichem, de zoon van de Chiwwiet Hemor, en Dina – in de toespraak van Stefanus wordt Sichem genoemd – Hand. 7:16 – Opvallend betekent hier Stefanus ook çirkel = 360 graden – [waarvan wij nog de ringdagen kennen op de 360e dag als kinderspel, waarbij getracht wordt een stok of speer door een ring te werpen, terwijl je op een paard zit!] – zie ook Gen. 23:19, Joz. 24:32; - de grote wegen kruisten elkaar daar – na de ballingschap werd Sichem de hoofdstad der Samaritanen;

Sfeer - Ieder mens leeft in zijn eigen sfeer. bron: GJE2-61

Sifra – de vroedvrouw, voelde er niets voor om alle pasgeboren joodse jongetjes te vermoorden, zoals de Egyptenaren dat hadden bevolen; Exod. 1:15;

Sidon en Tyrus - Jezus groep van twintig leerlingen scheepten zich in en met goede wind voer het schip met grote snelheid naar de andere oever van de zee richting Sidon en Tyrus (Matth.15:21) - Wellicht is men toen ook een groot deel te voet gegaan? (Zie elders hier!) Het was echter een dag reizen. Deze steden lagen natuurlijk wel behoorlijk ver van de Galilese zee (meer) - en lagen aan de Middellandse zee. En toen zij het schip aan de andere oever verlieten, moesten wij op Grieks gebied nog een behoorlijke voetreis maken om in de buurt van de beide steden te komen. Op de terugreis zei Jezus: laten wij hiervandaan in plaats van naar het westen, waar Tyrus ligt, naar het zuidoosten gaan! Daar komen wij weer aan de Galilese zee. Vlak aan de oever ligt een mooie berg, waarvan wij de boomloze top hiervandaan gemakkelijk binnen twee uur bereiken, daar zullen wij overnachten. Deze stad is van haar hoogte gedaald – verzonken als de stad Tyrus nog in haar glorie bestond – de stad bestaat nu nog en heeft 10.000 inwoners – ze heeft haar muren en haar kasteel nog – Ezech. 28:20-23. Deze stad werd eens met de roede geslagen, maar niet vernietigd. bron: GJE2-167,168 – Sidon heet tegenwoordig Saïda – Salomo vond, dat er niemand zo goed bomen kon vellen als de Sidoniërs -  ook Jozef van Maria heeft daar – samen met de twintigjarige Jezus daar een aantal weken een grote klus geklaard;

Sikkel - Het grote veld, dat bestaat uit de gehele wereld, waarop de mensen als gerijpte tarwe staan, dat voor de schuren van God geoogst moet worden! En zie, dit oogsten is het ware werk en dit werk is het echte voedsel, dat wij allen volop te eten zullen krijgen. Wie op dit veld een goede maaier is, die verzamelt de ware vrucht voor het eeuwige leven, opdat aan het einde van de oogst, zowel degene, die gezaaid heeft, als hij, die gemaaid heeft, daaraan tezamen vreugde zullen hebben. Kijk eens naar de velen, die uit de stad naar ons toe zijn gekomen om in Mij de Beloofde te zien, en zoals je ziet, komen er nog steeds meer! Let op, dat zijn niets anders dan al overrijpe tarwe aren. die al lang gemaaid hadden moeten worden! Ik zeg jullie met veel vreugde: De oogst is groot, maar er zijn nog veel te weinig maaiers; vraag daarom de Heer van de oogst, dat Hij meer maaiers in Zijn oogst zenden zal! Degene, die zaait, is nog ver van de oogst, wie echter maait, die oogst tevens en heeft reeds het nieuwe brood des levens voor zich! Wees daarom ijverige maaiers; want jullie moeite is gelukzaliger dan die van de zaaier!Mijn woord van het Rijk van God is de geestelijke sikkel. Dit woord komt eerst in jullie eigen harten en van daaruit over je tong naar de oren en in de harten van je medemensen en broeders. Deze sikkel geef Ik jullie om de mensen, je broeders, te oogsten voor het Rijk van God, het Rijk van de ware kennis van God en het eeuwige leven in God. GJE1-30

Silas – Griekse vorm van Saul; Latijn = Silvanus! – Hand.15:22 en 18:5 – de gemeente van Jeruzalem zendt hem naar de Syrische Antiochië – Hand. 15:40 – daarna gaat hij met Paulus mee op diens tweede zendingsreis – in 1 Petr.5:12 wordt hij aangeduid als [mede]schrijver;

Silla – betekent ‘bescherming’- vrouw van Lamech; moeder van Tubal-Kain en Naäma;

Silo - Als men de ware ligging wil vinden. Het ligt noordelijk van Bethel en oostelijk van de ‘’heerbaan’’, die van Bethel naar Sichem loopt en zuidelijk van Lebona. Zie Richteren 21:19.

Simeon - Hij leefde in Jeruzalem en was buitengewoon vroom en god­vruchtig was, en hij verwachtte de ‘Troost van Israël en was van Gods geest vervuld. De Geest des Heren had ooit tot deze man gezegd: 'Gij zult de dood niet zien voordat u Jezus zult zien, de Gezalfde Gods, de Redder der Wereld!' Innerlijk daartoe gedreven kwam hij de Tempel binnen, juist toen Jozef en Maria nog in de Tempel doende waren om al dat te vervullen, wat de Wet voor­schreef. Toen hij het Kindje op­merkte ging hij direct naar de ouders toe en vroeg hen op sme­kende toon of hij het Kindje een ogenblik op de arm mocht nemen. Het vrome paar stond dat aan de oude man, die zij goed kenden, gaarne toe. En nu nam Simeon het Kindje in zijn armen, streelde Het, loofde God uit het diepst van zijn hart en zei tenslotte: 'Laat nu Heer Uw dienaar overeenkomstig Uw woord in vre­de gaan. Want mijn ogen hebben het Heil aanschouwd, dat Gij aan onze Vaders en Profeten beloofd hebt. Hij is Het dien Gij bereid hebt voor alle volkeren tot: een Licht dat de heidenen zal verlichten, een Licht ter ver­heerlijking van Uw volk Israël.’ - Jozef en Maria waren ver­wonderd over deze woorden van Simeon; zij begrepen niet wat hij over het Kind je gezegd had. Simeon gaf nu het Kindje aan Maria terug, zegende hen bei­den en zei toen tot Maria: 'Deze zal worden gesteld tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken van tegen­spraak! Een zwaard zal Uw hart doorboren en de gedachten van velen zullen openbaar worden!' - Maria begreep deze woor­den van Simeon evenmin, maar desondanks hield zij ze diep in haar hart in herinnering. Dit deed ook Jozef en hij loofde en prees God met alle ver­mogens, waarover hij beschikte. (bron: jeugd van Jezus, hfdstk.24)

Simeon – tweede zoon van Jakob en Lea – toen Jozef onderkoning in Egypte was en hij er zijn broers terugzag, stuurde hij hen naar huis om Benjamin te halen en hield Simeon als gijzelaar – Gen. 47

Simson - Zijn naam hangt samen met de zon: hij is te vergelijken met een kleine zon en dit als een aanwijzing naar de grote Zon, de Heer (Richteren 13:5b) – hij zal beginnen om Israel te verlossen uit de handen van de Filistijnen. Later kwam Jezus in het land van Palestina en voleindigde dit als Verlosser. Samson – betekent ‘als-de-zon’, of ‘zonneman’. Zijn vader is Manoach en zijn moeder is onvruchtbaar maar haar wordt een zoon beloofd die van zijn geboorte af aan God is toegewijd – Nazireeër – daarvan is het niet-scheren van het hoofdhaar één van de kenmerken; hij treedt met zijn bijzonder grote kracht vooral tegen de Filistijnen op; sterk van spieren, zwak van moraal; hij is een gemakkelijke prooi voor de Filistijnse Delila; zij verraadt hem als hij zijn geheim bekendmaakt – als blindgemaakte gevangene is hij een vermaak voor de menigte – hij sterft doordat hij van het tempelgebouw de zuilen [pijlers] van de  Dagontempel, waar hij tussen stond, uit elkaar drukte – de doden die hij in zijn sterven gedood heeft, waren talrijker dan hij in zijn leven gedood had – in de Hebreeërbrief wordt hij samen met enige andere richters opgenomen in de galerij van geloofsgetuigen – Hebr. 11:32 en Richt. 16:19; Simson leefde ca. 1100 v. Chr. in de buurt van Zora, dicht onder Jeruzalem – hij versloeg in zijn eentje 30 mensen, daarna nog 1000 en scheurde met zijn blote handen een leeuw uiteen en droeg stadspoorten een berg op – de kracht zat in zijn haren;

Simon – vader van Judas; ook deze heette Simon Iskarioth;

Sinaï – deze naam kan samenhangen met de woestijn Sin waarin de Sinai ligt – Exod. 16:1 en met seneh – braamstruik – ook bij de berg van God waar Hij zich manifesteert;

Sinim – de Sinieten – Ezech.  29:10 – misschien iets te maken met China.

Sippora – Zippora = vogeltje – Exod. 2:21 en 18:2  - dochter van Jetro Reüel; vrouw van Mozes, moeder van Gersom en Eliëzer – het enige verhaal over haar is opvallend – zij is degene die in Exod. 4:24 vv. haar zoon spreekt– er is sprake van één zoon, dus Gersom – zij zal niet de Ethiopische zijn van Num. 12:1. Blijkbaar verzet Mirjam zich tegen Mozes, omdar hij opnieuw een vrouw heeft genomen. De Middrasj kent haar naam: Tarbis of Tharbis;

Sion, de berg [har Tsion] - Sion – in de zuidwesthoek van het oude Jeruzalem – daar staat een gebouw als de zaal van het laatste avondmaal (Cenakel) – daar zou ook het graf van David bevinden. Ook 7 synagogen bleven daar overeind. Deze berg lag ten zuidwesten van de ommuurde stad Jeruzalem. De naam Zion werd het eerst gegeven aan de zuidelijke top van de oostelijke heuvel, dus aan de Ofel [2 Samuel 5:7]. Eerst later werd Moria [de tempelberg] Zion genoemd [2 Kronieken 3:1]. Een vlakke rots, een Tafelberg.

Sisak –  dit is een van de eerste Farao’s die in de Bijbel wordt genoemd; hij toonde zich welswaar een vriend, want hij nam Jerobeam gastvrij in zijn land op – 1 Kon. 11:40 – maar later veroverde hij Jeruzalem en roofde alle gouden schilden van Salomo en nog veel meer;

Sisera – het lied van Debora; Sisera was de legeroverste van koning Hasor, een Kanaäniet die Israel onderdrukt. Hij moet in een gevecht met Naftali en Zebulon vluchten en zoekt toevlucht in een tent van Kenieten, waar hij door Jaël, de vrouw van Cheber, wordt ontvangen. Terwijl hij ligt te slapen, doodt zij hem met een tentpin – Richteren 4:2, 22 en 5:20-30, 1 Samuel 12:9 en Psalm 83:10;

Sjaals - De Perzen hebben de beste en fijnste sjaals en andere kledingstoffen weten te maken en daaraan ook volgens hun geheime kunst de houdbaarste kleur geven, waardoor hun producten ook veel waarde hebben. bron: GJE2-52

Sjibbolet of schibboleth = korenaar – Richt. 12:5,6; het woord wordt gebruikt als wachtwoord; de Efraïmieten kunnen geen sjibbolet zeggen; zij zeggen sibboleth en verraden daarmee hun herkomst;

Slaaf van onderste helbewoners - Als jij je menselijke natuur blijft verloochenen en ontwijden tot het moment dat je sterft, dan zul je ook eeuwig van je bekoorlijke gestalte beroofd zijn; vorm je naar je eigen karakter en wees voortaan slaaf van de nederigste helbewoners en wees een gedrocht van alle boze geesten. Alle ongehoordheden, die jij in je innerlijkste hebt uitgebroed, zullen je eeuwig met onnoemelijke kwellingen en martelingen belasten – en alvorens je terechtkomt inhet eeuwige verderf, zul je nog een blik in de zaligheid doen, die jij je had kunnen toe-eigenen, als je dat slechts had gewild en de Lankmoedigheid niet hebt gehoond. Dit oordeel spreekt nu je eigen geweten uit. De eeuwige liefde echter voegt er nog aan toe: dat het er op aan komt, je eigen jammerlijke toestand te milderen, door in je toekomstige tijd, dat aeonen van tijden aanduurt – je trots in ware deemoedigheid om te zetten, en je zelfzuchtigheid in ware Gods- en mensenliefde te transformeren. Op deze wijze kun je in die verzoening- en opbloeiperiode nog enige hoop weten te vinden.

Slang als voorbeeld - Petrus begrijpt Jezus woorden niet over de slang, dat deze wijs is en dat zij ook zo wijs moeten zijn. Petrus doelt op de arglistheid van de slang en kan dit niet rijmen met hun gemoed. Dan zegt Jezus, dat zij zo’n wijze listigheid van de slang eigen moeten maken, maar nooit met slechte bedoelingen. Niet de leeuw is de koning der dieren, maar de slang. Deze werkt het meest met overleg en zoekt de plaats van haar jacht met de grootst mogelijke voorzichtigheid en zuivere berekening. De buit waarvoor zij op de loer is gaan liggen, ontgaat haar nooit. Alleen de mens is haar meester, verder geen enkel schepsel op aarde. In Indië en Afrika worden ze door de mensen afgericht om hun veiligste en betrouwbaarste wachters te zijn. In zo’n woning komt dan beslist nooit een roofdier, zelfs de olifant en neushoorn hebben groot ontzag voor deze huisbewaarders. Zij berokkenen de huisdieren geen schade zolang ze maar voldoende door de mensen gevoerd worden. Slangen zijn gemakkelijk af te richten, omdat ze heel intelligent zijn. Jezus zegt vooral tegen Petrus en de andere leerlingen, hoelang Hij hen nog moet verdragen om deze vraag. Petrus beloofde voortaan niet meer zulke naïeve vragen te stellen. (GJE6-101)

Sodom – Sodoma – vaak met Gomorra genoemd – de plaats van deze steden is niet precies bekend; misschien in het dal Siddim, o.a. van de Dode Zee – Lot kiest voor deze streek, die hem paradijselijk toeschijnt – Gen. 13:10 – in die tijd is Bera koning van Sodom – het verhaald Abrahams voorbede voor Sodom: als er ook maar tien rechtvaardigen zijn, zal de stad worden gespaard; maar zij worden niet gevonden. Lot en de zijnen vluchten en de steden worden ‘omgekeerd’.

Spelletjes voor kinderen - Zo kunnen vaak de ouders hun kinderen niet vaak genoeg en met voldoende resultaat waarschuwen voor bepaalde spelletjes, die vaak zeer gevaarlijk kunnen worden. Dan komen wij met onze hemelse onaangenaamheid en maken dat zulke kinderen zich bij hun verboden spelletjes heel gevoelig verwonden, vaak laten wij het er zelfs op aan komen dat daarbij een kind de ongehoorzaamheid met de dood bekoopt, als afschrikwekkend voor­beeld voor de anderen. De kinderen worden daardoor afgeschrikt, krijgen eindelijk grote angst voor de gevaarlijke verboden spelletjes en doen die niet meer. Dan is de spreuk op hen van toepassing: 'Een gebrand kind vreest het vuur!' bron: GJE2-165

Stefanas = Stephanus – Grieks ‘kroon’. 1 Kor. 1:16; één van de weinigen die door Paulus zelf is gedoopt. Hij brengt een brief over met vragen waarop in 1 Korinthe wordt geantwoord in hoofdstuk 16:15,17 – Paulus is aanwezig bij zijn steniging en vertelt dit later nog in zijn persoonlijke getuigenis in Hand. 22:20; Stefanus was een ijverige diaken – hij werd door de joden gestenigd, omdat ze hem beschuldigden lasterlijke woorden te hebben gesproken over Mozes, God, de tempel en de wet. Zijn rede bracht hen zo uit hun evenwicht, dat ze hem stenigden zonder de toestemming van de Romeinen af te wachten. [Hand. 7:54 e.v.]

Spijziging 5000 mensen - De spijziging vond plaats op de berg boven het meer van Galilea, waar men 2000 jaar geleden de kerktoren van Sidon en Tyrus kon zien [Matth. 14:20]. Verderop was er een kale berg waar de Heer bad tot de in Hem wonende Vader. De oorspronkelijke naam is Magadan dat water van het geluk betekent – want in Tabghe spijzigde de Heer 5000 mensen en in een latere periode zei Hij tegen Petrus vlakbij een ‘mensa christa rots’ aan een oever (nu met een kerk er om heen gebouwd): Petrus, weidt Mijn schapen. Aan het knooppunt van de traditionele wegen naar Syrië, Phonicie, Klein – Azië en Cyprus gelegen, beschikt Kapernaum nu over een moderne infrastructuur - Elders: Het aantal mensen dat gevoed werd was vierduizend mannen en eens zoveel vrouwen en kinderen, die niet meegeteld werden, dus in totaal achtduizend personen - Matth. 15:38 - Dit was op de berg boven het meer van Galilea, waar men de kerktoren van Sidon en Tyrus kon zien. bron: GJE-2-173 - men zegt dat in Decapolis Jezus 4000 mensen met 7 broden voedde met een paar visjes en men hield nog 7 manden vol over – ook in Bethanië gaf Hij 5000 mensen te eten;

Spiritueel - Geesten is de vertaling van ‘spiritus’ - dat is het meervoud en betekent ook nog het ‘blazen van de wind’, ‘luchtstroom’, ‘ademhaling’, ‘lucht die je inademt’. Respirer in het Frans voor ademen. Het betekent ook ademtocht, levensadem, of het leven. Spiritus betekent verder eveneens geest, ziel of gezindheid. Zo bestaat er een verband met adem, ziel, leven en geest.

Spiritueel vasten, een innerlijke pelgrimstocht - Een goed gesprek, hardlopen en wandelen, kan net zo goed werken als het slikken van antidepressiva. Steeds meer wordt de reguliere geneeskunde erop geattendeerd dat het noodzakelijk is om patiënten vaker lichamelijke inspanning voor te schrijven. De natuur is een onuitputtelijke schone bron van energie. Wil je lekker gaan wandelen in Nederland of buiten onze grenzen, dan moet je echt de natuur in, met grote kans dat je niet in hondenpoep trapt. Je moet leren om de schoonheid die je in de natuur kunt ervaren om te zetten in kracht. Dat kan een echte wandelmedicijn worden. Je hebt het altijd bij je. Je gaat ook mooie dingen zien onderweg. Het geeft je een kik. In stilte willen lopen of wandelen om je eventuele angst om te verdwalen, te overwinnen. De natuurlijke omgeving heeft je veel te bieden.

Spraak, spreken - Maria van Jezus leerde de kinderen lezen en schrijven in het Grieks, Hebreeuws en Latijn. Deze drie talen moest na­melijk in die tijd bijna iedereen kunnen spreken en zo mogelijk, voor noodgevallen ook kunnen schrijven; Latijn was in die tijd daar wat nu het Frans is: in een wat betere opvoeding mocht het niet ontbreken. Het is echter veel beter te zwijgen dan te spreken. Soms wordt men er weliswaar juist aan de haren bijgesleept om zulke gelegenheden de eigen tong hevig te gebruiken, maar hier is feitelijk gebleken, dat zwijgen op het juiste moment veel beter is dan het meest doordachte spreken. Wat de mond uitgaat, komt uit het hart en verontreinigt de mens (Matt.15:18) - Want uit het hart komen slechte gedachten: moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugens en laster (vs. 19) - Maar met ongewassen handen brood eten, dat verontreinigt de mens niet (Matth. 15:20). In een zachte spreektoon ligt volgens Jarah (14 jaar) toch steeds de grootste kracht. Wie schreeuwt en heftig praat, krenkt vaak datgene wat hij eigenlijk wilde zeggen. Rationalitas betekent zowel rede, verstand als spraak. De mens kan omschreven worden als een dier dat kan spreken. De taal is het huis van de mens. De mens heeft de taal in de plaats van haren en veren, zegt Hildegard. Daarmee kan hij zich bedekken en overal naar toevliegen. Zie het Lam Gods (Johannes 1:36). Tegenwoordig zou Johannes gezegd hebben: Kijk daar, daar aan de oever van de Jordaanoever wandelt nu de allerhoogste Godmens, zo bescheiden en zo deemoedig als een lam. bron: de jeugd van Jezus, hfdst.163, GJE1-107, 2-128 en 166

Stad bouwen en bewonen - Zo is het ook helemaal niet tegen de goddelijke orde om een stad te bouwen waarin de mensen in vrede en eendracht als één familie in één huis tezamen leven, werken en handelen en elkaar zo bij alles gemakkelijker kunnen ondersteunen dan wanneer zij urenver van elkaar verwijderd zouden wonen. Komt er dan echter in een stad hoogmoed, luxe, de zucht naar pracht, nijd, haat, vervolging en zelfs doodslag, en zwelgzucht, ontucht en traagheid, dan moet zo'n stad meteen weer in een puin­ en stofhoop veranderd worden, anders wordt zij een broedplaats van allerlei duivels kwaad dat na verloop van tijd de gehele aarde door en door zou verpesten, net als Hanoch van voor de zondvloed, en Babylon, en de grote stad Ninevé van na de zondvloed! Hoe groot waren deze steden eens en nu staan er in hun plaats slechts een paar armelijke hutten! Waar eens Hanoch stond, is nu een zee, net als op de plaats van het oude Sodom en Gomorra en de tien kleinere steden in de omtrek van de twee grote, die elk groter waren dan het huidige Jeruzalem dat ook niet meer zo groot is als in de tijd van David. Wat echter met die steden is gebeurd, zal ook met Jeruzalem gebeuren en er zijn er hier die de gruwel van de verwoesting mee zullen aanzien en mee zullen maken! Want, zoals gezegd, het is beter dat zulke steden er niet zijn en daarvoor in de plaats des te meer geheel levende zielen, dan dat er een stad is waarin de mensenzielen voor het tijdelijke en de eeuwigheid geheel te gronde gericht worden! GJE3-14 [13,14]

Steen - Een steen ligt in het diepste gericht.

Stefanus [betekent cirkel!] is identiek met Paulus - Hij houdt een rede voor het Sanhedrin – Hand.7 – tot 4 x toe noemt hij een periode van 40 jaar – opmerkelijk is dat vanaf die toespraak tot de verwoesting van Jeruzalem ook 40 jaar is. [Opmerking: Jeruzalem is in 70 n. Chr. verwoest, dan moet Stefanus Jezus net niet gekend hebben in 30 n. Chr.  – De vraag of Jezus in 30 n. Chr. is gekruisigd stoelt niet op juiste data – Als Jezus 1 v. Chr. geboren was, dan komt het jaar 33 n. Chr. in aanmerking. Zou dit 7. v. Chr. zijn geschied dan kunnen we het jaar 27 voor het jaar der kruisiging rekenen – het een en ander is moeilijk in te schatten, daar destijds liep de chronologie door elkaar];

Stem in het innerlijke – De Heer: ‘Denk eens aan de tijdsruimte tussen Adam en jou, en weet, dat deze hele, al tamelijk lang durende tijd, tot op dit uur nog steeds alleen maar in beslag is genomen door onderricht! En nu, na die lange voorbereiding, ben Ik Zelf eindelijk gekomen en toon de mensen duidelijk de wegen, die zij moeten gaan door hun eigen innerlijke kracht, die tot op heden al die tijd de best mogelijke vorming voor het pro en contra heeft gehad. Met Mijn aanwezigheid wordt de mens pas de grootste vrijheid van handelen gegeven om zijn leven te voltooien en daarbij krijgt hij een nieuwe wet der liefde, waarin met goddelijke volkomenheid alle andere wetten en alle wijsheid uit God inbegrepen zijn. Als een mens van nu af aan volgens deze nieuwe wet zal leven, zal hij zijn leven ook vast en zeker geheel volgens de goddelijke orde vormen, en daarna ook in de volheid van het ware en vrije eeuwige leven in kunnen gaan. Als hij deze nieuwe levenswet echter niet zal aannemen en zijn handelen daarnaar niet als uit zichzelf zal inrichten, zal hij ook zeker het doel van de ware levensvervulling niet bereiken. Maar niemand zal dan kunnen zeggen: 'Ik heb niet geweten wat ik moest doen!' En zou een mens hier nog zo ver vandaan zeggen: 'De roep van God is niet doorgedrongen tot mijn oren!', dan zal tegen hem gezegd worden: 'Vanaf dit uur is er geen mens op de gehele Aarde, die niet in zijn hart waargenomen heeft, waar hij zich aan moet houden.' Ieder zal een waarschuwende stem in zijn hart krijgen, die hem aan zal geven wat goed en alleen juist is. Wie deze stem zal horen en daarnaar zal handelen, zal het grotere licht bereiken en dat zal alle wegen van de goddelijke orde voor hem verlichten." GJE2-230 [7-11]

Stenen, de geest in de  - Kijk, thans gaat het met de mensen net eender! Geestelijk zijn ze dood en buiten het dierlijke natuurlijke leven hebben ze geen leven in zich. Hun zielen zijn puur vleselijk, en hun geest is zo goed als dood en lijkt op de geesten die in het gesteente rusten en door hun gerichte traagheid de overigens losse materie samengebonden houden, zodat daaruit stenen in allerlei soorten en vormen ontstaan; zachtere en hardere, vele doorzichtig en vele ondoorzichtig, en met verschillende kleuren die afhangen van de aard van de zich daarin bevindende geest. Als je de geesten in de stenen los wilt maken uit hun materie, zal je dat dan met lauw water gelukken? Zeker niet! Ik zeg je: De steen zal onder zo'n zachte en vreedzame behandeling net zo hard blijven als hij was en is. Er is een machtig vuur voor nodig om de geesten in de steen in een groot gevecht te verwikkelen; dan verbreken ze pas zelf de boeien van hun materie en worden vrij. En kijk, zo moet het hier ook gaan! Wat de geesten in de steen vrijmaakt, zoals het vuur, de strijd, zware druk en zware harde slagen, dat wekt ook de geesten in de mensenharten die veranderd zijn in harde stenen, en maakt ze vrij, vooral de harten van de groten en rijken, die harten van diamant hebben welke door geen aards vuur zacht gemaakt kunnen worden. GJE1-139 [3-5] - De mensen zijn bikkelhard, wordt er wel eens gezegd. Zo hard als een steen, onveranderlijk, niet te vermurwen. Als je de geestesgesteldheid in een steen wilt losmaken [van de materie!], dus het ontdoen van deze materie, dan is daar een machtig vuur voor nodig om het in een groot gevecht te verwikkelen; eerst dan verbreken zij zelf de boeien van hun materie en worden ze vrij. De Heer zei via Lorber: ‘Wat de geesten in de steen vrijmaakt, zoals het vuur, de zware druk en de zware harde slagen, zo werkt dat ook bij de geesten in de harten van de mensen, die verandert zijn in harde stenen. Vooral de harten van de groten en de rijken, die harten van diamant hebben en die door geen aards vuur zacht gemaakt kunnen worden.

Sterftedatum Jezus - Jezus in 7. v. Chr. geboren en begin in 23 n. Chr. in 26 n. Chr. gestorven en  al in de vroege zomer – want Jezus heeft 33 jaren en 4 maanden geleefd – dat is dus omstreeks 7 juli

Sterrenkunde - De sterren, waarover ook Mozes spreekt, zijn de talloze nuttige in­zichten, die men in alle afzonderlijke dingen verkrijgt, welke kennis natuurlijk voortvloeit uit het ene belangrijkste inzicht en daar aan hetzelfde uitspansel geplaatst zijn als de twee hoofdlichten. Reken daarom liever niet, want de loop van de sterren is anders dan je denkt! Jouw berekening is op zichzelf al onjuist en daardoor is het vrijwel onmogelijk, dat je aan de stand en de loop van de sterren het midden van de nacht zou kunnen bepalen. Mensen die dat kunnen, zullen ooit nog geboren wor­den; maar nu is het nog lang niet zo ver. bron: GJE1-153,61 - …. Want al de sterren die jij (CYRENIUS) tijdens een mooie nacht ziet en nog vele andere, die jouw oog vanwege hun te grote afstand van hier uit niet kan zien, zijn louter zonnewerelden met een voor jouw verstand onmeetbare grootte. De ene Zon, die jij ziet, is een van de kleinste planetaire zonnen; maar toch is ze al meer dan duizendmaal duizend keer groter dan deze Aarde. Stel je je dan eens een vierde klasse middenzon voor, waaromheen minstens tienmaal honderdduizend van zulke planetaire zonnen in grote kringen samen met hun planeten of lichtloze kleine aarden, zoals de door jullie bewoonde er een is, hun banen trekken! De omtrek van zo'n middenzon alleen, is al zo groot als duizendmaal de som van alle omtrekken van de planetaire zonnen en hun bijbehorende aarden en manen. GJE2-57 [4]

Storm, slapen tijdens de - Petrus vraagt zich af waarom juist de Heer tijdens het onstuimige geweld van de storm in slaap gevallen was en niet wakker was. Het is toch gewoonlijk raadzamer om tijdens een storm wakker te blijven. De Heer vraagt dit om hun zwakke geloof aan de kaak te stellen en het juist daardoor te versterken. Waarom zou de Heer moeten gewaakt hebben? Alles is van Hem en met Hem één en alles gehoorzaamt Hem. Hier wil de Heer tonen, dat Hijzelf geen enkele raad nodig heeft, maar dat elk gebeuren bedoeld is voor de mensen. In het geval hier voor de kleinmoedigheid van de discipelen op de boot van Petrus. De Heer zal daarom nu voortaan ook met hen samen wakker blijven. Petrus en ook de anderen begrepen deze boodschap maar al te goed. (GJE10-75)

Studeren - 'Door goed en nederig studeren, wordt de akker voor de wijsheid vruchtbaar gemaakt, en ook dat maakt deel uit van mijn ordening. Maar je moet de studie niet als doel en voor de wijsheid zelf aanzien, maar slechts als middel. En als dan die akker goed bemest zal zijn, dan zal Ik heus wel komen om daarop het zaad te strooien, waaruit de echte wijs­heid zal ontluiken! (bron: de jeugd van Jezus, hfdtstk.218) - Als kinderen met vaak geringe talenten terwille van de studie zo streng behandeld worden alsof er een wereld vanaf zou hangen, dan worden zulke zielen mat, omdat zij eerder geen tijd hadden hun lichaam zo te ontwikkelen dat het onder alle omstandigheden te gebruiken was! Daarom heeft alles volgens de orde van God zijn tijd nodig en nergens kan men een semester overslaan. bron: GJE2-217

Sukkot = ‘hutten’- plaats waar Jakob zich een huis bouwt – Gen. 33:17, Richt. 8:5-16 en Psalm 60:8 en 108:8 – is ook de plaats van de eerste legerplaats op de Uittocht. Het lag tussen Raämses en Etham; het was de eerste halteplaats van de Israelieten bij hun uittocht uit Egypte naar het beloofde land.

Susan - De plaats Susan in Iran bevindt zich 666 zeemijlen van het toenmalige Joodse tempelplein. [Daniel 8]. Susan betekent ‘werking van de paardenkracht’ en het Hebreeuwse woord Soes heeft de visuele waarde 666 uit 60-6-60.

Synagoge in het voormalige Nazareth - Maar nog voordat de tijd voor het avondmaal komt, gaan we nog even naar de nieuwe, door Jaïrus gebouwde synagoge, en Jaïrus, zijn vrouw, zijn dochter, haar man Borus, Cyrenius, Cornelius, Faustus, Kisjonah; jouw vrouwen en jouw kinderen zullen ons begeleiden. Daar moet je iets getoond worden, wat je zeer zal sterken in je geloof!" -  De genezen man, die BAB heette, zei: "Meester, het geschiede zoals u het wilt! Ik ben bereid u tot aan het einde der wereld te volgen." Na dit woord van Bab begaven wij ons meteen naar de synagoge, die - e als je een beetje doorliep in een kwartier, maar op je gemak in een half uur kon bereiken. GJE2-68 [17-19] - Synagoge betekent zowel plaats waar men bijeen komt alsook bijeenkomst, evenals kerk, ook in eerste instantie huis, waar ook in bredere zin gemeente of geestgemeenschap. bron: GJE1-105

Syrië – Aram, Syria – tijdens het leven van Jezus een groter gebied dan nu – ligt noordelijk van Israel. Uit Matth. 4:24 blijkt dat de roep van Jezus’ boodschap over alle grenzen, ook die van landen, gaat – Gal. 1:21 toont dat het gebied waarin de discipelen zich bewegen, niet beperkt was tot Jeruzalem;

[bron: Het Bijbels Namenboek Jurriaan Wijchers en Simon Kat, Bijbels woordenboek Lize Stilma & De Nieuwe Openbaringen – Jakob Lorber – 1840]

www.zelfbeschouwing.info