Alfabetisch Bijbels [ingekort] register van de letter B

Babylonische gevangenschap - Deze heeft veertig jaren geduurd. Veertig jaar liet Jehova de te slecht geworden Joden ellendig smachten in de Babylonische gevangenschap, ze werden behandeld als de slechtste dieren en gevoerd met het voer van de varkens en de honden; de lieflijke dochters van de Joden zijn onder geseling en allerlei martelingen door de overmoedige Babyloniërs dag en nacht verkracht tot de dood volgde, net als de knapen en jongelingen die eerst gecastreerd werden! Ga en vraag alle hoge en trotse Joden hoeveel beter ze door die les zijn geworden. Bron: GJE1-137

Ballingschap – uit de oude Bijbelverhalen blijkt duidelijk dat ook vroeger gedwongen volksverhuizingen plaatsvonden; wij zouden dat nu massadeportaties noemen. Een deel van het Israëlische volk werd bijvoorbeeld in 586 v. Chr. naar Babylon gevoerd, waar Nebukadnezar hen 50 jaar liet werken. De ballingschap van de Joden heeft 70 jaar geduurd [ook meerdere malen door Flavius bevestigd]. De Joden in ballingschap gingen weer terug in 537. Hun eerste jaar van ballingschap was in 607, 70 jaar eerder. Het koningschap duurde volgens Ezechiël 4 ongeveer 390 jaren. [607+390=997]. De tempelbouw van Salomo duurde 36 jaren. [997+36=1035]. De duur van de Uittocht van Egypte duurde 480 jaar. [1035+480=1515]. De periode van de aartsvaders duurde 2636 jaar is 2636+1515 = 4151. Jeruzalem werd in 586 v. Chr. vernietigd.

Baltasar [Balthazar] wordt samen met Caspar en Melchior genoemd als de drie koningen. Hun namen staan niet in de Bijbel. In Matth. 2:1 worden zij ‘wijzen’ genoemd. Hun getal is niet bekend, maar wordt afgeleid uit de drie geschenken: goud, wierook en mirre. Dat zij ‘koningen’ zijn, is afgeleid uit Psalm 72:10. Omdat Seba wordt opgevat als Ethiopië, is één van hen, Caspar, zwart. [zie elders hierover uitgebreid onder wijze lieden!]

Barabbas staat beschreven in Matth. 27:16, Marcus 15:7 en Lucas 23:8 en Johannes 18:40. Hij was geen moordenaar maar eerder een aanvoerder van een groep vrijheidsstrijders, door de Romeinse overheid rovers genoemd. Hij had een opstand tegen de overheersende Romeinen georganiseerd en daarom door hen ter dood was veroordeeld;

Barjona – zo werd Simon Petrus door Jezus aangesproken in Matth. 16:17

Barnabas, zoon van vertroosting. Handeling 4:36 geeft zijn ware naam: Jozef [sommigen vertalen Joses]. Hij is een Leviet, afkomstig uit Cyprus, maar hij heeft zich gevestigd te Jeruzalem, waar hij een akker bezit; hij verkoopt deze en geeft het geld aan de gemeente. Als eerste accepteert hij Paulus na zijn bekering en introduceert hem bij de gemeente van Jeruzalem, 9:27. Lucas spreekt zeer gunstig over hem, 11:24. Na een nieuwe ontmoeting met Paulus besluiten zij tot samenwerking, 13:2 en worden zij samen uitgezonden. Daarbij gaat Johannes [=Marcus] mee als helper, 13:4. Paulus nam op reis Silas met zich mee en Barnabas Marcus.

Barnabas is oom van Marcus; Kol. 4:10; en mogelijk door diens moeder bij de gemeente betrokken. Te Lystra gaat hun prediking gepaard met tekenen en wonderen 14:10; voor de heidense scharen zijn dan de goden op Aarde gekomen. De woordvoerder, Paulus, wordt daarom voor de Griekse god Hermes gehouden, maar de stille baardige Barnabas moet dan de oppergod Zeus zijn. Omdat Marcus [de zoon van Petrus] spoedig al weer teruggegaan is, 13:13, ontstaat er onenigheid tussen Barnabas en Paulus, 15:39, zodat zij uit elkaar gaan. Later blijken zij zich weer verzoend te hebben. [Kol. 4:10]

Bartolomeüs, zoon van Tolmai [samaritaans: de broederlijke] wordt in Hand.1:13 genoemd als apostel. Er is niets over hem bekend. Men vermoedt dat hij Natanaël is. [Matth.10:3, Marc. 3:18 en Lucas 6:14] - Hij had twee jaar lang een goed baantje als dode bij de Essenen, maar hij had na twee jaren eindelijk toch een goede gelegenheid om heel in het geheim uit het klooster van deze bedriegers te ontkomen. (Over de Essenen) Maar hoe kwam je dan heelhuids uit het klooster?" BARTHOLOMEUS zegt: "Ik liet mij helemaal inwijden, legde mijn proeven af en kwam toen voor de verzorging van de buiten­dienst hierheen. En omdat ik volledig het vertrouwen genoot, liet men mij ook buiten, want het klooster verleent dit voor­recht graag, omdat het daar slechts voordeel van kan hebben en nooit nadeel. Maar nu, nu ik in plaats van de leugen de gehele waarheid heb leren kennen, blijf ik des te zekerder altijd buiten! Wat mij betreft zullen zij in het klooster nooit horen wat ik weet, maar in de loop van de tijd zullen zij die buiten zijn horen wat de Essenen in het klooster doen!" bron: GJE2-98,99

Baruch – zijn naam betekent gezegende – hij was de schrijver van de profeet Jeremia; hij schreef de woorden die Jeremia sprak, op – en hij las die in de tempel voor. Toen koning Jojakim op een keer één van de boekrollen van Jeremia verbrandde, begon hij moedig van voren af aan en schreef alles opnieuw op;

Basan – dit was de vruchtbare en hooggelegen landstreek, waar reuzen woonden; deze streek lag ten oosten van het Galilese meer tussen de Jabbok en de Hermon. De koning van deze reuzen, Og genaamd, had een divan die 4 ½ meter lang en 2 meter breed was;

Basmath – zo heette de vrouw van Esau; ze had een mooie naam want deze betekent ‘de welriekende’.

Bathseba – de vrouw van Uria, werd – toen David Uria had laten sneuvelen – de vrouw van David – zij is de moeder van Salomo. [2 Sam.11]

Begrafenis - eveneens nog voor wij in het schip gingen kwam één van Mijn leerlingen naar Mij toe en vroeg Mij of Ik het goed vond dat hij eerst zijn vader zou gaan begraven, die in de vorige nacht plotseling overleden was. (Matth. 8,21) Ik zei echter tegen hem: 'Blijf jij nu maar bij mij, en Iaat de doden hun doden begraven! '(Matth. 8,22) En de leerling zag meteen van zijn verzoek af en volgde Mij op het schip; want hij begreep dat het beter is om voor het leven, dan voor de dood te zorgen, -dit laatste is namelijk een zorg, die geen waarde heeft en waar de doden zich het beste mee bezig kunnen houden. Want allen, die begrafenisvertoon belangrijk vinden, zijn min of meer dood zolang zij eer aan een dode bewijzen en zelf het eerbetoon aan de dood belangrijk vinden. De mens sterft pas echt door zelfzucht, die zich uit in de hoogmoed, die vóór alles hunkert naar eer; en in dat licht bezien is dan een eervolle begrafenis van een dode, niets anders dan een laatste vorm van hoogmoed van de geestelijk reeds lang dode mens. GJE1-103 [1,2]

Behuizing - Vroeger waren de huizen in Israël zeer ruim en konden er gemakkelijk honderd mensen in een kamer. Zo waren dan in de tijd van Jezus meer dan honderd vissers, met daarbij een grote groep Farizeeën, priesters en Schriftgeleerden. De meeste vissershuizen waren met riet gedekt. Bron: GJE1-116

Belsazar was koning van Babel en hij regeerde van 553-539 v. Chr. – eens gaf hij een feestelijk diner in zijn paleis. Hij liet de tafel dekken met gouden en zilveren voorwerpen, die de Babyloniërs in 586 v. Chr. uit de joodse tempel in Jeruzalem hadden geroofd. Tijdens het feestmaal schreven geheimzinnige vingers op de muur van de eetzaal een vreemde spreuk, die Daniël verklaarde. De woorden: mene, mene, tekel, ufarsin, deze voorspelden de ondergang van de koning; het gehele feest raakte in de war, maar het kwam uit zoals was voorspeld. Diezelfde nacht werd Belsazar vermoord. [Daniël 5].

Benjamin – hij was de jongste zoon van Jakob. Op de dag dat hij geboren werd, stierf zijn moeder Rachel. Men noemde hem dan ook eerst Ben-Oni, wat wil zeggen ‘zoon van verdriet’, maar later noemde vader Jacob hem Benjamin, ‘zoon van mijn rechterhand’. Men was er trots op tot de stam Benjamin te behoren, want Benjamin was de enige zoon van Jakob, die in het beloofde land geboren was. Saul, de eerste koning van Israël, was een Benjamiet! [Gen.35:18]

Berecht door de Bijbel - God heeft Zijn Zoon de wereld niet ingestuurd opdat Hij de wereld richt, maar dat de wereld door Hem zalig worden; wie aan Hem gelooft, zal niet worden gericht, wie echter niet geloofd, omdat hij niet gelooft heeft in de naam van de enige geboren Zoon – Joh.3:17,18 - Als iemand Mijn woorden hoort en toch niet gelooft, dan berecht Ik hem niet, want ik ben niet gekomen om de wereld te richten, maar zalig te maken. Wie Mij veracht en Mijn woorden niet opneemt, die heeft reeds wat hem berecht, namelijk het Woord dat Ik gesproken heb, zal hem richten. Joh.12:47,48.

Bergen – in Bijbel komen verschillende bergen voor, o.a. de Efraïm: dit bergachtig stuk land lag bij Mahanaïm aan de overkant van de Jordaan; hier vochten David en Absalom tegen elkaar. – de berg Gerizim in Noord-Palestina heeft een hoge top van 870 meter hoog in het gebergte van Samaria. Gilboa, in Noord Palestina – de bergketen is 13 kilometer lang; hier sneuvelden koning Saul en zijn drie zoons. De Hermon is de hoogste berg en 2750 m. hoog. – de sneeuwberg – de olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem – de berg is 900 m. hoog boven de zeespiegel. – de berg Tabor ligt 550 meter boven de zeespiegel;

Bergpredikingen - Kapernaum was de plaats voor producten uit het Griekse Dekapolis – het inzouten van vis = taricheä (van tarichos) – niet ver van Kapernaum ligt een bergvlakte (met spelonken en grotten?) waar Jezus de zaligpredikingen verkondigde – kort boven de grot van Eremos opent zich vandaag nog een bepaalde vorm van een terras die met de berg (1200 meter hoog) in de rug het karakter heeft van een amfibietheater – op deze plek vermoedt men de bergprediking – zijwaarts over de Tabgha kan men deze betoverende plek opzoeken – de bergprediking met 7 geboden – het midden van de bergprediking is een gebed met 7 verzoeken – de 4e is brood. De bergrede vond plaats op de berg Garizim - weliswaar aan de voet van de berg. Daar heeft het oudste en echtste huis van God gestaan. En wat Jesaja voorspelde vindt daar plaats. De Bergrede, die ook in Mattheus 5, 6 en 7 heel goed weergegeven staat. Deze prediking duurde ongeveer drie uur. De Heer sprak heel langzaam ten behoeve van de schrijvers. [bron: GJE1-39]

Beschuldigd worden: Ik zeg: Vriend! Als iemand vals beschuldigd wordt, dan lacht hij in zijn hart daarom; want daar weet hij, dat hij onschuldig is. Maar als iemand, ook al is het schijnbaar toevallig, een ander van iets beschuldigt waaraan hij werkelijk schuldig is, -zeg dan eens, zal ook die mens in zijn hart lachen? O nee! Ik zeg je: Deze mens wordt in zijn hart boos op degene, die hem als bij toeval beschuldigde, en wordt nooit zijn vriend! Wind je daarom niet op, anders beken je op die manier zelf nog je schuld!'  Op deze woorden trekt Judas meteen een zo vriendelijk mogelijk gezicht, om maar niet te verraden dat hij ergens aan schuldig is! Maar Thomas zegt bij zichzelf: 'O vos, ik ken je; mij ontsnap je niet!' GJE1-135 [16,17]

Besnijdenis - De besnijdenis werd ingesteld in de periode, toen Abraham 99 jaar werd. [zie brief van Paulus aan de gemeente van Laocidea –door Jakob Lorber ontvangen] – Petrus stelt de Heer een vraag over het huwelijk en de besnijdenis. ‘De mens wordt door niets anders geheiligd dan door het levende geloof en zijn daadwerkelijke liefde tot God en de naaste’, zegt Jezus. Hij vervolgt: Wie echter gezondigd heeft tegenover God en zijn naaste, moet zijn zonden met waar berouw erkennen en God ernstig om vergeving vragen. Ook het onrecht dat hij zijn naaste heeft aangedaan moet hij goedmaken en verder niet meer zondigen. Dan is hij vervolgens helemaal gereinigd. Doordat hij het kwaad heeft goedgemaakt en geen zonde meer begaat, worden hem vanzelfsprekend ook de zonden kwijtgescholden. Wie wil en verlangt dat zijn gebed door Mij verhoord wordt, moet in het stille kamertje van zijn hart in vol geloof tot Mij bidden, dan zal Ik hem geven waar hij om gevraagd heeft. Zoek in alles alleen de waarheid, deze zal jullie volkomen vrij maken. Het is heel goed dat de mens volgens de leer van Mozes tevens zijn lichaam rein houdt. Door onreinheid komen er allerlei boosaardige ziekten in het vlees en het bloed. Deze veroorzaken onvrede en droefheid in de nog zwakke ziel. Geen enkel uiterlijk reinigend middel heeft een heiligende werking op de innerlijke mens, maar alleen het levende geloof in de waarheid en de liefde en goede werken daarvan’. Op de vraag van Petrus of het in het vervolg ook niet meer nodig is, net als de tempelpriesters, de huwelijken in te zegenen, zegt Jezus dat dit op zichzelf genomen niet helemaal zo is. ‘De huwelijksband wordt voldoende gesloten door wederzijdse geloften ten overstaan van de ouders of andere waarachtige getuigen. Wat voor negatieve invloeden hebben dwingende wetten op de zielen van een vrije wil. Jullie moeten daarom altijd alleen maar vrij handelen vanuit ware en zuivere liefde en nooit vanuit een dwingend gebod’.

Beth Arbel staat beschreven in Hosea 10:14 – zie ook de berg ARBEL

Bethabara [Bethabara] = huis van de oversteekplaats – Joh.1:2 – Gen. 28:19]

Bethanië - Jezus hield zich vaak op bij Lazarus en zijn zusters Maria en Martha in Bethanië, niet ver en oostelijk van Jeruzalem gelegen. Vanaf Bethanië naar het oosten begint de woestijn van Judea – een karig steppenland. Bethanië ligt aan de weg naar Jiricho–Jeruzalem aan de Olijfberg. In november zijn daar meer mensen verdronken dan omgekomen door de dorst. Het weer kan zich in november plots veranderen. Het water komt met geweld in de dalen en dan is er geen ontkomen aan. Je ziet de Dode Zee in de verte [diepte] bij goed weer, liggen.  Tegenwoordig  heet Bethanië El Azarieh of Al-Asarieh. Het [rommelig] stadje wordt afgeschermd tegen indringers. Het ligt 6 kilometer oostelijk van Jeruzalem op de oostelijke helling van de Olijfberg. – Het ligt 30 minuten lopen van Jeruzalem – daar woonden Martha, Maria en Lazarus. Jezus predikte en logeerde er vaak. Men kon langs een voetpad over de Olijfberg in Bethanië komen. Via Bethphagé reed de Heer op een ezelsveulen naar Jeruzalem voor de feestelijke intocht op Palmzondag [Marc. 11]

Bethel [Bet-el] = huis van God, stadje 16 km. noordelijk van Jeruzalem. (Genesis 12:8 en 35:14) - [de oude naam was Luz] – werd op twee wijzen genoemd [1 Kon. 12:29 – Hosea 4:15 en Betuël, zie 1 Samuel 30:29] – Betul [Joz.19:4] – Jakob zag hier een ladder naar de hemel. Abraham sloeg er zijn tenten op en bouwde er een altaar. Het lag eertijds vlak bij verschillende bergpassen. Al 21 eeuwen voor onze jaartelling was het een stadje. Bij opgravingen zijn gedeelten van een stadsmuur gevonden, die reeds in de 16e eeuw v. Chr. moet hebben bestaan. Bethel is een van de oudste heiligdommen in het land van Judea volgens Amos 3:14 en 5:5. Voor de terugkeer naar Galilea ging Jezus door Samaria – een streek door het gebied van de Samaritanen. De weg is niet korter maar wel geschiedenisvoller. De antieke bergstraten laten zich zien, zij vormen ongeveer de watergrens tussen het meer van Galilea en de Jordaandiepte – en komen tenslotte in BET-EL aan. Bethel is een van de oudste heiligdommen in het land van Judea.

Betfage, dorp bij de olijfberg – huis der vijgen – [Matth. 21:1, Marcus 11:1, Lucas 19:29]

Bethesda betekent huis van barmhartigheid – dit was de naam van een badwater in Jeruzalem, vlak bij de schaapspoort; Bethanie was de plek waar Jezus zich veel ophield bij de bevriende Lazarus en zijn zusters Maria en Martha – vandaar gaat het bergland van Jeruzalem over in de woestijn van Judea – een karig steppelandschap – in de maand november zijn daar meer mensen verdronken dan omgekomen door de dorst. Het weer kan zich in deze maand plots veranderen. Het water komt met geweld in de dalen en dan is er geen ontkomen aan. Betanie ligt aan de straat van Jiricho naar Jeruzalem – aan de olieberg, van waaruit men de tempelomgeving kan inzien – Tegenwoordig heet het geen Bethanië meer. Het stadje wordt goed afgeschermd tegen indringers. De controle terug naar Jeruzalem, halverwege op de weg tussen Bethanië en Jeruzalem, is nogal scherp.

Bethlehem = huis van het brood – Lechmu – ontstaan in de tijd dat de Kanaänieten er woonden; ligt 8 km. zuidelijk van Jeruzalem. Er woonde daar al vroeg de Kalebietenstam Efrata; vandaar Micha 5:1, Gen. 35:19 en 48:7 vertellen over de dood van Rachel in deze plaats. Ruth 1:1 geeft Bethlehem als de plaats der herkomst van Elimelek en Naomi. 1 Sam. 16:4 vermeldt het als woonplaats van Isai en David. Geboorteplaats van Jezus in Matth. 2:1, Lucas 2:4, 11 en Joh. 7:42; Deze ‘koningsstad’ ligt aan de weg Hebron-Egypte en is door de geboorte van Jezus wereldbekend geworden. Het heeft wellicht 20.000 inwoners, meest Arabische christenen; Micha 5:1 in 719 v. Chr. over Bethlehem, de vaderstad van David en de Messias

Bethsaida = huis van visvangst; dorp aan de noordelijke oever van het Galilese meer; de woonplaats van de discipelen Filippus, Andreas, en Petrus. [Joh.1:45]; - Jezus gaf daar 5000 mensen te eten door twee vissen en vijf broden te verdelen, waar men nog van overhield [Matth. 14]; Hij genas er een blinde man;

Bezaleël – deze man leefde 1300 v. Chr. En hij was kunstenaar – van hem wordt verteld, dat hij de ark des verbonds en de tent, waar deze in stond, heeft gemaakt.

Bezit van de Heer - Dus, zoals hiervoor reeds werd aangeduid, moet niet de Aarde, maar moeten alleen de zielen en de geesten van de mensen gezien worden als het eigenlijke eigendom des Heren; en wel daarom als eigendom, omdat zij zelf oorspronkelijk licht uit Mijn eeuwige bron van alle licht zijn en daarom met Mij één geheel vormen. Maar zij herkenden Mij niet, omdat juist hun oorspronkelijke licht d.w.z. hun hoogheidgevoel verzwakt is, en dat is de reden waarom Ik naar hen toekwam en nog steeds naar hen toekom, want zij zijn Mijn eigendom. Zij begrijpen niet meer dat ze heel persoonlijk een deel zijn van de diepste grond, dat nooit vernietigd kan worden, omdat dit van oorsprong Mijn wezen is. (Joh.1:11) – Bron: GJE1-2:7,8)

Bijgeloof: Daarom zeg ik dat bijgeloof voor de mens toch altijd nog nuttiger is dan helemaal geen geloof; want uiteindelijk is stro ook nog beter dan helemaal niets! Van stro kun je nog wat maken; maar van niets kan nooit iets anders dan niets gemaakt worden. Om deze reden dulden de Romeinen ook het vaak zeer grote bijgeloof van jullie volk, omdat wij daarin nog altijd een bepaald nut voor de mensheid zien. GE3 [16]

Biblia - De titel het ‘Boek der Boeken ’heeft de Bijbel te danken aan het feit, dat haar begrip uit het Grieks afkomstig is. Het woord Biblion kenmerkt een papyrusrol, één der oudste schrijfmaterialen. Het in Egypte gerepareerde Papyrus werd destijds ingeruild voor het begeerde cederhout van Libanon en overgeladen in de Phönetische havenstad Byblos. Vandaar de naam Bibel. En omdat de Bijbel uit 66 aparte boeken bestaat (eens waren het 77 boeken, maar die zijn voor apocrief gehouden! – Naast nog meer talrijke apocriefe delen) – werden deze in het antiquariaat ook als ‘biblia’ gekenmerkt. Deze naam werd in de Latijnse spraak tot ‘Biblia’ en in Nederland tot de ‘Bijbel’ als verzameling van de Bijbelse boeken uitgegeven. De Bijbel is geen boek zoals andere, maar geldt voor de Joden en met uitbreiding van het Nieuwe Testament voor de christenen als basis en richtsnoer van het geloof. Voor veel mensen is de Bijbel ook een boek met zeven zegels, een vers uit Openbaring 5:1, geschreven voor hen als in een vreemde taal, die zij niet meer kunnen delen. Een Bijbel met acteurs uit een verzonken wereld, met ervaringen, die ze niet begrijpen. In deze tijd betekent dit uitdaging, om dit heilige boek te lezen als een ‘open’ boek!

Bilha, de slavin van Jacob was de moeder van Dan en Naftali;

Bidden – Wie bidt niet? Een boer kwam een keer in een café, waar al vele gasten waren, waaronder ook stadse lieden. De boer ging zitten en bestelde zijn eten. Toen het hem gebracht werd, vouwde hij zijn handen en sprak het tafelgebed. Daarover vermaakten zich enkele stadse lieden en een jonge man vroeg de boer: “Doen jullie dat thuis zo?… daar bidt  waarschijnlijk alles?” De boer, die intussen rustig begonnen was met het eten, antwoordde de bespotter: “…nee, bij ons bidt niet alles”. De jonge man vroeg verder “…nou, wie bidt dan bij jullie niet?” “Nu”, zei de boer ”…bij ons bidt niet de os, mijn ezel en mijn varken. Ze gaan zonder gebed naar de voerbak”.

Bileam doet een profetie in Numerie 24:17;

Blik van Jezus: De Griek zegt: 'Hij hief zijn ogen alleen maar op naar het firmament, en scheen op een bepaalde manier kracht daaruit op te nemen; maar Zijn blik was als die van een groot veldheer die miljoenen mensen en dieren op zijn wenken gehoorzamen moeten! In Zijn gezicht zag je iets heel vriendelijks, maar tevens sprak daar een ernst uit die mijn ogen nog nooit zo hebben gezien. Ik ben blij dat Hij mij niet recht in de ogen heeft gekeken, want werkelijk, dat geef ik openlijk toe, ik zou zijn blik niet hebben verdragen! En toch trok het mij met onbegrijpelijke kracht naar Hem toe, en ik had die niet kunnen weerstaan als Baram Hem niet voor de morgenmaaltijd had uitgenodigd!' [GJE1-182 [3]]

Blootvoets lopen: Jezus ging blootsvoets over de weg. [GJE1-5 [15]

Bocht aan de zee bij Caesarea - Vanaf de heuvel gingen de zonen van de oude krijgsman Marcus kijken of Cyrenius er al aan kwam met zijn schare. De beide zonen gingen dadelijk voorbij de bocht (aan de zee of het meer!) tot de plaats van waaruit men vrij uitzicht had op de stad Caesarea Philippi. [vlak bij het stadje Tiberias!] Zij ontdekten al aan het eind van de brede straat de schare naar het smalle voetpad, waarover men binnen een klein kwartier gemakkelijk de behuizing van Marcus bereikt. [bron: GJE2-183]

Boaz [Boas] – in hem is kracht – Ruth 2:1 – een rijke verwant van Ruth. Na de dood van haar man is hij de bijna-eerste ‘losser’, - deze plicht komt hij na. Voorvader van Jezus; ook een rijke grondbezitter – hij trouwde met het arme Moabitische meisje Ruth. Zij was weduwe. Hij ontmoette haar, toen ze op zijn veld bezig was aren te lezen, wat de armen mochten doen; ze kregen een zoon die ze Obed noemden. Obed zou later de grootvader van David worden;

Boanerges betekent zonen des donders – deze naam werd waarschijnlijk gebruikt voor (wat we tegenwoordig noemen) ADHD-mensen; Jezus noemde een keer de apostelen Johannes en Jacobus zo; Jacobus en Johannes, zonen van Zebedéus. Zij waren ook vissers en visten in de Galilese zee, niet ver van de monding van de Jordaan en ook niet ver van de visplaats van Petrus en Andréas. (Bron: GJE1-12:1) Opmerking: Jezus spreekt in GJE2-10:5 over wat hij hen vaak gedurende hun jeugd had geleerd en voorspeld, wat zij al lang weer waren vergeten – het waren dan de zonen van Jozef of Zebedeus;

Boete doen - Als je dan al echt boete wilt doen, doe die dan liever in je hart dan in je kleren! De Heer let namelijk hele­maal niet op de kleur van je kle­ren, noch ook of die wel heel zijn, dan wel gescheurd; waar de Heer op let is, of je hart er wel deugdelijk uitziet! Want in je hart kan kwaad­aardigheid heersen, zoals: slechte gedachten en begeerten, en kwa­de wil; ontucht, hoererij, echtbreuk en dergelijke. Die dingen moet je uit je hart bannen als ze erin heersen, daaraan zul je beter doen, dan aan het verscheuren van je kleren of aan het strooien van as op je hoofd!' (bron: de jeugd van Jezus, hfdst.271)

Boodschap van God - Het komt er bij de mens alleen maar op de vrije wil aan, en op een les met de minst mogelijke dwang. Deze leer is door de Heer ook zo geformuleerd dat het verstand van ieder goedwillend mens het al na het eenmaal gehoord te hebben kan begrijpen. Niemand kan zich daarom verontschuldigen door te zeggen dat hij de leer niet begrepen zou hebben. [bron: GJE2-61]

Boom en schaduw zijn identiek in het Hebreeuws: boom = Ets = 70-90 = 160 en schaduw = TseLem = 90-30-40 = 160

Broodvermenigvuldiging: Matth.14:13-21 wordt gesproken over 5000 mensen die verzadigd worden – Marcus noemt de vissen niet. Matth. 15:32-39: Er is nog sprake van een tweedewonderbaarlijke broodvermenigvuldiging – van 4000 mensen – Bij de tweede voorraad voedsel dat uit zeven broden en een paar vissen bestaat en bij de eerste voorraad namelijk vijf broden en twee vissen.

Broederliefde: Als een mens tegenover ons faalt, dan moeten wij ons broeder­oog geopend houden en ons men­senoog sluiten; maar als een broeder te­genover ons faalt, dan moeten we ons broederoog sluiten en ons mensenoog op onszelf richten. Op die manier zullen wij onszelf dan zien als falende mens tegenover een falende broeder. [Jeugd v. Jezus 62:9,10 ]

Broeder van God: Nog korter gezegd: Door de dood van Jezus kan de mens zich nu volop, met God verbroederen, terwijl het voor Satan onmogelijk is geworden dat nog te beletten, en dat is dan ook de reden, waarom tot de vrouwen, die het heilig graf kwamen bezoeken, wordt gezegd: 'Gaat heen en zegt het Mijn broeders'. [JVJ-1] Jezus zei tegen de boodschapper: Wat zeg je? Wie is Mijn moeder en wie zijn Mijn broeders? Matth.12:48.  En Jezus hief zijn rechterhand op boven Zijn leerlingen en zei: Kijk, dat zijn Mijn moeder en Mijn broeders (Matth. 12:49). Want wie de wil doet van Mijn Vader Die in de hemel is, die is werkelijk Mijn broeder, Mijn zuster, Mijn moeder (Matth.12:50). - Enkelen vonden dit gezegde van Jezus hard en gingen Hem verwijten maken en vroegen of Ik niet wist, hoe het gebod van Mozes luidt over het eren van de ouders? Ik ging echter niet in op deze vraag en zei: Ik weet Wie Ik ben en Mijn leerlingen en Mijn aardse moeder weten het ook, en daarom mag Ik de waarheid spreken; zijn jullie bezorgd over jezelf,- niemand hoeft zich bezorgd of druk te maken over Mij; want Ik weet het beste wat Ik moet doen. bron: GJE1-188

Broers van Jezus - Samuël, Simeon en Jacob, Joel en Joses  – evenals Jacob,  de discipelen van Jezus werden. Men kan zich hierbij afvragen, wat Ik in deze bijna geheel heidens geworden stad te zoeken had. - Daarvoor moet men dan de profeet Jesaja 9 vers 1 en verder lezen; daar vindt men dan het volgende: Tevens moest Ik in deze streek nog twee leerlingen, met name Jacobus en Johannes, zonen van Zebedéus, opnemen. Zij waren ook vissers en visten in de Galilese zee, niet ver van de monding van de Jordaan en ook niet ver van de visplaats van Petrus en Andréas, die beiden ook in de zee mochten vissen. (bron: GJE1-12:1)

Opmerking: Jezus spreekt in GJE2-10:5 over wat hij hen vaak gedurende hun jeugd had geleerd en voorspeld, wat zij al lang weer waren vergeten – waren het dan de zonen van Jozef of Zebedeus. De broers van Jezus waren: Jacob en Joses, Simon en Judas - Matth.13:55

Buzieten – Job komt uit Uz [Us] en Gen.22:21 zegt, dat Buz en Uz broeders zijn, Arameeërs – de Buzieten, een arabisch volk – buz betekent bespotting – de tweede zoon van de broer van Abraham – zijn vader was Nachorm – zie ook Jeremia 25:23.

[bron: Bijbels Woordenboek – Lize stilma & Het Bijbels Namenboek door Jurriaan Wijchers en Simon Kat] en de ‘Nieuwe Openbaringen’ Jakob Lorber]

[bron: Het Bijbels Namenboek Jurriaan Wijchers en Simon Kat, Bijbels woordenboek Lize Stilma & De Nieuwe Openbaringen – Jakob Lorber – 1840]

www.zelfbeschouwing.info