Inwendige bouw van de Aarde

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: - [Hier volgt een beschrijving van de ‘anatomie’ van onze Aarde] - In de Aarde wordt de hartslag pulserend om de zes uur herhaald. Alle levenssappen uit het binnenste der Aarde worden in alle delen van de Aarde gedreven; er bestaan geen andere stuwkrachten van de Aarde dan slechts deze ene. Eb en vloed staan ermee in verbinding, evenals de aardse verhogingen of de winden. Het hart in de Aarde vertegenwoordigt ook de longen. Alles bestaat uit drie lichamen. Dit geldt zowel voor mens, dier, plant en ook de Aarde. Bij de boom is het eerst de bast, dan het vaste hout en daarna de kern. Bij het dier eerst de huid, geraamte, ingewanden (ook bij mens).

 

In alles vinden wij dezelfde structuur. Deze opbouw is ge­lijksoor­tig en daarom lijken kinderen op hun ouders. De Aarde heeft als buitenkant bijna een dode schors met een gevoelige en meer levende bast. Zo’n aardelaag is gemiddeld 150 km dik. Daarna begint het tweede deel van de Aarde, het meer vastere deel ervan en nog dieper gelegen ligt de ingewan­den van de Aarde of de levende kern met daarin het feitelijke hart van de Aarde binnen het tweede deel der Aarde.

  

De lever kan niet zonder de milt en is dus ook niet in staat om te werken! De Aarde heeft een lever in de grootste afmeting. Eerst belangrijk is de milt, pas dan de lever. Uit aardelever komt voort wat de aardkost in zich en op zijn oppervlakte draagt. Het zeewater is uit de lever afkomstig en is in feite afgestoten urine. Deze verdampt weer en gaat in wolken op en door de lucht en inwerking van het licht wordt het in zoet, voedzame water omgezet. De bomen en planten hebben transparante organen waardoor ze binnen 24 uur in‑ en uitademen.

 

De ademhaling van de Aarde is makkelijk waar te nemen aan de zeekust, waar de zee regelmatig opkomt en weer terugvalt. De Aarde zuigt de lucht op en de longen van de Aarde hebben een inhoud van 1000 kubieke mijlen, dat is 1000 x 7.4, dus 7.400 kubieke inhoud. Het bevindt zich vlak onder de harde, vaste Aarde 150 km. dieper vanaf onze aardelaag en heeft wel circa 3600 vierkante km aan oppervlakte. Elke zes uur wordt een keer ingeademd en ook weer uitgeademd. De Aarde wordt weliswaar continue gevoed maar feitelijk om de 12 uur, daarom krijgt de Aarde 2 x 24 uur, dus elke 12 uur voedsel binnen en ook twee keer ademt zij in en uit. Elke dierlijke long stamt af van de aardse long.

                 

De milt is bij een dier de eigenlijke energiebron. Het is net zo belangrijk tot behoud van leven als hart, maag en longen. Het is de stookplaats. Het vuur is de drijfkrachten het opwekken van elektromagnetisch vuur komt door een voortdurende wrijving van haar celweefsels. De vaten die buidelvormig zijn worden gevuld als in kleine elektrische flessen. Het positieve deel gaat naar het hart en het negatieve naar de maag. De milt van de Aarde is eerst voor de maag van belang maar staat ook in verbinding met het hart van de Aarde. De maag betrekt zijn verbrandingswarmte van de milt.

 

Ook het hart is, evenals de longen, afhankelijk van de milt, het laatste dan in mindere mate. De longen hebben voor de helft een geheel vrije beweging die met de wil van de ziel is verbonden. Bijvoorbeeld onze ademhaling kan ineens sneller en langzamer gaan. De vuurspuwende bergen hebben hun oorzaak te danken aan de hoofdvuurkeuken van de miltaarde. Verder de waterbronnen en dan kokend heet dan de wolken, winden, nevels, maar ook waterdampen en gassen uit de Aarde in de vorm van aardbevingen.

 

De orkanen en wervelwinden, de vuurhozen, zijn allemaal verschijnsels van de milt. Ook de golvende stormachtige zeebeweging (niet eb en vloed) en ook zeestromingen. Het zeezout komt van de milt die door de verbranding de door vuur opgeloste stoffen doet laat ver­zilten. Alle meteorologische verschijnselen die in de dampkring rondom de Aarde optreden, komen uit de milt en van de vegetatieve kracht op de Aarde. [bron: Aarde en Maan – Jakob Lorber]

www.zelfbeschouwing.info