De Aarde heeft ook organen!

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Eens werden de ‘oergeesten’ in het hemelse licht verbannen naar een onbekende dikke duisternis, dat bestaat uit materie. In deze materie houden zij zich op, gekluisterd en gevangen moeten zij hun ‘tijd’ afwachten, totdat hun verlossing komt. Dit kan wel triljaren van jaren of zelfs ongekende tijden duren. In deze ‘aardematerie’ leven zij, om de materie tot daadwerkelijk leven te stimuleren en op gepaste tijd zelf weer hoger en hoger op te stijgen. En dan uiteindelijk met lichtere materie bekleed in de loop der tijden stap voor stap in het volkomen vrije leven te kunnen overgaan – deze bepalen het werkzame ZWAARTEPUNT dat alle materie tot leven brengt. De Aarde heeft ook diverse aardelagen, zoals hart, longen, ingewanden, beenderen, vlees en bloed, zoals bij de mens, maar wel anders.

 

Het zwaartepunt [dus geen meetkundig middelpunt!] van de Aarde moet grote afmetingen hebben om speciale werkzaamheden te kunnen verrichten. Dit zwaartepunt brengt de materie tot leven, zowel in de Aarde als ook op de Aarde [denk aan bomen, gewassen, struiken]. Een boom moet in zijn groei flexibel zijn, want in het ene jaar levert zij meer fruit op, dan in het jaar daarop. Dat heeft te maken met een polaire wisseling. Want het ene jaar zie je meer fruit aan de noordzijde van de boom, een ander jaar aan de westzijde, enz. Dit komt door de steeds veranderende positie van het levenverwekkende zwaartepunt [positieve polariteit] van de Aarde.

 

Het doel van de materie is niet om te blijven bestaan. Een appelboom blijft uiteindelijk geen appelboom meer. Niets kan blijven, anders zou je dit kunnen betrachten als een meetkundig middelpunt, dat vast en duurzaam is. Het zwaartepunt moet dus veranderlijk zijn. De Aarde echter zelf kan zich niet vrijwillig bewegen en daarom moet het zwaartepunt in haar inwendige als het ware rondreizen om doelmatige reacties teweeg te brengen in alle delen van de Aarde. Het hart van de Aarde kan zich dus uitdijen van IJsland Noorwegen, Zweden, Lapland tot zelfs onder de Middellandse Zee.

De Aarde is een groot organisch ‘dierlijk lichaam’. Zij heeft ook voedsel nodig om te kunnen leven. De Aarde heeft ook een mond [Noordpool] en een anus [afvoerkanaal in de Zuidpool]. De Noordpool is erg groot en de afmeting varieert van 7,4 km x 25 = ongeveer 185 kilometer. De slokdarm en de maag van de Aarde liggen vlak onder het hart en de omvang is 5180 kilometer met een doorsnee van 400 kilometer. De Noordpool leeft van het Noordpoolijs, dat zij opeet met grote magnetische kracht. De maagwand vibreert en daaruit wordt elektriciteit opgewekt en het voedzame water wordt verder geleid.

 

De onverteerbare resten uit de maag worden door een negatieve elektriciteit afgevoerd naar de Zuidpool. Het noordelijk deel van de Aarde is veel compacter dan het zuidelijk deel. De voedingsstoffen die slecht zijn worden via de Zuidpool afgevoerd. Door dit uitdrijven van de laatste uitwerpselen wordt de rotatie van de Aarde bewerkstelligd. Deze maken dat de Aarde draait en roteert. [bron: Jakob Lorber – Aarde en Maan]

www.zelfbeschouwing.info