Alfabetisch Bijbels [ingekort] register van de letter H

Haardracht Jezus - Jezus haardracht zou krullig zijn, toen Hij nog als zoon van Jozef werkte in het timmermansvak. [bron: GJE2-49]

Haast -  Haastige spoed is zelden goed! In elke wereldse inspanning, die overdreven ijverig gedaan wordt, ligt de dood op de loer! Het is daarom beter om in wereldse zaken lui te zijn, maar des te ijveriger in geestelijke din­gen, en dat geldt voor elke gele­genheid. Zo komt het dat degenen, die zich druk maken om wereldse zaken in hun ijver voor wereldse dingen steeds de dood hunner zie­len zullen bewerkstelligen. Maar hen, die zich minder voor wereldse zaken interesseren, hen zal Ik in Mijn Dienst nemen, voor eeuwig! En al hebben ze dan misschien slechts één uur van de dag gewerkt, Ik zal hun toch het­zelfde loon uitkeren, als Ik zal doen aan hen, die heel de dag allerijverigst gewerkt hebben! Heil wacht iedere luiaard in wat werelds is; wee degene, die al te vlijtig is in wereldse zaken! Want de eerste zal Mijn vriend zijn, maar de tweede veeleer Mijn vijand!' (bron: de jeugd van Jezus, hfdst.297)

Habakuk – was een profeet die ongeveer 600 v. Chr. Leefde; dat was in de tijd dat de Babyloniërs voor het eerst Jeruzalem veroverden. In 1947 is bij de dode Zee een boekrol gevonden met de bijna volledige tekst van het Bijbelboek Habakuk. [Habakuk is ook basilicum, een geurig kruid] – Hab.1:1, 3:1; schriftprofeet van eind 7e eeuw v. Chr.

Hades - De Hades heeft een vorst, die de boze engel des doods tot dienen  ondergeschikt zijn. Deze zoeken alle afgescheiden geesten, die hier aankomen en nog niet hun einde vol gemaakt hebben, dat wil zeggen, die nog niet deemoedig, zachtmoedig en liefdevol genoeg zijn tot het burgerschap van de hemel, of het christendom nog niet helemaal hebben aangetrokken, op allerlei wijze verleiden, verwarren, betoveren, of ook wel tot kwellen bereid. Intussen, wanneer zij het slechts verlangen, worden zij steeds begeleid door goede engelen, die hen zo lang met onderricht begeleiden, tot zij het nog achterstallige van het menselijke verderf volledig hebben afgelegd door de werking van de Heilige Geest. Dat een zulke vorst van de Hades bestaat, die met de boze doodsengelen eens een streng gericht zal moeten aangaan, dat bewijzen toch de Bijbelteksten in de Openbaringen van Johannes 20:13,14: de dood en de hel gaven hun doden, enz. en de dood en de hel werden geworpen in de vurige poel. In de Griekse grondspraak heet het echter niet Gehenna, (hel), maar Hades, de dodenhouder. Hoe kan nu de dood of de dodenhouder in de vurige poel bestraft worden? – Die uitdrukking is even zo onzinnig, als iemand zegt: de gevangenis is opgehangen of door het zwaar ter dood gebracht worden.  Bijgevolg zal veel meer de meester van de kerker, de vorst van Hades met zijn dienaren, en het totale leger van de boze doodsengelen, die scherprichters van het eeuwige zijn, daaronder verstaan worden.

Hagar – de tweede vrouw van Abraham – deze kreeg ruzie met Sara en vluchtte de woestijn in op weg naar haar vaderland Egypte; in de woestijn liet God haar weten, dat ze terug moest gaan en Hij beloofde haar een zoon, de latere Ismaël en de stamvader der Arabieren. Later kreeg Sara een zoon en om de vrede te bewaren stuurde Arbaham haar weg met haar zoontje. Ze verdwaalden in de woestijn en stierven bijna van dorst; maar een engel wees hun een waterput aan en zo werd hun leven gered. Ze gingen in de woestijn Paran wonen, ten zuiden van Palestina. Ismaël huwde een Egyptische vrouw. [Gen. 16 en 21] – Van haar stammen de Hagrieten – Galaten 4:24 – Paulus geeft hierover een allegorisch verhaal.

Haggaï – een priester, die hard werkte om de verwoeste tempel te herbouwen toen hij met vele landgenoten uit de Babylonische ballingschap terugkwam. Er moesten ook huizen gebouwd worden, zodat het met de tempelbouw langzaam ging. Schriftprofeet in Juda t.t.v. Zerubbabel. Hag.1:1, 2:2

Hagri = Geri = vreemdeling, vluchteling -

Haman – deze was een grootvizier [eerste minister] aan het hof bij de Perzische koning Ahasveros, die van 486-465 v. Chr. regeerde. Hij was een voornaam man. Mordechai was een vroom man die niet voor Haman wilde buigen, waaraan Haman zich ergerde en besloot daarom alle joden te vermoorden. Hij liet een galg maken, eerst voor Mordechai van 50 el hoog. Niet Mordechai, maar hijzelf kwam eraan te hangen met zijn tien zonen. [Esther 3. Ev.] – Haman betekent ‘de grote’.

Hand - De linkerhand komt overeen met de liefde (hartkant), de rechterhand correspondeert met wereldse bezigheden. Zoals de ene hand de andere wast, zo is het ook hier; de ene dienst is de andere waard! De Heer geeft dat altijd zelfs weer dwars en dubbel terug! bron: GJE1-34 - (GJE 1-44-2)

Hanani – een profeet in Israël die de koning Asa waarschuwde de koning Benhadad van Damacus niet om te kopen met goud en zilver, om een oorlog te winnen. Dat viel in het verkeerde keelgat van koning Asa en deze wierp Hanani in de gevangenis. [2 Kron.16]

Handel - Waar handel wordt gedreven, daar hebben geloof en liefde afgedaan en daar waar deze beide verdwenen zijn, daar kan de Heer weinig of niets doen. (GJE 1-12-5)

Handelwijze - Wees tegen iedereen of hij ons nu rechtvaardig of onrechtvaardig behandelt, vol barmhartigheid zijn, opdat wij in de ogen van de Heer waardiger geacht worden voor de grote goddelijke barmhartigheid. (GJE 1-45-3) - Zolang het woord alleen maar in je hersens blijft hangen heeft het niet meer waarde dan het lege gebalk van een ezel, dat anderen kunnen horen. Alleen als het woord tot het hart doordringt wordt het levend, wordt het meester van de wil die het zwaartepunt van de liefde is, en zet van daaruit de gehele mens aan tot de daad. Door zo te handelen verandert de oude mens in een nieuwe mens en Mijn woord wordt dan werkelijk nieuw vlees en bloed. [bron: GJE1-140] - Zalig allen die Mijn woorden horen, ze in hun hart bewaren en er naar leven, zegt Jezus. [bron: GJE1-66] - IK zeg: "Blijf in Mij, door naar Mijn woord te luisteren, door het te behouden en daarnaar te leven, dan zal Mijn kracht en Mijn liefde daardoor in jullie zijn en jullie beschermen tegen iedere verdere harde beproeving! GJE3-36-8

Hanna – de begenadigde – moeder van Samuel -

Hanna, de profetes in de Tempel - Ze was een dochter van Phanuel uit de stam Aser en was reeds zeer oud, en ze was zo vroom, dat ze zich, na reeds in haar jeugd aan een man te zijn verloofd, in haar huwelijk ge­durende zeven jaren niet voor hem ontblootte, en ter liefde Gods haar maagdschap bewaar­de. Zij getuigde over het kindje Jezus! Ze werd weduwe toen ze tachtig jaar was, waarna ze in de tempel trad en die nooit meer verliet. Door bidden en vasten, dien­de ze nog uitsluitend de Heer, 's nachts zowel als overdag, in volle­dige vrijheid en op eigen initiatief. Toen deze gelegenheid zich voordeed was ze reeds vier jaren aldus doende in de tempel. Zij kwam eveneens naderbij, prees God de Heer, en voor een ieder die de Verlosser verwachtte, sprak ze uit wat de Geest Gods haar te spreken ingaf. Toen ze haar profetieën dit­maal beëindigd had, vroeg ook zij het Kindje te mogen vasthouden, liefkoosde Het, en loofde en prees de Heer. Daarna gaf ze het Kindje aan Maria terug en zei tot haar: 'Gelukkig en gezegend zijt gij, jonkvrouwe, omdat u de moeder bent van mijn Heer. Schept u er echter geen ijdel behagen in om uzelf daarom te laten prijzen, want uitsluitend Hij, die zuigt aan uw borst, is waardig om door ons allen te wor­den geloofd, geprezen en aanbe­den!' Na deze woorden verwijder­de de profetes zich weer en gingen Jozef en Maria, na drie uur in de Tempel te hebben doorgebracht, (15.00-8.00 uur) naar buiten. Ze probeerden bij een familielid logies te krijgen.

Hanun – deze wird koning toen zijn vader stierf rond 1000 v. Chr. David sturrde mannen naar hem toe om deze koning te condoleren met het verlies van zijn vader. Hanun nu wird achterdochtig en dacht dat deze afgezanten misschien wel kwamen om te spioneren. Hij knite de helft van van kleren af en ook de helft van hun baard. David wird woedend en veroverde het land van hem – een rijkje, dat vlak bij Jericho lag. [2 Sam. 10 en 1 Kron.19]

[H]armageddon, - centrum van de Apocalyps – 4 km lang gaat het omhoog – de Serpentines – smal en stijl – zie ook Open.1:17 – Richteren 4:14 en 5:1 – berg van Megiddo – 2 Kon. 23:29 en 2 Kron. 35:22

Haran – of Charan, een broer van Abraham, de vader van Lot. Zijn dochter Milka huwde met haar oom Nahor en deze Milka werd de grootmoeder van Rebekka.

Hartentaal - De taal van het hart - In dit verhaal zegt Petrus nu alweer negen maanden bij Jezus te zijn. Hij vraagt zich af waarom hij en de anderen niet zo kunnen spreken als hun vriend Philopold uit Kana bij Kis. Jezus moet dan voor de zoveelste keer Petrus erop wijzen, hoe lang Hij hun nog verdragen moet, aleer zij diep in hun harten daarvan iets begrijpen. Zij moeten meer in hun hart denken en niet zoveel in hun hoofd om de volle waarheid te bereiken. Op deze wijze kan hen dit werkelijk vrij maken. Maar Heer, zegt Petrus, dit proberen we al zo vaak. Het lukt maar niet met dat denken in het hart. Zo nu en dan voel ik wel wat woorden in mijn hart, maar dat kan ik toch geen gedachten noemen. Het komt mij voor, nadat deze in het hoofd gedacht worden, eerst dan in mijn hart tevoorschijn komen. Jezus zegt: ‘Dat is een begin!’ Oefen daarin en jullie zullen dan zover komen, dat je in je hart tot de diepste en meest vrije gedachten komt! Jullie zullen vooral verder komen na Mijn thuiskeer!’ Dat begrepen de leerlingen niet. Daarop antwoordde de Heer: ‘Ik zal wel tot aan het eind der aarde die mensen blijven helpen die van goede wil zijn en ook wonderen blijven doen, maar niet in dit lichaam tot aan het eind der aarde onder de mensen wandelen. Ik zal Mij aan allen openbaren, die Mijn geboden onderhouden, maar niet in dit lichaam!’ (GJE3-184)

Hebreeërdie van de overkant [van de Eufraat] – door de bevolking van Mesopotamië. – Gen. 10:21 Eber, zoon van Sem wordt beschouwd als stamvader. De naam wordt het eerst voor Abraham gebruikt. Gen. 40:15. Jozef vertelt dat hij ontvoerd is uit het land der Hebreeën.Jona 1:9 zegt, dat hij een Hebreeër is. Ook Paulus noemt zich in 2 Kor.11:22 een Hebreeër [Aramees]. Open. 16:16 betreft deze taal.

Hebzucht - Neem je voor alles in acht voor de toorn en de hebzucht, want anders zul je een kind van de eeuwige dood worden! Want het berouw en de boetedoening aan gene zijde van het graf hebben weinig waarde en kunnen een onreine, zwarte ziel weinig helpen. Hebzucht maakt steeds hebberiger. GJE2-75, 201

Heelkunde - Als je iemand genezen wil, leg dan je hand op zijn hoofd. Bewaar binnen in je hart de Heer, dan zul je nooit kracht te kort komen om edele werken uit te voeren. Ja, in het levende geloof en in de volle en zuivere liefde tot Hem en met de wil om in Zijn naam de mensen goed te doen, zul je (de Heer tegen Faustus) de elementen gebieden, en zij zullen je gehoorzamen. Wek het geloof in hen op, leg hen daarna je handen op, en ze zullen terstond genezen. Maar je moet natuurlijk eerst zelf vast vertrouwen dat je hen zo helpen kunt en ook zonder mankeren helpen zult!' Vat een ge­weldig vertrouwen op, ga naar de zieken toe en behandelde hen overeenkomstig het advies van het Kindje. Dan worden inderdaad alle zieken onmiddellijk gezond. – Bij de genezingen in KIS, zagen zij een licht in hun lichaam binnengaan en toen waren zij gezond, zeiden alle zieken in Kis. Zij voelden zich dan zo goed alsof ze nooit wat gemankeerd hebben. bron: GJE1-218

Heer onder de mensen - De Heer zou in het jaar 919 na de schepping van Adam gedurende 1 ½ maand lang zich opgehouden hebben bij de Adamieten onder de berg Libanon in Phoenicië – de nakomende moeder van Noach is dit gezegd, dat de Heer Zelf als Redder in de Messias weer zich belichamen zal – toen in die tijd leefde ook Maria onder de naam Pura en de eerste keer op deze wereld.

Heersers - Heersers en veldheren moeten er wel zijn; maar begrijp goed, dat deze door God daarvoor uitgekozen en geroepen en voorts rechtstreekse afstammelingen van vroeger gezalfde koningen moeten zijn.

Hegai – werkte aan het hof van de koning Ahasveros en moest zorgen voor de mooiste meisjes uit het land die samen waren gebracht in de burcht Susan. Uit deze meisjes zou de koning een vrouw kiezen. Ondanks alle schoonheidsmiddelen en het eten en drinken dat ze van Hegai kregen, moesten ze mooi worden, maar het joodse meisje Esther werd zonder al die dingen koningin, omdat zij de mooiste was. [Esther 2]

Heldenmoed - ‘Geloof toch niet, dat u zo’n geweldige heldenmoed bezit, zoals het u vaak toeschijnt! Kijk naar Mijn apostel Petrus! In de hof van Gethsemane verdedigde hij Mij met het zwaard en korte tijd daarna verloochende hij Mij. Wanneer dus een Petrus falen kan, dan kunt u zich indenken, hoe het op een beslissend moment met uw moed zal staan. Daarom moeten er dikwijls dergelijke omstandigheden voorkomen, die u sterken en vaster doen geloven in Mij. Als degene die Mij persoonlijk kende, Mij verloochende, wat moet men dan van u verwachten, die Mij nog nooit heeft gezien, maar Mij alleen kent van de zachte stem in uw hart. Daarom moet Ik u vaak verlaten, moet Ik u alleen laten, moet Ik u met de omstandigheden en de wereld laten worstelen, opdat u zult kunnen meten, wat u hebt verworven en wat u nog ontbreekt. Gedenk steeds de woorden: ‘De wil is sterk, maar het vlees is zwak!’ Zij zijn belangrijk en beschrijven de gehele menselijke natuur. Op momenten van geestdrift meent u een olifant op de schouders te kunnen laden en op het ogenblik van de wereldlijke uitvoering is u vaak een vlieg nog te lastig. Onderzoek daarom ijverig in uw hart hoeveel liefde, hoeveel vertrouwen u bezit, opdat, wanneer u af en toe Mijn schijnbare afwezigheid voelt, u moed houdt en getroost de wederkomst van uw Leider en Vader tegemoet ziet!’ (Predikingen van de Heer)

Hemellichamen - De hoogmoedige mens werd tijdelijk in een vast gericht geplaatst, waardoor de vorming van hemellichamen kwam. Ik zeg je: Deze aarde en deze hele eigenlijk lichamelijke hemel met haar. zonnen, manen en alle werelden, zullen eenmaal vergaan, als al de daarin door het oordeel gevangen gehouden geesten via de vleselijke weg zuivere geesten zijn geworden; maar de zuivere geesten blijven voor altijd, en zullen en kunnen, net als Ik en Mijn woord, in der eeuwigheid niet ophouden te bestaan. -Zeg nu eens, of je dit goed begrepen hebt!' GJE1-165 [10] en  (GJE 1-4-4)

Hemelse loon - Mattheüs 19:27 Petrus vraagt de Heer naar het hemelse loon – Petrus zei tot Hem: ‘Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?’ Markus 10:28 En Petrus begon Hem te zeggen: ‘Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd!’ Lukas 18:28 En Petrus zei: ‘Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd!’ Petrus vraagt de Heer naar zijn loon, ook namens de anderen en wat dit loon zal zijn, nu zij alles hebben verlaten en de Heer trouw zijn gevolgd? Hierop zegt Jezus (zie ook Mattheüs 19:28), dat zij in het hiernamaals naast Hem zullen zitten op twaalf stoelen en de twaalf stammen van Israël richten. Dat wil zeggen, dat zij als beschermgeesten de mensen zullen bewaken, sturen en leiden. Want wie alles om Mij zal verlaten (dus al je bezit, grondstuk, familie, geld, enz.) zal het in Mijn rijk honderdvoudig terugkrijgen (Mattheüs 19:29 en volgend). Petrus vraagt Jezus direct op de man af, wat Hij dan bedoelt met ‘de eersten zullen de laatsten zijn en andersom!’ Want het zou niet mooi zijn, dat zij nu als eersten in Gods rijk de laatsten zullen zijn. Jezus zegt, dat Hij dat niet wat hen betreft zo bedoelt. Maar als iemand denkt beter te zijn, omdat Ik hem het eerst heb uitverkoren heb, zou hij hoogmoedig kunnen worden en dan ook nooit tot de eersten behoren in Mijn rijk. Als Ik over duizend jaar iemand opwek, dan zou hij, wat deze uitverkiezing betreft, zeker een van de laatsten zijn. En als hij ook trouw blijft in zijn roeping tot Mij, zou zo’n geroepene dan niet tot de eersten behoren in Mijn hemelrijk? Jezus zegt tegen Petrus, dat Hij het niet mooi vindt van hem om te vragen naar het loon voor later. Ik heb jullie toch een grote weldaad bewezen, dat Ik jullie heb uitverkoren? We zullen nu naar een verborgen plaats lopen en daar enige rust nemen. Daar zullen jullie Mijn engelen waarachtig zien opstijgen en neerdalen. (GJE5-259)

Helderziendheid – Een spreker zei:  [zie volledige tekst] zegt: ‘De lichamen lijken wel op elkaar, maar de zielen verschillen enorm! Het verschil zit in de kleur en de vorm. De zielen van degenen die ik je heb aangeduld zijn wit als pasgevallen sneeuw op. de hoge bergen en..zij hebben een wonderbaarlijk lieflijke gedaante, die er nog veel menselijker uitziet dan hun uiterlijke, lichamelijke vorm. Maar jullie zielen hebben een nog donkerder kleur dan jullie lichaam en zien er lang niet zo menselijk uit als jullie lichaam, want aan jullie zielen zijn nog duidelijke sporen van een dierlijke vorm zichtbaar! Maar ik ontdek in jullie dierenzielen nog een kleine lichte gedaante, die helemaal op een mens lijkt. Misschien zal zij, als zij in jullie groeit, jullie dierenziel in een menselijke vorm als een huid om zich heen trekken! Dat kan ik je echter niet verder beschrijven en bij de volmaakte mensen kun je je daarover in laten lichten.” MARCUS [oud-soldaat onder de bevelhebber Cyrenius] zegt verder: "Maar zeg mij nog hoe het komt dat jij dat allemaal zo kunt zien en ik niet!" De ONDERVRAAGDE zegt: Mathael: "Tijdens mijn grote lijden, waarbij het lichaam vaak horen en zien verging, openden zich de ogen van mijn ziel en daarmee kan ik nu ook de zielen van andere mensen zien en heel duidelijk het grote verschil zien tussen mensen en mensen, tussen Gods ­kinderen en wereldse kinderen, of, wat hetzelfde is, tussen engelen en duivels! Maar ook wereldse duivels kunnen engelen worden, - maar dat kost ze veel moeite en zelfverloochening; evenzo kunnen engelen duivels worden. Dat kost echter nog meer moeite en is haast onmogelijk, omdat in de engelenzielen een te sterke zelfstandigheidkracht aanwezig is. GJE 3-24 [4-8]

Helena - Deze naam betekent de stralende, de lichtgevende; zij, die licht geeft of die licht uitstraalt.

Heli - De zwager van Zacharias uit Hebron (een jaar ervoor werd in zijn huis (in Hebron) de dood van Johannes bekend gemaakt). Zijn zoon, was een vriend van Lukas (ook een Leviet).

Henoch – Henok – nakomeling van Seth, een vroom man – Hij wandelde met God, die hem op 365-jarige leeftijd wegnam. Zijn naam betekent toegewijd, leraar

Herodes – deze regeerde van 37 v. Chr. Tot 4. v. Chr. Hij was erg streng en wreed. Hij had tien vrouwen en ging over lijken – Van hem is bekend de kindermoord uit Bethlehem [kinderen van 0-2 jaar] – Hij stierf een verschrikkelijke dood met een luizenziekte als straf op zijn wrede handelingen.

Herders aanbaden Jezus - De herders mochten onder leiding van een paar engelen, het kindje Jezus zien, voor wie hun lofzangen bestemd waren. De herders traden de grot binnen en knielden neer en aanbaden het; en ook de engelen kwamen in scharen en aanbaden het kindje. Jozef vroeg zich af, hoe het dan nu zit met de tempel en met het Allerheiligste, daar God nu Zelf in hun midden is. De engel zei: ‘Stel geen vragen, want de Heer heeft de Aarde uitverkoren tot de plaats van Zijn ontferming – en heeft nu Zijn volk bezocht, zoals Hij heeft voorspeld door de mond van Zijn kinderen, zijn knechten en profeten. Toen de zon opkwam, verdwenen de engelen. (bron: de jeugd van Jezus, hfdst. 18)

Hersenen - IK zeg: "Dat is een heel natuurlijk gevolg van je steeds meer en meer levend wordende geest in je hart, die de liefde tot Mij en, door Mij, voor alle mensen is.Maar bij mensen waarbij die liefde nog niet ontwaakt is, ontwikkelen de gedachten zich weliswaar ook in het hart, maar zij worden daar, omdat het hart te materieel is, niet waargenomen. Pas in de hersenen, waar de gedachten uit het hart stoffelijker worden, worden ze door de handelingsimpuls omge­zet in beelden en deze vermengen zich daar met de beelden, die zich, komende uit de buitenwereld, via de uitwendige zintuigen in de hersenvlakjes ingegrift hebben. In deze vorm zijn ze voor de ogen der ziel materieel en slecht en zij moeten dan ook gezien worden als de oorzaak van de slechte handelingen van de mensen. Daarom moet ieder mens eerst in het hart geestelijk weder­geboren worden, omdat hij anders niet in kan gaan in het rijk van God!" bron: GJE2-62

Hilkia – priester – hij leefde in de tijd van koning Josia [639-609 v. Chr.] – in de tempel ontdekte hij een oud wetboek van Mozes terug en zag, dat er ook verschillende godsdienstige gebruiken waren verwaarloosd; dit toen meteen veranderd.

Hizkia – Ezekias – hij was van 720-690 v. Chr. koning van Juda. Een vrome koning, heel anders dan zijn goddeloze vader Achab, die zelfs een kind aan de heidense goden had geofferd. Toen een Assyrische koning het land veroverde trachtte Hizkia de stad Jeruzalem te redden door de Assyrische koning een enorm bedrag aan te bieden, maar tevergeefs. Toen riep Hiskia in de tempel zijn God aan, die hem verhoorde, want in die nacht stierven er 185.000 vijandelijke soldaten. De levensdagen van Hiskia worden verlengd

Hofni – zoon van de hogepriester Eli, die ook richter was in ca. 1000 v. Chr. Hij en zijn broer Pinehas in Silo waren daar zo oneerbiedig bij godsdienstige plechtigheden, dat zij later in een oorlog met de Filistijnen sneuvelden, zoals was voorspeld.

Honing en melk - Elders zou men deze ochtendmaaltijd niet zeer kostelijk genoemd hebben, maar in het land, dat spreekwoordelijk overvloeide van melk en honing was het wel een kostelijke maaltijd, vooral omdat de honing van het beloofde land zeker de beste ter wereld was en nu nog is, terwijl dat ook gold voor de melk, die nergens ter wereld overtroffen werd. GJE1-39 [1]

Hooglied van Salomo - IK (Jezus) zeg: "Mijn vriend, het heeft, hoewel zeer verborgen, een diepe betekenis! Salomo schreef het op zoals het hem door de geest werd gedicteerd maar zelf begreep hij er eigenlijk ook niet veel meer van dan jij nu. Want hij had wel de gave om wijs te spreken, maar hij had niet tevens de gave om het te begrijpen. Ook voor hem was veel onbegrijpelijk, want wat hij schreef waren woorden voor deze tijd, gevat in passende beelden. GJE3-19 [8]

Hoogste inzet - De mens van deze Aarde is niet minder geroepen om volmaakt te worden zoals de Vader in de hemel volmaakt is. Dat was weliswaar tot op heden niet mogelijk, omdat de dood op deze aarde de scepter zwaaide; maar van nu af aan is het mogelijk voor iedereen, die er ernst mee maakt om volgens Mijn leer te leven. Ik denk dat als God dit voor zo iets gerings,namelijk voor het gemakkelijk handelen volgens Mijn leer, wil geven, dat dan de mens toch ook geen moeite of werk uit de weg moet gaan om dit hoogste te verkrijgen. De opperpriester: Ja Heer, voor het hoogste moet de mens ook het hoogste inzetten. Bron: GJE1-39

Hor, de berg – op deze berg [op de grens van Edom] stierf Aäron, toen hij er met zijn volk langs kwam op weg van Egypte naar Kanaän. [éen van de laatste legerplaatsen op de Uittocht].

Hosea – Hosjea – een der laatste koningen van Israël,  – de Assyriërs voerden hem weg in 724 v. Chr. in ballingschap.

Hosea – profeet die 750 v. Chr. Leefde en een Bijbelboek schreef, waarin hij voortdurend zegt, dat God ondanks alles van de mensen blijft houden.

Huizen bouwen, duur uitziende – De Heer: ‘Maar Ik zeg je: Bouw in de toekomst geen duur uitziende huizen, maar ga in armelijke hutjes wonen, en dan zal er niemand van jullie belasting eisen behalve de koning van Rome, die daar alleen het recht toe heeft; en hij vraagt slechts twee tot drie honderdsten. Als je dan wat hebt, dan kun je het geven, en heb je niets, dan ben je vrij. Maar later zullen we nog meer daarover zeggen. Ga nu echter in je huizen zonder dak; daar zul je eten en kleding vinden! Voed en kleed je en kom dan terug, en Ik zal dan nadere bijzonderheden met jullie afspreken!' GJE1-132 [9,10]

Hulpbehoevend - We moeten ijverig rondzien onder onze hulpbehoevende broeders, of er niet een is die in een bepaald opzicht hulp nodig heeft. En heeft hij er niet een gevonden dan moet hij zijn hulp aanbieden. Wie echter zijn naaste pas helpt nadat deze hem om hulp heeft gevraagd - oh, wat is zo'n helper dan nog ver verwijderd van het volle evenbeeld, laat staan degene, die zich laat bevelen om te helpen. God heeft ons niet nodig, maar wij hebben Hem nodig. Kijk, als Ik het weten wil, kan Ik natuurlijk al altijd al alles weten wat er van een mens terecht komt. Maar de mens moet als hij volwassen wordt geheel vrij en zelfstandig beslissen. Daarom trek Ik Mij op een bepaald moment terug van de mens en kijk niet naar wat hij met zijn vrijheid doet, behalve wanneer hij Mij dringend vraagt hem te helpen bij zijn vrije strijd tegen de wereld. Dan kijk Ik naar hem, help hem op de goede weg en geef hem bij de strijd tegen de wereld nieuwe kracht. bron: GJE1-45 en GJE2-79, 137

Hut van Jezus – deze lag tamelijk ver in de woestijn – de hut was uit leem en biezen – een onherbergzame plek – in de hut kon je net in staan – ook niet ver van de plek waar Johannes de doper predikte.

[bron: Het Bijbels Namenboek Jurriaan Wijchers en Simon Kat, Bijbels woordenboek Lize Stilma & De Nieuwe Openbaringen – Jakob Lorber – 1840]

www.zelfbeschouwing.info